Omruil-strategieën

Gisteren, de dag voor Prinsjesdag, ging er weinig om op de Optiebeurs. Vrijdag lopen de september-opties op de index en de dollar af, maar zelfs dat lijkt geen garantie voor een beetje actie op de beurs. Daarom klaagt de handel blaren op de tong, want lage omzetten en nauwelijks verandering in de koersen betekent straks weer brood meenemen van thuis. Voor beleggers ligt dat anders, misschien. De waarde van hun bezit blijft immers op peil en de angst voor uitschieters naar beneden verdwijnt door het gebrek aan opwindend nieuws.

Het lijkt alsof de beurs op het huidige peil is vastgenageld. Beleggers willen daarom niet veel extra meer betalen boven de werkelijke waarde van een optie en dat drukt de koersen naar beneden. Dat is al een paar maanden zo. Beleggers die in het verleden bij voorbeeld kortlopende opties op de index kochten, zagen heel wat keren hun opties waardeloos aflopen, omdat de index zich niets aantrekt van de onder het beleggersvolk levende verlangens. Dan is het niet leuk meer op de beurs.

Hoe lang duurt dit nog? En welke mogelijkheden hebben houders van aandelen die niet willen verkopen, maar toch hun stukken willen beschermen tegen koersdaling?

Neem Philips. Koers gisteren in de loop van de dag: 36,40. Veel beleggers behaalden inmiddels een papieren koerswinst van 10 gulden of meer. Die rit naar boven verliep zo plezierig dat zij moeilijk afscheid kunnen nemen van hun stukken. 'Philips komt boven de veertig', zeggen zij vol overtuiging. Misschien is dat zo, maar het bezit van een aandeel kost, ongemerkt, rente en daar staat (nog) geen dividend tegenover.

Voor het 12 maanden aanhouden van 1 aandeel Philips op 36,40, tegen 7,5%, bedraagt de gemiste (belast boven de 1000 gulden per persoon) rente: 2,73 gulden. Wie nu een aandeel koopt moet dus minstens 2,73 aan (onbelaste) koerswinst behalen om het renteverlies te compenseren. In werkelijkheid is de vereiste koerswinst lager, wanneer de fiscale aspecten meegenomen worden.

Wie nu zijn aandelen Philips verkoopt, doet afstand van twee onzekere winstbronnen:onbelaste koerswinst en belast dividend. Daar staan twee zekere pluspunten tegenover: rente (belast) en geen kans op koersverlies op de aandelen. Wat is het beste? Verkopen of aanhouden?

Een verkoper-winstnemer die zijn geld op de bank zet, kan voor de rente van 2,73 een call-optie kopen en toch profiteren, maar minder, van een hoger Philips wanneer de call-optie ook stijgt. De call januari (volgend jaar) met uitoefenprijs 37,50 gulden (aandeel 36,40) voor 1,50 lijkt een geschikte call. Gaat Philips nog 2,50 omhoog, dan doet de optie ongeveer 3 gulden. Dat is ruwweg te bepalen met de koersen in de editie van gisteren. De call januari 37,50 deed 1,50 (in de kolom laatst). Je kijkt naar de optie met een 2,50 lagere prijs (3,00) om te weten wat de '37,50' zal doen als het aandeel 2,50 stijgt. Het is een handig trucje, geen hogere rekenkunde.

Om ook te kunnen profiteren van een lager Philips kan de call aangevuld worden met de put januari 35 voor 90 cent. Die combinatie van een call en put is een strangle en kost 2,40 (1,50 + 0,90) of 240 gulden voor 2 contracten op 100 aandelen. Om te schatten wat de put zal doen als het aandeel 2,50 daalt, kijk in het koersoverzicht naar de optie met uitoefenprijs 37,50 (2,00). Wie zijn aandelen omruilt voor een dergelijke optiecombinatie calls en puts hoeft zich niet meer te vervelen. Ook enkele andere optie-aandelen kunnen op de geschetste wijze worden omgeruild voor opties.

De verstokte optie-spelers in index-opties zitten met smart te wachten op beweging. Een manier om de maanden door te komen is om af en toe een gokje te wagen. De put september 275 op de index deed maandag 60 gulden per contract; index 277,66. Daalt de index tussen nu en aanstaande vrijdag 3,26 punten of 1,2 procent, dan staat de optie (zonder rekening te houden met aan- en verkoopkosten) bijna op winst. De overeenkomstige oktober-275-optie geeft voor 230 gulden langer speelruimte.

Je koopt zo'n optie niet echt met plezier, omdat de beurs zo stabiel is. Dat is een tegenstrijdige benadering, want als de beurs juist niet stabiel is, liggen de prijzen veel hoger. Dat pleit er voor om juist nu opties te kopen. En omdat er meer mensen geloven in een lagere beurs dan in een hogere, verdienen put-opties op de meest verhandelde fondsen de voorkeur.