Opsporing illegalen scherper

Het minderhedenbeleid richt zich op mensen afkomstig uit Griekenland, Italië, Joegoslavië, de Kaapverdische eilanden, Marokko, Portugal, Spanje, Tunis, Turkije, de Antillen, Suriname, de Molukken en verder op vluchtelingen, zigeuners en woonwagenbewoners.

In totaal zo'n 800.000 mensen. Hierbij moet worden bedacht dat het minderhedenbeleid zich alleen richt op “legaal in Nederland verblijvende personen”. Voor illegale personen geldt een geheel ander regime. Om hoeveel mensen het gaat is onbekend. Regelmatig terugkerende schattingen over de omvang (zoals 100.000 alleen al in Amsterdam Zuid-Oost) van de groep zijn gebaseerd op natte vingerwerk.

De klare lijn die het ministerie van justitie voorstaat bij de behandeling van illegalen luidt: zij dienen te worden uitgezet. Om illegalen op te sporen wordt het vreemdelingentoezicht verscherpt. Hiervoor wordt de assistentie ingeroepen van manschappen van de marechaussee, die in verband met het wegvallen van de binnengrenzen in het kader van de Europese integratie overbodig worden aan de oostgrens. Onlangs zijn de eerste vijftig marechaussees, verdeeld over politiekorpsen in het land, met hun nieuwe taak begonnen.

Meer wordt nog verwacht van het koppelen van elektronische gegevensbestanden. De verblijfsstatus van vreemdelingen zal worden opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie. Zo kunnen de instanties die belast zijn met de verstrekking van collectieve voorzieningen eenvoudig controleren of een vreemdeling al of niet legaal in Nederland verblijft.

Verder zullen werkgevers die illegalen te werk stellen strenger worden aangepakt, en zal voor alle inwoners van Nederland een identificatieplicht van kracht worden.

Vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven, krijgen volgens de plannen “een redelijke termijn” om vrijwillig te vertrekken. Wanneer ze daarvoor geen geld hebben, kunnen zij aankloppen bij het Terugkeerbureau dat per 1 juni is ingesteld.