Inwoners Zagreb zullen zich niet uit stad laten wegbombarderen; Belegeraars kazerne blazen bij luchtalarm toch liever de aftocht; "Serviërs zullen alles doen om deze stad te vernietigen'

ZAGREB, 17 SEPT. Om de inwoners van de Kroatische hoofdstad Zagreb, 900.000 in getal, van de straat te krijgen, is het niet nodig een avondklok in te stellen. Om twee uur 's nachts is de - overeenkomstig de instructies van het lokale crisiscentrum - geheel verduisterde stad geheel uitgestorven. Heel af en toe slechts rijdt een auto met parkeerlichten over het stationsplein in het centrum van de stad. De trams, die eerder op de avond met onverlichte wagens nog diensten uitvoerden, zijn eveneens tot stilstand gekomen. De anders zo levendige stad slaapt, of is bang. Want veel Zagrebenaren geloven heilig in de mogelijkheid van een bombardement door de luchtmacht.

Maandag was er tot twee keer toe een luchtalarm. De eerste maal, even voor twaalf uur 's middags, duurde maar een kwartiertje. 's Avonds was het ernstiger, tussen zeven en acht uur. Volgens Radio Zagreb waren er van vliegbases in Pula en Bihac meerdere vliegtuigen opgestegen. Inderdaad werd even later boven het geluid van straaljagers vernomen, maar die bleven hoog in de lucht.

Gevechtshandelingen in Zagreb had eigenlijk niemand tot voor kort mogelijk gehouden. De stad ligt tachtig kilometer van het dichtsbijzijnde front, dat bij Sisak, en wordt ook niet omringd door Servische dorpen, van waaruit andere Kroatische steden de laatste dagen met steeds grotere intensiteit aan mortierbombardementen worden blootgesteld. Toch is de spanning in Zagreb aanzienlijk toegenomen, nu de Kroaten - na hun omsingeling dit weekeinde van de kazernes van het Joegoslavische leger in de stad - gisteren ook het hoofdkwartier van het Vijfde militaire district (Kroatië en Slovenië) middenin het centrum met gewapende eenheden van de Nationale Garde, gevulde tankauto's, tankversperringen en mijnen hebben omsingeld, en het gebouw van elektriciteit, water en telefoon hebben afgesneden.

Volgens het Joegoslavische persbureau Tanjug zijn alle essentiële diensten inmiddels al door de legerleiding naar andere lokaties overgebracht. In het gebouw bevindt zich echter wel degelijk de commandant van het Vijfde district, generaal Andrija Raseta, die op een persconferentie gisteren zei het gebruik van de luchtmacht bij het doorbreken van de blokkades van militaire objecten in Zagreb niet te kunnen uitsluiten. Gistermiddag kreeg hij gezelschap van een drietal waarnemers van de EG. Het gebouw, geen kazerne maar een kantoorpand, is vermoedelijk moeilijk te verdedigen tegen een serieuze aanval door de Kroaten. In een poging tot normaliteit staan aan de hoofdingang nog de gebruikelijke twee wachtposten in de houding. Dat moet een onaangename taak zijn, zo in het schootsveld van tientallen Kroatische pistoolmitrailleurs aan de andere kant van het park.

Bij een kazerne in de wijk Tresnevka, aan de westzijde van de stad, staan opgewonden mannen in burger met machinepistolen naast gevulde tankauto's passanten schreeuwend tot doorlopen te manen. Zulke mannen zijn er op veel plaatsen in de stad, op bruggen en bij versperringen, en menigeen lijkt met verve de gelegenheid te baat te nemen anderen bevelen te verstrekken. Op het nieuw ingerichte centrum voor de internationale pers meldt een in dreigende taal gesteld papier dat vandaag voor vier uur alle eerder verstrekte gele perskaarten door rode moeten zijn vervangen, op straffe van verwijdering van de journalist. De dame die de perskaartenmachine bedient, is echter om vijf over drie niet meer benaderbaar. Bits wijst zij op het bordje: van 9 tot 3.

Bij de Maarschalk Tito-kazerne, de enige in Zagreb waar het leger serieuze verdedigingsmogelijkheden heeft in de vorm van tanks en zware artillerie, is van een blokkade op het eerste gezicht weinig sprake. Ongehinderd loopt of rijdt de bezoeker naar de ingang, waar net een groep vrouwen met plastic tassen naar binnen gaat, Servische officiersvrouwen wellicht die het in de kazerne veiliger vinden dan in de stad. Achter de poort staat een bemande tank, verder is er weinig van verdedigingsmaatregelen te zien, afgezien van wat zandzakken achter ramen.

