Ook met nieuwe investeerders blijft Videotex kwakkelen

ROTTERDAM, 17 SEPT. Het grote publiek wil videotex maar niet omarmen. Bundeling van allerlei verspreide initiatieven in Videotex Nederland (VTX NL), begin vorig jaar, leek de heersende chaos te beëindigen, maar de verwachte snelle opmars van videotexdiensten blijft uit. “Het suist nog niet rond”, bevestigt directeur J.Th.A.L. Ploegmakers op zijn kantoor in Nieuwegein.

Videotex maakt het mogelijk met behulp van een beeldschermpje en een toetsenbord via de telefoonlijn informatie op te vragen, berichten uit te wisselen, bestellingen te doen. In Nederland zagen Economische Zaken, PTT, uitgevers en elektronicabedrijven heil in het grootschalige elektronische communicatiesysteem en pompten miljoenen guldens in de ontwikkeling ervan.

Maar terwijl in Frankrijk de "Minitel' al jaren ruim 5,5 miljoen enthousiaste gebruikers heeft - mede door de gratis verspreiding van het toestel - en 16.000 informatieverschaffers het medium gebruiken, bleef de ontwikkeling van videotex in Nederland jarenlang steken op technische problemen. De oprichting van Videotex Nederland, beheerder van de elektronische infrastructuur, onderving dat probleem uiteindelijk.

Nu is het zaak een heuse markt te creëren. Daarvoor zijn aanbieders en gebruikers van informatiediensten nodig. Zonder aanbieders immers geen gebruikers, en omgekeerd.

Die kip-ei kwestie werd vorig jaar deels opgelost door de PTT, die opzoeken van telefoonnummers en postcodes via videotex mogelijk maakte. Maar hoe aantrekkelijk zulke "trigger-diensten' ook zijn, zij alleen maken het netwerk niet rendabel. Dus wordt naarstig gezocht naar extra diensten en gebruikers.

Met reclame in kranten en op televisie meet Videotex Nederland nut en genoegen van videotex breed uit. Vorig jaar besteedde het bedrijf 9,5 miljoen gulden; over de inkomsten laat directeur Ploegmakers zich niet uit. Het verlies betitelt hij liever als “investering”.

In de anderhalf jaar van zijn bestaan heeft Videotex Nederland zo'n 200 contracten afgesloten met bedrijven en instellingen, waarvan driekwart de consument op dit moment diensten aanbiedt. Zo bieden Postbank en Rabobank (elk voor 17 procent aandeelhouder) elektronisch bankieren, Ahold en Wehkamp teleshoppen, zo is er informatie te vinden van de Rijksoverheid, over lijnvluchten en tweedehands auto's, zo zijn er babbelboxen en beursberichten.

Een mogelijke tegenslag is het dreigende bankroet van ComNet in Papendrecht. Dit bedrijf "vertaalt' informatie van klanten in Videotex-beelden en zorgt dat de informatie op het netwerk van Videotex Nederland komt. Mocht ComNet failliet gaan, dan kan die verspreiding - al of niet tijdelijk - stilvallen. Dat is nadelig voor de netwerkbeheerder, die het afgelopen halfjaar toch al een lager gebruik ("verkeer') van zijn netwerk registreerde dan verwacht.

Het optimisme van Ploegmakers is niettemin ongebroken. “De markt is er”, zegt hij. “Er is behoefte aan dit systeem. Maar de introductie ervan is complex. Aan de ontwikkeling van een markt zitten haken en ogen. Dat moet je niet onderschatten.”

Videotex Nederland is op verschillende fronten actief om die markt open te leggen. Veel energie wordt gestoken in de acquisitie van nieuwe diensten en uitbreiding van het gebruikersbestand. Zo verlaagde PTT Telecom (met 19,5 procent de grootste aandeelhouder) de prijs van videotexterminals tijdelijk tot 500 gulden om de tegenvallende verkoop ervan te stimuleren. Prompt verkochten haar Primafoonwinkels evenveel terminals in de eerste helft van dit jaar als in heel 1990.

Videotex Nederland sloot vorige maand een overeenkomst met fabrikant en aandeelhouder Philips. De ruim 4000 Nederlandse Philips-dealers nemen de terminal nu ook in hun assortiment op. Een promotiebus zal dit najaar braderieën en andere evenementen afrijden voor videotexdemonstraties.

Om meer bezitters van personal computers voor het nieuwe medium te interesseren, ontwikkelde VTX NL spotgoedkope programmatuur (24,75 gulden) om videotex in huis te halen. Tegelijk worden computerfabrikanten bewerkt om vaker een modem - nodig voor de telefoonverbinding - in te bouwen of mee te verkopen. Onzichtbaar voor consumenten, maar zeker zo relevant, zijn initiatieven voor verbetering van de technische en organisatorische infrastructuur, die uiteindelijk moeten leiden tot een goedkoper en sneller netwerk.

Videotex Nederland registreerde medio 1991 450.000 oproepen en meent - hoewel dat niet meetbaar is - “royaal meer” dan 100.000 regelmatige gebruikers te hebben. “Wij varen goed”, zegt Ploegmakers. Dat wil zeggen: “Het aantal diensten is in lijn met het business plan.” Veel details over dat plan laat de directeur niet los. “In het verleden zijn te veel uitspraken gedaan die als los zand aan elkaar hingen.”

