Om troepen te kunnen sturen moet er eerst vrede in Joegoslavië zijn

DEN HAAG, 17 SEPT. Om een vredesmacht te kunnen sturen, moet er eerst vrede zijn. Uit voorlopig nog terughoudende reacties in diplomatieke kringen in Den Haag geldt die omstandigheid als voornaamste euvel van het idee van minister Van den Broek om een “licht bewapende” vredesmacht van de Westeuropese Unie naar Joegoslavië te sturen. Van den Broek wil een vredesmacht sturen, omdat met de huidige vredesconferentie en met EG-waarnemers geen vrede te bereiken is. Maar om troepen te kunnen sturen, moet er vrede zijn.

Van den Broek legde er gisteravond, toen de eerste reacties op zijn idee binnenkwamen, ook duidelijk de nadruk op: “Het gaat niet om een militaire interventie van de WEU, maar om een vredesmacht.” Ook zijn woordvoerder herhaalde vanmorgen nadrukkelijk: het gaat om vredeshandhaving, niet om het afdwingen ervan. De belangrijkste voorwaarde is derhalve dat de betrokken partijen in Joegoslavië met de komst van deze vredesmacht akkoord gaan. De Servische minister van buitenlandse zaken, Vladimir Jovanovic, reageerde gisteravond op de Britse televisie zeer duidelijk: “Wij zijn tegen elke buitenlandse militaire aanwezigheid in Joegoslavië.”

De Serviërs, die met behulp van het federale leger grote stukken Kroatisch grondgebied hebben veroverd, hebben geen enkel belang bij WEU-troepen die een feitelijke troepenscheiding tot stand brengen. Diplomaten van EG-landen stellen daarbij bovendien de vraag of de Kroaten daar belang bij hebben, nu ze al zoveel grondgebied zijn kwijtgeraakt.

Tot vanmiddag was vanuit de EG-hoofdsteden alleen in Parijs, door minister van buitenlandse zaken Roland Dumas, direct positief op het idee gereageerd. Zowel Dumas als president Mitterrand heeft in een eerder stadium zelf al laten doorschemeren, dat hij niet tegen een vredesmacht zou zijn, nu elke afspraak over een staakt-het-vuren onmiddellijk door de Joegoslavische groeperingen wordt geschonden. Over de reactie van de Britten bestaat onduidelijkheid: in Britse kring staat men, gezien de ervaringen in Noord-Ierland, zeer terughoudend tegenover militaire inverventies in gebieden waar bij de strijdende partijen de wil ontbreekt om de strijd bij te leggen.

In defensiekringen in Den Haag wordt het ook als “cruciaal” gezien, dat er minstens een aantal dagen een staakt-het-vuren in acht wordt genomen, voordat een WEU-vredesmacht zinvol zou kunnen opereren. “Als de partijen in kwestie niet de politieke wil hebben om tot vrede te komen, heeft onze militaire aanwezigheid weinig zin. Anders zou het net zoiets kunnen worden als ten tijde van de Israelische inval in Libanon: het voornaamste wat de mensen van de VN-vredesmacht daar toen konden doen, was voorbijrijdende tanks tellen.”

"Peace-keeping', niet "peace-enforcing', het met militaire middelen afdwingen van vrede, dat is de voorwaarde van Defensie. “Voor een echte militaire inverventie zien wij geen meerderheid bij de landen van de Westeuropese Unie. Ook Nederland zelf zou daar zeer waarschijnlijk niet aan willen meedoen”, aldus een hoge defensieman. Voor een vredesmacht, die een staakt-het-vuren controleert, zou volgens dezelfde bron, Nederland binnen korte tijd zeker enkele duizenden militairen op de been kunnen brengen. “In de kwestie met de Koerden in Irak, hadden wij binnen enkele dagen bijna duizend man ter plaatse.”

In de afgelopen maanden is men bij Defensie, zoals ook in andere WEU-landen, begonnen scenario's te ontwerpen voor militaire interventies. In opdracht van de ministers van de negen WEU-landen heeft secretaris-generaal Wim van Eekelen in de afgelopen tijd een studie laten verrichten naar WEU-interventies. Bij Buitenlandse Zaken in Den Haag wordt vermoed dat Van Eekelen bij het noemen van een aantal van 30.000 benodigde militairen voor de vredesactie in Joegoslavië zich baseert op die studie. Het aantal van 30.000 wordt bij Buitenlandse Zaken dan ook niet van de hand gewezen. “Voor dit soort operaties heb je toch al gauw enkele tienduizenden mensen nodig, zeker als je de vredesmacht in heel Joegoslavië wilt inzetten”, aldus de woordvoerder van Buitenlandse Zaken vanmorgen.

Elke suggestie, dat Van den Broeks idee voor een vredesmacht zou zijn genspireerd door animositeit met zijn Duitse collega Genscher wordt van de hand gewezen. “Dit voorstel komt puur voort uit het feit dat de monitoren hun werk niet meer kunnen doen en de zaak in Joegoslavië nog verder uit de hand loopt als er geen nadere maatregelen worden genomen”, zegt woordvoerder Dig Istha. Binnenskamers op BZ en ook in buitenlandse diplomatieke kring in Den Haag wordt erover gegniffeld, dat Van den Broek zijn collega Genscher ertoe heeft gedwongen een WEU-ministerraad bijeen te roepen om te praten over een WEU-vredesmacht, waar Duitsland zelf niet aan mee kan doen door grondwettelijke hindernissen.