Aan de poort staat ook een luidspreker, waarmee de militairen van gedachten kunnen wisselen met het groepje Kroatische gardisten met camouflagepakken en zwarte banden om het haar, die hen hier af en toe per megafoon tot de overgave komen manen. De Kroatische televisie laat 's avonds zo'n poging zien, door een groepje Kroaten dat echter ijlings de aftocht blaast als de sirenes van het luchtalarm beginnen te loeien. Op het moment dat wij hier voorbijkomen, blijft de Kroatische dreiging echter beperkt tot een groepje ruige types in burger, die op vele honderden meters afstand van de poort achter zandzakken flink met hun jachtgeweren zwaaien, om ons tot doorrijden te manen.

Soms lijkt het alsof inwoners van Zagreb, gedesillusioneerd door de rampzalige ineenstorting van hun republiek in tenminste vier door Servische zones gescheiden enclaves, vurig hopen dat hun stad zal worden gebombardeerd. “Liever sterven dan worden verdreven uit mijn eigen land”, meent een jongeman. Dat van Servische zijde al meerdere keren is voorgesteld dat Kroatië zijn eigen weg los van Joegoslavië gaat, maar dan zonder de in meerderheid door Serviërs bewoonde gebieden, lijkt niemand een oplossing. “Dat hebben ze in de geschiedenis al vele malen voorgesteld, de amputatie van Kroatië”, meent dezelfde jongeman. “Nooit”. De Kroatische televisie vertoont met grote regelmaat een clip, waaruit moet blijken dat Kroatië in de geschiedenis alleen maar groter is geweest dan de huidige omvang van deze Joegoslavische deelrepubliek, nooit kleiner.

Ook het argument dat de Joegoslavische luchtmacht - in tegenstelling tot eenheden van de Joegoslavische landmacht en gewapende Serviërs - in deze oorlog nog geen burgerdoelen heeft aangevallen maar tot nu toe slechts precisiebombardementen heeft uitgevoerd op barricades of eenheden van de Kroatische Nationale Garde, lijkt niemand te kunnen overtuigen. “Ze haten ons”, meent een Zagrebse, “en ze zullen alles doen om deze stad, "uw Parijs' zoals ze zeggen, te vernietigen”. Overigens zijn 150.000 inwoners van Zagreb zelf Serviër, maar zij manifesteren zich op geen enkele wijze.

Vol overtuiging dus spoeden de meeste inwoners van Zagreb zich bij elk luchtalarm naar de in hun huis ingerichte schuilplaats of een van de niet zeer talrijke openbare schuilkelders. De grootste, een complex van gangen in de berg in het centrum waarop de regeringsgebouwen staan, kan duizenden mensen bevatten. De gangen zijn voorzien van een buitengewoon luidruchtige luchtverversingsinstallatie, die weergalmende bonken produceert. Bij het eerste luchtalarm, zondagavond, verkeerden de aanwezigen daarom in de onjuiste veronderstelling, dat boven hun hoofd er van de Kroatische hoofdstad weinig overbleef.

De plaatselijke autoriteiten kondigen dagelijks nieuwe maatregelen af ter vervolmaking van de "gedeeltelijke noodtoestand' in Zagreb. Vandaag en morgen blijven de lagere- en middelbare scholen gesloten, aan de universiteiten zijn geen colleges. Alle lichtreclames in de stad moeten worden uitgeschakeld, autorijden tijdens luchtalarm is voortaan verboden - een gebod dat velen gisteren overigens aan hun laars lapten. Op diverse punten in de stad zijn bergen zand gestort, waarmee inwoners zandzakken ter bescherming van hun kelderramen vullen.

De Kroatische televisie blijft de gehele nacht in de lucht met patriottische liederen, waarvan er dankzij een recente prijsvraag vele zijn, en af en toe een nieuwsbulletin. De plannen voor een Europese vredesmacht worden daarin slechts af en toe terloops, zo tegen het eind vermeld - Kroatië lijkt van het tot voor kort zo bewierookte "Europa' weinig meer te willen weten. De meeste aandacht gaat naar triomfantelijke berichten over meestal onbeduidende militaire objekten, waar de wacht zich aan de Kroaten heeft overgegeven.

Slechts af en toe wordt de goede verstaander duidelijk, dat het met de échte oorlog, aan de Kroatisch-Servische fronten, nog steeds niet goed gaat. Het hoofd van de defensie in Osijek, Branimir Glavas, roept de bevolking op zich met alle beschikbare wapens en molotov-cocktails gereed te houden voor de verdediging van de stad. Kennelijk vreest hij de spoedige val van Osijek. En om duidelijk te maken dat de Nationale Garde het plaatsje Dubica, honderd kilometer ten zuiden van Zagreb, heeft moeten opgeven, neemt de Kroatische televisie zijn toevlucht tot een van de klassieke eufemismen waarmee strijdende partijen een nederlaag aanduiden: “Bij Dubica”, zo heet het, “is een nieuwe verdedigingslinie ingericht”.