Het zwarte gat van Nederland

De Nederlandse belastingmoraal glijdt af; het informele circuit in de economie bloeit volop. De officiële statistieken verliezen het contact met de werkelijkheid.

Wanneer presenteert het kabinet nu eens de echte Miljoenennota? De cijfers die vandaag de wereld worden ingestrooid kloppen niet. De produktie is anders, de consumptie, de werkloosheid. Over de echte economie van Nederland wordt gezwegen. Is Prinsjesdag verworden tot een rituele dans over een schijnwereld?

“De werkelijkheid wijkt erg af van het beeld dat in de Miljoenennota wordt opgeroepen”, zegt professor A. Heertje, econoom aan de universiteit van Amsterdam. Er is een veel grotere economische activiteit en produktiviteit dan uit de cijfers blijkt, er zijn minder werklozen en mensen beschikken over veel meer koopkracht dan wordt aangenomen.

“De Miljoenennota registreert slechts een deel van de economie omdat het hele informele circuit - zwart en grijs - buiten beschouwing wordt gelaten.” Het gaat veel beter met Nederland dan de officiële statistieken ons doen geloven, meent de professor, vermaard om zijn rabiate uitspraken.

Tien jaar geleden maakten Arnold Heertje en Harry Cohen furore met hun boek Het officieuze circuit waarmee alle economische activiteiten tussen de werkelijkheid en de officiële statistieken worden bedoeld. Aanvankelijk werden de beide schrijvers flink onder vuur genomen. Maar al gauw wierp de een na de andere wetenschapper zich op het onderwerp om te onderzoeken hoe groot de informele economie feitelijk was. De publieke verontwaardiging over vooral het zwarte circuit bereikte halverwege de jaren tachtig een hoogtepunt. Er werd een grote inter-departementale commissie (Ismo) ingesteld naar misbruik en oneigenlijk gebruik van belastingen, subsidies en sociale zekerheid. Daar is het bij gebleven.

Inmiddels is het debat tot een onheilspellende stilte verstomd, terwijl de officieuze economie volop bloeit. In het Westland trekken buitenlandse werknemers dagelijks de kassen in om zwart te werken. Het aantal illegale naai-ateliers is de laatste vijf jaar met een derde gestegen; vaklieden die uit Turkije worden aangetrokken laten zich in Nederland "snappen' zodat de terugreis door de Nederlandse staat wordt betaald.

Naarmate het maatschappelijk klimaat verhardt, neemt de omvang van belastingfraude toe. Geknoei met cijfers in het midden- en kleinbedrijf gaat niet meer om duizenden guldens, maar om tien- en honderdduizenden guldens. BTW wordt ontdoken en delen van de omzet worden niet geboekt. Goederen die in het buitenland worden ingekocht worden onderhands verkocht en het geld wordt naar een buitenlandse rekening gesluisd.

De belastingmoraal van de Nederlanders glijdt af. Uit een recente Nipo-enquête blijkt dat driekwart van de Nederlanders behoefte heeft om de belasting te ontduiken of te ontgaan. In 1978 was dat nog 66 procent. En tachtig procent van de bevolking vindt dat bijverdiensten niet hoeven te worden opgegeven; in 1978 was dat 69 procent. Alleen al in Amsterdam heeft een “zeer groot aantal cliënten” van de sociale dienst dat in de bijstand zit, witte inkomsten niet opgegeven aan de belastingen, maakte staatssecretaris Ter Veld onlangs bekend. De echt rijke landgenoten nemen de wijk naar België om de vermogensbelasting van 0,8 procent te omzeilen waar volgens een voorzichtige schatting nu tachtigduizend Nederlanders wonen.

Dit is slechts een greep uit de dagelijkse werkelijkheid van de informele economie. “In de maatschappij is een te groot acceptatiesysteem gegroeid in de trant van, het mag allemaal wel”, zei Ter Veld in juni. Met andere woorden: gebrekkige controle werkt gerommel in de hand. “De zaak is volkomen onbeheersbaar geworden”, liet een maatschappelijk werker op het gebied van de bijstand zich recentelijk ontvallen. “Het barst van de regels en verfijningen op die regels. De regels passen niet op de werkelijkheid van alledag. Ze zijn onuitvoerbaar en oncontroleerbaar.”

Onrustbarende geluiden, alleen: niemand kijkt er meer van op. Over de zwarte en grijze economie wordt enkel nog gezwegen. Door de overheid, door de werkgevers, de werknemers en de uitkeringsgerechtigden. Geen wonder. Vrijwel iedereen is in meer of mindere mate bij het complot betrokken. Wie heeft er niet eens "zwart' een muurtje laten optrekken of bepaalde bijverdiensten verzuimd op te geven aan de belasting? Uit een enquête in 1983-84 van de Universiteit van Amsterdam onder 250 huishoudens bleek dat bijna driekwart van alle opknapwerkzaamheden binnenshuis zoals schilderen, timmeren en behangen zwart plaats te vinden. En de controleurs? Zij schieten hopeloos tekort; het zijn er te weinig en de talloze controlerende instanties werken langs elkaar heen.

