Oorzaak vandalisme ligt niet alleen buiten stadion

Reeds vanaf het begin van de jaren zeventig is er in Nederland sprake van een traditie van voetbalvandalisme. Ondanks het gevoerde beleid om dit maatschappelijk ongewenste verschijnsel in te dammen bleven de resultaten hiervan aan de bescheiden kant. Hoewel de laatste jaren een zekere afname van het voetbalvandalisme valt te constateren, tonen de gebeurtenissen in verband met de geplande wedstrijd Groningen - Ajax van afgelopen zondag bijvoorbeeld, dat men toch maar in beperkte mate vat heeft weten te krijgen op wat men uitbarstingen van supportersgeweld pleegt te noemen.

Over de oorzaken van het voetbalvandalisme is inmiddels veel geschreven. Aangezien de meeste van deze beschouwingen niet gebaseerd zijn op systematisch onderzoek is het inzicht in het verschijnsel aan de beperkte kant gebleven.

Bij het Nederlandse voetbal hebben ongeregeldheden een lange geschiedenis. Reeds in 1899 moest een wedstrijd, die in Rotterdam werd gespeeld, worden gestaakt wegens het minder gepaste optreden van het publiek. Maar vooral sinds de zeventiger jaren deden zich in toenemende mate incidenten voor die door toeschouwers werden veroorzaakt.

Hoewel de alles overheersende betekenis van spelverruwing als veroorzaker dient te worden afgewezen, was er aanvankelijk sprake van een nauwe samenhang tussen het wedstrijdgebeuren en voetbalvandalisme. Het begin van de ontwikkeling van het voetbalvandalisme wordt namelijk gekenmerkt door reactief geweld naar aanleiding van scheidsrechterlijke beslissingen die belangrijke consequenties hadden in termen van winst en verlies. Ook de gedragingen van spelers riepen met name geweld op wanneer deze gevolgen hadden voor de uitslag van de wedstrijd.

Later veranderde dit patroon drastisch. Er gingen zich meer en meer incidenten voordoen buiten het stadion in de vorm van vernielingen in bussen en treinen en op aanlooproutes naar de stadions. Gedurende de zeventiger jaren is zodoende het voetbalvandalisme steeds meer ontkoppeld geraakt van het spelverloop en onstond een patroon dat grote overeenkomsten vertoont met andere vormen van vandalisme en delinquent gedrag.

Met deze constatering is niet gezegd dat de oorzaken voor het voetbalvandalisme uitsluitend buiten de sfeer van de stadions gezocht moeten worden. Daarvoor is de context van het voetbalgebeuren te gewelddadig met resultaat als alles overheersende waarde waaraan normatieve overwegingen ondergeschikt zijn gemaakt.

Fair play is vervangen door een instrumentele waarde die inhoudt dat uitsluitend succes telt. Dat blijkt zowel uit het gedrag van bestuursleden, coaches en spelers als uit dat van het publiek. Rinus Michels bracht dit in 1974 tot uidrukking met de uitspraak “voetbal is oorlog”. In feite vertolkte hij daarmee wat essentieel is voor het gedrag van alle betrokkenen.

Voor het bestuurslid dat op ontslag aandringt, van de trainer wanneer de resultaten uitblijven, voor de coach die bij de spelers aandringt op resultaatvoetbal en voor de spelers die soms grove vormen van instrumenteel geweld aanwenden ten dienste van het resultaat. Maar ook het gedrag van het publiek wordt geleid door deze waarden.

Het zijn niet uitsluitend voetbalvandalen die de spelers van de tegenpartij voor de aanvang van de wedstrijd begroeten met een fluitconcert in plaats van met applaus en het zijn niet uitsluitend de voetbalvandalen die de scheidsrechter onthalen op grove scheldpartijen. Uit onderzoek is gebleken dat het publiek in de loop der jaren meer en meer is overgegaan tot dergelijk gedrag. Het behoeft geen betoog dat de geschetste context uiterst geweldbevorderend is.

Uiteraard gaat het in de eerste plaats om de instelling van de vandalen zelf. In een eerder verband is opgemerkt dat er grote overeenkomsten zijn met andere vormen van vandalisme en jeugddelinquentie. Blijkens recent onderzoek worden voetbalvandalen gekenmerkt door een laag opleidingsniveau. Lager dan van hun eigen vader. Spijbelen ligt hier doorgaans aan ten grondslag. Er is sprake van een hoog werkloosheidcijfer. Men is vaak betrokken bij geweldpleging en andere vormen van kleine criminaliteit buiten de sfeer van het voetballen. Drank en drugsgebruik vormen vaak een groot probleem.

Al met al geen opwekkend beeld dat uitzicht biedt op een spoedig verdwijnen van het voetbalvandalisme. Het gaat immers om jongeren die vaak weinig te verliezen hebben. Toch zijn er in ieder geval twee postieve aanknopingspunten. De aanwas van jongere voetbalvandalen lijkt enigszins af te nemen. Daarnaast is er sprake van een zekere afname van het voetbalvandalisme in een aantal steden waar een sociaal preventieve aanpak wordt gehanteerd. Deze afname heeft zich in andere steden, Groningen bijvoorbeeld, niet voorgedaan. Het is van belang dat in dergelijke steden een dergelijk beleid zo spoedig mogelijk gestalte krijgt. Het ligt voor de hand dat dit in geïntegreerde vorm gebeurt met het supportersbeleid dat door de clubs gevoerd moet gaan worden.