Het is met name dat verleden geweest waaruit zijn bedrijf lering heeft getrokken. In verschillende videotex-projecten is het afgelopen decennium duchtig geïnvesteerd, onder andere door uitgevers en leveranciers van elektronica. Maar het ging telkens om kleinschalige initiatieven, waarvoor geen massale belangstelling kon worden gekweekt. De verwachte revenuen bleven uit.

Zo'n 73 miljoen gulden werd bijvoorbeeld gestoken in Totaalnet, een videotexproef in Zuid-Limburg. Economische Zaken, dat 53 miljoen gulden aan Totaalnet leende, legt graag nadruk op het experimentele karakter omdat de proef een totaal fiasco is geworden. Na vijf jaar heeft Totaalnet, dat eind dit jaar wordt geliquideerd, duizend abonnees. EZ verwacht geen geld terug te zien. Ook aandeelhouders als Philips, PTT Telecom, Publinet, Alcatel en Intercai moeten hun investering van samen 20 miljoen gulden maar als leergeld beschouwen.

Dat PTT Telecom, Philips en Alcatel aandeelhouder van Videotex Nederland zijn geworden, geeft aan dat zij geenszins hun bekomst hebben van videotex. De deelneming van 17 procent (ad 6,6 miljoen gulden), die het Franse Intelmatique - succesvol met Minitel - twee maanden geleden verwierf, duidt erop dat Videotex Nederland op termijn zicht op winst moet hebben. Maar de opgeblazen pretenties die in voorbije jaren menig videotexproject begeleidden, blijven nu achterwege. Ploegmakers: “We werken op een relatief onontgonnen markt. Met alle risico's van dien.”

Ook Economische Zaken blijft erbij dat videotex toekomst heeft. Minister Andriessen zegde onlangs nog 1,5 miljoen gulden toe ter stimulering van videotexdiensten binnen de rijksoverheid.

In de notitie "Videotexdiensten in Nederland', die Andriessen vorige maand naar de Kamer stuurde, staat dat “de uitgangsvoorwaarden voor een succesvolle penetratie op zowel de zakelijke als de particuliere markt belangrijk verbeterd” zijn. Het bedrijfsleven, aldus EZ, is zich er namelijk steeds meer van bewust geworden dat elektronische communicatie “een strategische optie van de eerste orde is”, terwijl "knoppenangst' in veel huishoudens verdwenen is. Daarnaast noemt de notitie de gestage groei van het serieuze dienstenaanbod, inspiratie door het succes van Minitel en het eigen stimuleringsbeleid als doorslaggevende factoren. “Dit alles wettigt de veronderstelling dat elektronische communicatie door middel van videotex definitief de weg naar volwassenheid heeft ingeslagen.”

Die conclusie van EZ steekt Ploegmakers een hart onder de riem. Tegelijk weet hij dat hij nog een lange weg te gaan heeft. De bekende vicieuze cirkel - potentiële dienstenaanbieders blijven wachten op een groot gebruikersbestand, gebuikers wachten tot er voldoende interessante diensten zijn - blijft immers een dagelijkse worsteling.

“Wachten op de ontwikkelingen was tot nog toe de gewoonte. Dat veranderen is heel moeilijk”, zegt Ploegmakers, die heel zeker weet dat succes afhangt van een groter dienstenaanbod. “We hebben wel veel diensten, maar die zijn lang niet alle doorslaggevend. Kijk naar Frankrijk - duizenden diensten, maar de gemiddelde consument gebruikt er vijf à tien.”

Hoewel ook Ploegmakers van mening is dat bedrijven de afgelopen jaren de gebruiksmogelijkheden van videotex beter hebben leren begrijpen, blijkt de ontwikkeling van de zakelijke markt nog sterk te worden belemmerd door de lage tarieven. Omdat de Nederlandse PTT gebruikers van videotex maximaal 50 cent per minuut in rekening brengt, kan de informatieleverancier - na aftrek van PTT- en VTX NL-kosten - hooguit 23,5 cent per minuut verdienen. “Er zijn legio zakelijke diensten die tegen dat tarief niet kunnen worden verleend”, weet Ploegmakers. In andere Europese landen kregen videotexdiensten een grote stimulans doordat veel hogere tarieven (van 73 cent tot 8,41 gulden per minuut) konden worden berekend. De afdrachten van de Nederlandse PTT behoren volgens EZ tot de laagste ter wereld. Reikhalzend ziet Ploegmakers dan ook uit naar verruiming van de tariefmogelijkheden, waar Verkeer en Waterstaat welwillend tegenover zou staan.

Onder die omstandigheden moet het mogelijk zijn dat Videotex Nederland in 1994 minimaal quitte speelt. Tot die tijd zal het bedrijf nog tientallen miljoenen guldens in organisatie en infrastructuur investeren. Op kortere termijn, eind dit jaar, is Ploegmakers tevreden als hij 250 diensten operationeel heeft, en 150.000 geregelde gebruikers vermoedt die op maandbasis 750- à 800 duizend keer de bestanden raadplegen.