Litouwen

In het uitstekende artikel van Houwink ten Cate waarin de achtergronden worden verhelderd van het Litouwse antisemitisme en de daaruit voortvloeiende grootscheepse misdrijven tegen joden in de periode 1941 -'45 is de directe reden voor het wrede optreden niet genoemd.

De bevolking van de Baltische staten heeft na de bezetting door de Sovjet-troepen in juli 1940 tot het begin van de Operatie Barbarossa in juni 1941 een toenemende systematische terreur van de NKVD (geheime politie) moeten ondergaan.

Ruim vierendertigduizend Litouwers, twaalfduizend Esten en ruim veertienduizend Letten, mannen, vrouwen en kinderen, zijn in die periode verdwenen en vermoord.

De NKVD werd bij het opstellen van de lijsten van te liquideren- deporteren families en bij het daadwerkelijk opsporen en vangen van totaal onschuldige burgers enthousiast geholpen door de lokale communisten van wie een groot gedeelte ook joods was. Geen groep heeft zich zo gehaat gemaakt als de collaborerende communisten en heeft daarmee een barbaarse vergelding over zich afgeroepen. Ook zonder latent antisemitisme zou dat zijn gebeurd.