Koopkracht stijgt volgend jaar niet of nauwelijks; Voor de uitkeringsgerechtigde op minimumniveau zonder kinderen blijft de koopkracht gelijk

DEN HAAG, 17 SEPT. De koopkracht van de burgers zal volgend jaar niet of nauwelijks stijgen. Een werknemer met een inkomen net boven het minimumloon gaat er volgend jaar het meest in koopkracht op vooruit, 1,25 procent. De modale ambtenaar is het slechtst af. Zijn koopkracht blijft gelijk.

Het kabinet kondigde dit voorjaar, tijdens het debat over de Tussenbalans, al aan dat het in 1992 wilde aansturen op de zogenoemde Koopkrachtbehoudlijn. Voor de uitkeringsgerechtigde op minimumniveau zonder kinderen en de modale ambtenaar blijft de koopkracht volgend jaar gelijk aan die van dit jaar. Een minimumloner met kinderen gaat er 0,8 procent op vooruit, een werknemer met een inkomen van tweemaal modaal 0,5 procent. In 1990, het eerste regeringsjaar van dit kabinet, steeg de koopkracht nog met 1 procent voor een uitkeringsgerechtigde en met 3 procent voor een werknemer met tweemaal modaal.

Inkomensmaatregelen:

De basisaftrek gaat met 425 gulden omhoog. Dat is 200 gulden meer dan het kabinet bij de Tussenbalans had aangekondigd. De basisaftrek is op dit moment 4.660 gulden. Werkenden mogen 1 procent meer aftrekken voor de kosten die ze maken in verband met hun werk. Dit zogenoemde arbeidskostenforfait gaat daarmee omhoog van 4 naar 5 procent van het "inkomen uit arbeid'. Het maximum dat hieraan verbonden zit gaat met 450 gulden omhoog naar 1.486 gulden. De burger gaat volgend jaar meer belasting betalen, doordat de prijsinflatie niet zal worden doorberekend in de belastingschijven. De hoogte van de sociale premies moet nog worden vastgesteld. De WAO-premie gaat in ieder geval omhoog. De uitkeringen worden volgend jaar niet gekoppeld aan de loonstijging in het bedrijfsleven, maar gaan op 1 januari en op 1 juli omhoog met in totaal 3 procent. Voor de arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren en werknemers in de gepremieerde en gesubsidieerde sector (onder meer verplegend personeel) wordt ook uitgegaan van 3 procent. Jongeren tot 21 jaar verliezen het recht op een bijstandsuitkering voor uitwonenden. Zij zullen bij werkloosheid alleen de uitkering voor thuiswonenden krijgen. Dat is voor een 20-jarige op dit moment 478,32 gulden, voor een 19-jarige 385,43 gulden en voor een 18-jarige 381,29 gulden. Jongeren van die leeftijd die al een jaar op zichzelf wonen behouden het recht op hun huidige uitkering van 812 gulden. Schoolverlaters die jonger zijn dan 27 jaar krijgen in het eerste half jaar na de afronding van hun studie een uitkering bij werkloosheid die gelijk is aan het budget voor een student krachtens de Wet op de Studiefinanciering. Ten gevolge van de invoering van het plan-Simons gaan de kosten voor de ziektekostenverzekering omhoog. Ziekenfondsgerechtigden zien het vaste bedrag van hun premie volgend jaar stijgen van 234 gulden naar 333 gulden per volwassene. Voor één kind moet de helft van dat bedrag worden betaald. Vanaf het tweede kind vervalt het vaste bedrag. Om gezinnen met kinderen tegemoet te komen in de stijgende kosten voor de ziektekostenverzekering gaat de opslag op de kinderbijslag voor één kind met 50 gulden omhoog en die voor twee kinderen met 100 gulden. De kinderbijslag voor het eerste kind in de leeftijd van 6 tot 12 jaar gaat verder met 48 gulden per jaar omhoog. De huren gaan op 1juli 1992 met 5,5 procent omhoog. De belasting op het eigen huis, het zogenoemde huurwaardeforfait, gaat op 1 januari omhoog van 2,1 naar 2,5 procent. Roken wordt duurder. De accijns op tabak gaat op 1 januari met 23 cent omhoog, op 1 juli met 20 cent en op 1 januari 1993 nog eens met 21 cent. Alleenstaanden met een inkomen lager dan 35.000 gulden verliezen op 1 januari het recht op de alleenstaandetoeslag, een toeslag van 25 procent van de basisaftrek bovenop deze belastingaftrek. Weduwen en weduwnaars krijgen vanaf 1 januari krachtens de dan in te voeren Algemene Nabestaandenwet een uitkering van maximaal 90 procent van het minimumloon. Tot nu toe bedroeg de uitkering in het kader van de Algemene Weduwen- en Wezenwet 100 procent. Het lesgeld voor leerlingen van 16 jaar en ouder gaat op 1 augustus met ongeveer driehonderd gulden omhoog van 1.163 naar 1.450 gulden. Het collegegeld gaat op 1 augustus met honderd gulden omhoog naar 1.850 gulden. Studenten die hun propaedeuse niet in anderhalf jaar halen zien hun beurs omgezet in een rentedragende lening. De basisbeurs voor leerlingen van 18 jaar en ouder in het voortgezet onderwijs wordt verlaagd naar het niveau van de kinderbijslag. Thuiswonende leerlingen krijgen vanaf 1 augustus 1993 120 gulden per maand in plaats van de huidige 235 gulden, kamerbewoners 455 gulden (nu: 570). Het openbaar vervoer wordt op 1 januari 6 procent duurder. Een huishouden moet in 1992 gemiddeld 33 gulden per jaar extra betalen voor de WABM-heffing (Wet Algemene Bepaling Milieuhygiëne). Het reinigings- en rioolrecht zal een huishouden volgend jaar gemiddeld 25 gulden extra kosten. De heffing op water, de WVO-heffing, gaat per inwoner-equivalent met 7 gulden omhoog. De omroepbijdragen voor televisie en radio gaan respectievelijk met 4 en 1 gulden omhoog. Het voorzieningenpakket voor gehandicapten in het kader van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) wordt beperkt. De maximale vergoeding voor vervoer (taxi of bruikleenauto) wordt gehalveerd en komt daarmee op 1.575 gulden. Vanaf een inkomen van 42.000 gulden wordt de gehandicapte verondersteld een eigen auto te hebben. De gehandicapte moet per voorziening een eigen bijdrage betalen tot een maximum van in totaal 516 gulden per jaar. Een aantal voorzieningen zoals telefoon-, stook- en dieetkosten plus de kosten van het slijten van kleding zullen niet meer voor een vergoeding in aanmerking komen.