Pag 20:

"Groeiende informele economie maakt samenleving onwaarachtig'

“Het officieuze circuit moet worden blootgelegd”, vindt Heertje. Anders komt de waarheid over de werking van de nationale economie nooit aan het licht. “De groeiende grijze en zwarte economie vergroot de onwaarachtigheid van de samenleving. Het officiële beeld en de werkelijkheid lopen steeds verder uit elkaar.”

Zo is de waarheid over de Wao volgens de professor ook nog te weinig boven water gekomen. “Jarenlang hebben werkgeversorganisaties en vakbeweging het officieuze circuit in stand gehouden. Ze hebben allerlei mensen in de Wao geduwd voor wie de regeling nooit was bedoeld. Deze groep werd actief in het officieuze circuit en had volop koopkracht die niet geregistreerd werd.” Daarom wordt het “gemillimeter” over een procent meer of minder salaris bij de loononderhandelingen volgens Heertje ook “zo belachelijk”. “Mensen geven veel meer uit dan iedereen denkt”.

Een voormalig Akzo-topman had het hem onlangs nog gezegd. Het is jarenlang bewust beleid geweest. Het waren geen incidenten. Massaal hebben de sociale partners eraan meegewerkt. Heertje: “Daarom durf ik de stelling aan dat twee derde niet in de Wao thuishoort. Zij hebben het verpest voor de Wao-ers die werkelijk arbeidsongeschikt zijn, voor de echte zwakken, de niet-actieven die ook niet in het officieuze circuit werken”.

Maar scepsis is op zijn plaats bij àlle cijfers over fraude met uitkeringen, ontduiking van belastingen of de omvang van het zwarte circuit. Recent en betrouwbaar cijfermateriaal is nauwelijks voorhanden. Heertje en Cohen schatten de omvang van het zwarte circuit in hun boek destijds op tien procent van de totale nationale produktie van driehonderd miljard. Dit zou volgens de auteurs “een veel te lage schatting zijn” en tijdens de perspresentatie werd dat cijfer opgeschroefd tot twintig procent van het bnp ofwel zestig miljard gulden.

Dat leek topeconoom H. van Tuinen van het Centraal Bureau voor de Statistiek “wat al te grijs”. Het CBS sloeg aan het rekenen en kwam een jaar later, in 1981, op “hooguit vijf procent, in ieder geval minder dan tien procent van de bruto nationale produktie”. Volgens andere rekenmeesters hadden Heertje en Cohen nog een lage schatting gemaakt. De Amerikaanse hoogleraar Edgar Feige had becijferd dat het Amerikaanse nationaal inkomen feitelijk 27 procent hoger was dan de officiële cijfers suggereerden. Was dat een signaal voor Nederland?

Enkele jaren later gaven de resultaten van een eerste uitvoerig onderzoek naar de omvang van het zwarte circuit meer houvast. De inter-departementale commissie (Ismo) misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies schatte in 1985 dat de staat tussen de 16 en 21 miljard aan inkomsten misliep. Deze schatting was aan de lage kant want het onderzoek beperkte zich tot de rijksoverheid en liet de zwart geldstromen op lokaal niveau, in particuliere bedrijven of bedrijfsverenigingen buiten schot.

In ieder geval was de conclusie van de Ismo niet voor tweeërlei uitleg vatbaar: Gemakshalve wordt voorbijgegaan aan de concurrentievervalsing van zwarte activiteiten voor groeperingen die wel de wettelijke verplichtingen naleven. Dergelijke activiteiten oogluikend toestaan betekent in wezen erkenning van het recht van de brutaalste en instemmen met een zeer ongelijke verdeling van lusten en lasten.

Het CBS schat het zwarte circuit overigens nog steeds op zo'n tien procent van het bnp, dat is 50 miljard gulden aangezien de totale produktie tot 500 milard is gestegen. “Dat cijfer omvat niet alleen het zwart werken in bedrijven, maar ook prostitutie, drugshandel en verzwegen rente-opbrengsten, zegt CBS-medewerker B. Kazemier. Samen met R. van Eck promoveerde hij op een uitvoerig onderzoek naar het zwarte circuit. De tien procent baseert hij op de omvang van de nationale rekeningen (produktiegegevens van bedrijven) en belastingformulieren.

De CBS-onderzoekers schatten dat er een miljoen mensen boven de 16 jaar zwart werkt; dat is een vijfde van de beroepsbevolking. Er wordt vooral zwart gewerkt in de administatie- en schoonmaak-sector, de horeca, handel en technische ambachten. Maar dit cijfer is gebaseerd op een enquête onder achtduizend huishoudens die alweer in 1983-84 is gehouden. “Zo'n uitvoerige enquête is sindsdien niet meer herhaald omdat deze te kostbaar is”, zegt Kazemier. Het cijfer van één miljoen is aan de lage kant vergeleken met een onderzoek dat de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (Osa) in 1988 verrichtte. Daaruit bleek dat een derde van de Nederlanders zwart werk aanbiedt en over de beloning daarvan geen belasting en sociale premies betaalt.

