Pettersson gruwelt van de reservebank

Na een afwezigheid van bijna twee jaar maakt Ajax morgen tegen het Zweedse Örebro zijn rentree op het internationale voetbalpodium. Een uitvloeisel van het staafincident is nog dat het team van Leo Beenhakker drie thuiswedstrijden moet afwerken buiten een straal van honderd kilometer. Ajax zag zich dan ook genoodzaakt morgen het Rheinstadion in Düsseldorf op te zoeken. De Zweedse Ajacied Stefan Pettersson blikt vooruit op de UEFA-Cupwedstrijd en hij praat over zijn positie binnen de Amsterdamse club.

AMSTERDAM, 17 SEPT. Skandinavië-specialist en scout van Ajax Tonnie Pronk introduceerde Stefan Pettersson drie jaar geleden als “een type Van Basten”. De club in De Meer had nadat de befaamde spits bij AC Milan in dienst was getreden kennelijk gezocht naar een gelijkwaardig alternatief. Pettersson heeft Van Basten nooit doen vergeten. Enerzijds omdat hij simpelweg de eigenschappen mist van een veelvuldig scorende spits, anderzijds omdat hij twee seizoenen niet kon voltooien wegens blessures. Toen eenmaal bleek dat Pettersson geen echte goaltjesdief was nam de kritiek op hem toe. Teamgenoot Jan Wouters, bijvoorbeeld, vindt dat hij te weinig doelgericht speelt en te veel met zijn rug naar het strafschopgebied van tegenpartij staat.

Pettersson stelt dat er ten onrechte een bepaald verwachtingspatroon is gecreëerd. “Ik geef toe dat ik in drie jaar Ajax meer had moeten scoren. Maar doelpunten maken is nooit mijn enige taak geweest. Ik ben een type voetballer als Wim Kieft, die een bal aanneemt, vasthoudt en anderen in scoringspositie brengt. Er wordt nu van me verwacht dat ik 25 doelpunten per jaar maak, terwijl men in mijn eerste seizoen bij Ajax steeds zei: we kennen zijn kwaliteiten. In Zweden was ik ook geen echte topschutter; ik maakte misschien vijf, zes doelpunten per seizoen. Ik weet wel dat je bij Ajax veel kansen krijgt. Maar ik kon nooit echt veel scoren door mijn opdracht. Bij voorzetten moest ik altijd naar de eerste paal lopen en een verdediger wegtrekken uit de doelmond. De bal valt meestal verder of draait van de goal af. Verder heb ik natuurlijk langdurige blessures gehad. Zonder die operaties aan mijn knie en lies had ik misschien wel twintig treffers per seizoen gemaakt.”

Ajax' technisch directeur Leo Beenhakker heeft Pettersson altijd in bescherming genomen tegen aanvallen van de pers. Maar toen hij door de transfer van Witschge wat miljoenen op zak had om te investeren contracteerde hij binnen een paar dagen John van Loen. De lange Utrechter greep zijn kans op het Amsterdam-toernooi in een weekeinde dat Pettersson voor droeve familie-omstandigheden in Zweden verbleef. “Toen ik hoorde van de komst van Van Loen begreep ik dat er twijfels waren over mijn functioneren”, bekent Pettersson. “Dat moest ik even verwerken. Ik had nog nooit meegemaakt dat er voor mijn positie een ander werd aangetrokken. Wel had ik bij mijn oude clubs (Norrköping en Göteborg, red.) altijd veel concurrentie. Beenhakker heeft mij geen verklaring gegeven voor het aantrekken van Van Loen.”

Pettersson is niet van plan zich neer te leggen bij de ontstane situatie. De gedachte alleen al dat hij dit seizoen misschien meer op de reservebank dan op het veld vertoeft, doet hem gruwelen. “Ik ben niet bang voor de concurrentiestrijd met John van Loen. Ik beschik over een aantal eigenschappen die hij mist. Ik ben sneller in de kleine ruimte. Ik kan beter wenden en draaien met de bal. Maar ook beter kaatsen en de bal afschermen. Ik ben vrij allround, maar ik zie het toch als een probleem om op een andere positie verder te gaan. Al heb ik in het Zweedse elftal wel eens rechtshalf gespeeld. Ajax heeft voor elke plek in het elftal specialisten. Daar kun je niet mee concurreren. Bovendien heb je tijd nodig om aan een nieuwe positie te wennen en die krijg je bij Ajax niet.”

Het valt derhalve te bezien of Stefan Pettersson morgen in het Rheinstadion speelt tegen Örebro. De Zweedse opponent is volgens de Ajacied van het niveau Vitesse. Örebro staat momenteel zesde en laatste in de kampioenscompetitie. Het Zweedse seizoen loopt van april tot eind oktober met een tussentijdse stop van niet meer dan een week. In de winter wordt er nauwelijks gevoetbald, ofschoon veel stadions over veldverwarming beschikken. Door het hele land zijn bovendien grote hallen met kunstgras-voetbalvelden van normale afmetingen. Daarvan maken vooral de noorderlijke clubs gebruik. Het valt op dat de eredivisieclubs - de hoogste afdeling bestaat uit tien verenigingen - in het zuiden spelen. Heeft natuurlijk alles te maken met de klimatologische omstandigheden. Pettersson had enkele dagen geleden nog telefonisch contact met ex-Ajacied Peter Larsson die bij AIK Stockholm onder contract staat. Volgens de verdediger moet Örebro voor Ajax geen problemen opleveren. Pettersson: “Het is een ploeg die speelt zoals men in Nederland een beeld heeft van het Zweedse voetbal: op basis van discipline en kracht. De trainer Rolf Zetterlund is wel altijd erg succesvol geweest.”