Groot-Brittannie; John Majors grote verleiding

Het gaat goed met de Tories. Het wordt steeds verleidelijker voor de Britse premier, John Major, om nog deze herfst verkiezingen uit te schrijven. Major mag de datum daarvoor zelf bepalen, als die maar binnen vijf jaar na de vorige verkiezingen valt. Tot en met de maand juni volgend jaar heeft hij de tijd nog, want de vorige parlementsverkiezingen vielen op 11 juni 1987.

Volgens de afgelopen zondag door The Observer gepubliceerde peiling van Harris liggen de Tories nu vijf procent voor op de Labour-oppositie, die terugvalt naar 38 procent. De voortekenen voor een mogelijk gunstig verkiezingsresultaat voor de Conservatieven zijn buitengewoon positief. Het inflatiecijfer kwam in augustus op het laagste niveau in drie jaar. Te verwachten is dat de al eerder ingezette rentedaling de komende tijd zal doorzetten. De Britten zijn aan de goede kant van het Europese gemiddelde beland, constateerde minister Lamont van financiën dezer dagen tevreden.

Daar komt bij dat de Conservatieve premier John Major het als politieke persoonlijkheid steeds beter gaat doen. De vele buitenlandse reizen zetten hem telkens weer in de schijnwerpers van de publiciteit en daar wordt hij als vanzelf groter van.

Labour heeft het wat dat betreft erg moeilijk met zijn leider Neil Kinnock. Tegenover het politieke geweld van mevrouw Thatcher mocht hij dan voor velen de gematigde redelijkheid vertegenwoordigen, tegenover de gematigde redelijkheid van Major wordt Kinnock steeds meer een wat grijze meneer. Labour heeft dan ook inmiddels de filmer Hugh Hudson ingehuurd om het imago-probleem van Kinnock op te lossen. Hudson moet Kinnock gaan verkopen zoals hij dat ook in 1987 deed. Daar krijgt hij nog een zware klus aan, omdat verkiezingsonderzoeken uitwijzen dat 38 procent van de potentiële Labour-stemmers juist Kinnock als hinderpaal beschouwen om ook daadwerkelijk op die partij te stemmen. Ondanks de verdienste van Kinnock dat hij Labour de afgelopen jaren van allerlei linkse fratsen heeft afgeholpen, lijkt de kiezer op hem te zijn uitgekeken. Hij wordt steeds meer "de man die nog altijd staat te wachten'. Als die trend niet wordt gekeerd, dan wordt Kinnock een zwaar blok aan het been van zijn partij.

Tot dusver hebben de Tories steeds gezegd dat het volgend voorjaar de beste tijd voor verkiezingen is. “We hebben nog veel werk te doen”, zei premier Major. Partijvoorzitter Chris Patten en de invloedrijke minister van financiën Norman Lamont zijn daarover ook zeer duidelijk geweest. Maar minister van binnenlandse zaken Kenneth Baker begon dit weekeinde te schuiven. Hij zei: “Het is veel te vroeg om te beslissen wanneer de datum van de volgende verkiezingen moet zijn. John (Major) moet al zijn opties openhouden. Dit is een heel bemoedigende positie.” Ook minister van buitenlandse zaken Hurd zou "niet tegen' snelle verkiezingen nog dit najaar zijn, zo weten Britse kranten te melden.

Opmerkelijk is in dit verband de positie van de Liberaal-Democraten, die de afgelopen week een als succesvol omschreven congres in Bournemouth hielden. Met de politiek frisse leider Paddy Ashdown hebben de Liberaal-Democraten een - zij het nog zeer kleine - kans om zich te ontwikkelen tot een modern alternatief voor Labour, dat een versleten indruk maakt en waarvan de Liberaal-Democraten de meeste stemmen te verwachten hebben. Bovendien zijn ze in de peilingen in een jaar tijd al van 8 naar 15 procent gekropen, hebben ze tussentijdse verkiezingen gewonnen en zijn ze bereid risico's te nemen, zoals met het voorstel om de belastingen desnoods te verhogen als dat nodig mocht zijn voor beter onderwijs. Sommige politieke waarnemers menen dat voor de Liberaal-Democraten een flinke winst van de Tories bij de eerstvolgende verkiezingen wel eens een aantrekkelijke uitgangspositie zou kunnen zijn om over vijf jaar een uitgeblust Labour als tweede partij naar de kroon te steken. In 1906 behaalden de Liberalen nog 400 zetels in het Lagerhuis, twintig jaar later was dat nog veertig. Als Labour blijft schutteren zoals het tot dusver doet en geen geloofwaardig alternatief weet te bieden, lijkt een omgekeerde aardverschuiving op het Britse politieke toneel op den duur niet volledig meer uit te sluiten, zo menen Britse politieke commentatoren.