Het meeste zwart of grijs werk wordt verricht door mensen die al een baan hebben, een middelbare beroepsopleiding en een behoorlijk inkomen genieten, blijkt uit een onderzoek van de stichting Regioplan in Amsterdam. “Werklozen lopen zowel in de formele economie hun kansen mis, als in de informele”, zegt P. Renooy van Regioplan. “Ze hebben gebrek aan relevante contacten, een tekort aan vaardigheden en zijn bang voor sancties als ze informeel werken.” Volgens een onderzoek van Merens en Riedstra uit 1989 zou zes tot negen procent van de werklozen en arbeidsongeschikten bijverdiensten hebben die niet worden opgegeven.

De controle op het grijze en zwarte circuit schiet dermate tekort dat de overheid niet meer weet waar aan te vangen, zegt PvdA-kamerlid W. Vermeend die onlangs in Groningen is benoemd tot hoogleraar belastingrecht. De verschillende diensten zoals de Fiod, de AID, de sociale recherche en belastingcontroleurs werken te veel langs elkaar heen. Vermeend meent dat er een nieuw Ismo-onderzoek moet worden gehouden. “Er zijn allerlei signalen uit de samenleving dat het zwarte en grijze circuit levendiger is als ooit tevoren. Professor Heertje vermoedt dat de informele economie groter dreigt te worden dan de formele. Maar daar kom je alleen achter door een grondig onderzoek.” Vermeend vindt dat de vennootschapsbelasting, de btw en de loon- en inkomstenbelastingen hoognodig moeten worden doorgelicht, net als de sociale zekerheid.

Is het informele circuit aan te pakken? CBS-onderzoeker Kazemier denkt van wel. Dat kan uitsluitend door wetten te veranderen. Zo heeft de overheid banken verplicht de rente van cliënten op te geven aan de fiscus. Maar bij deze maatregel is het tot nog toe gebleven. Volgens Kazemier zal het zwart werken met dertig procent dalen als de pakkans wordt vergroot. Ook wordt een aanzienlijk deel van het zwart werken legaal indien zou worden toegestaan dat werknemers naast een witte baan drieduizend gulden mogen bijverdienen.

Vermeend ziet daar geen heil in omdat de grens die bij een bepaald bedrag wordt getrokken telkens het probleem verschuift. Hij verwacht meer van gerichte controle. Zo ontstond jaren geleden in het hart van Parijs plotseling een belastingparadijs omdat in een bepaald departement slechts één keer in de dertig jaar een belastingcontrole werd uitgevoerd. Ondernemers kwamen daarop af als bijen op een pot honing.

Vermeend: “Het publiek heeft nu de indruk dat er niets gebeurt. De politiek heeft in Nederland behoorlijk aan invloed ingeboet. De overheid kampt met een slinkend gezag.” Daarom is Vermeend diep ongelukkig met het feit dat Sociale Zaken er in een recent onderzoek van de Rekenkamer zo slecht vanaf komt. Van de 31,4 miljard gulden die de sociale zekerheid vorig jaar kostte, is volgens de Rekenkamer voor bijna 20 miljard onzeker of de uitgaven rechtmatig zijn gedaan. “Dat is fnuikend voor de moraal.”

Volgens Vermeend moeten er jaarlijks zeker drie tot vier grote controle-acties zoals Schuimkraag worden uitgevoerd. Daar gaat een schrikreactie vanuit. Kroegbazen werden bij Schuimkraag hinderlijk gevolgd door controleurs en dat heeft nog jaren effect gehad. Sinds 1979 zijn zulke grootscheepse acties niet meer voorgekomen. Het PvdA-kamerlid vraagt zich af of er over drie jaar zo niet vier miljard uit het circuit is terug te verdienen. Dat is evenveel als het bedrag dat het kabinet op de Wao wil besparen.

Betere controle blijkt ook bij andere "zwarte' activiteiten effect te hebben. De proef met de conducteur op tramlijn 4 in Amsterdam is heel succesvol gebleken. Het aantal zwartrijders daalde van dertien procent tot minder dan een.

Ook Heertje meent dat het officieuze circuit hoog nodig moet worden "witgewassen'. “Dat kan niet in 'e'en klap want dan stort de economie ineen. Er vallen allerlei activiteiten weg die noodzakelijk zijn. In de bouw en horeca wordt het werk neergelegd. Huishoudelijk werk wordt niet meer gedaan. De prijzen schieten omhoog omdat er geen concurrentie meer is van het zwarte circuit. En de kapitaalvlucht zal met sprongen toenemen.”

Het informele circuit kan alleen geleidelijk worden uitgehold, meent Heertje. “De beslissing van mensen om zwart te werken of zwart personeel te vragen moet worden beïnvloed. Verlaging van de belasting- en vooral de premiedruk is onontkoombaar. Maar de overheid zal ook allerlei belastingmaatregelen die ontduiking stimuleren moeten afschaffen. Denk aan veel aftrekposten. Daarmee maakt ze zich natuurlijk niet populair.”