Litouwen

Het artikel van J. Houwink ten Cate over de toestanden in Litouwen (NRC Handelsblad, 13 september) is werkelijk adembenemend, niet om wat erin staat, maar om wat erin wordt verhuld.

Houwink ten Cate stelt vast dat aan de nationalistische haatuitbarsting die een groot aantal joden het leven kostte geen raciale maar politieke beweegredenen ten grondslag lagen. Merkwaardig is het dan vervolgens te moeten vaststellen dat er in het artikel over die politieke beweegredenen nauwelijks iets te vinden is dat die afschuwelijke haatexplosie kan verklaren. Het blijft bij de mededeling dat “in de Sovjet-Russische bureaucratie die tot juni 1941 de macht in Litouwen uitoefende, vele joden werkzaam” waren en dat de joden onder de collaborateurs "oververtegenwoordigd' waren.

Het is ongetwijfeld het eufemisme van het jaar om de stalinistische terreur met haar jacht op politieke tegenstanders, folteringen op grote schaal en massadeportaties onder slechtere omstandigheden dan die van de joden naar de vernietigingskampen in Polen, te bestempelen als "bureaucratie'. En de vraag waar het in dit verband om gaat is dus of die "oververtegenwoordigde joden' misschien ook een oververtegenwoordigde rol hebben gespeeld in het gevangenzetten, folteren en onder mensonterende omstandigheden deporteren van tienduizenden Litouwers. En of daarin misschien de oorzaak ligt voor wat de joden vervolgens door de Litouwse nationalisten is aangedaan. Een antwoord op die vragen is noodzakelijk voor een afgewogen oordeel over wat er toen en onlangs in Litouwen gebeurde.