Groningen door Ploegleden: spook- en sprookjesachtig

Expositie: Ploegwerk, Koetshuis Borg Verhildersum, Leens (Groningen). T-m 6 okt. Di t-m za 13-17u, zo 11-17u. Catalogus f 25

De lieflijke en spookachtige kanten van het Groninger landschap worden belicht op een expositie van vijfenveertig schilderijen van leden van het Groninger kunstenaarsgenootschap De Ploeg in het koetshuis van de Borg Verhildersum in Leens, een plaatsje in het noorden van Groningen. Het bekendste Ploeglid, de drukker H.N. Werkman werd er geboren.

Ploegleden als Jan Wiegers, Jan Altink en Johan Dijkstra maakten in de jaren twintig, beïnvloed door de Duitse expressionist Ernst Ludwig Kirchner, doeken van het Noordgroningse boerenland in felle kleuren. Door dit "Groninger expressionisme' werd De Ploeg bekend.

Maar wie in Leens schril gekleurde, expressionistische doeken verwacht, komt bedrogen uit. Het merendeel van de zelden getoonde (want uit particulier bezit afkomstige) schilderijen is van na de jaren dertig, als het expressionisme in De Ploeg al min of meer is uitgebloeid. Het zijn eerder lichtvoetige impressionistische schilderijen van het Groninger boerenland die getoond worden, met hier en daar nog een fluorescerend oranje akkertje (op een schilderij van Jannes de Vries) of een rode boom (Jan van der Zee).

Het betrekkelijk kale, barre Groninger land krijgt haast iets sprookjesachtig in de losjes geschilderde impressies van zonovergoten akkers en boerderijen van Jan Altink, Ekke Kleima en Jan Wiegers.

Dat past ook bij een expositie die is georganiseerd door jubilerende Vereniging ter bevordering van landbouw en nijverheid (1841), de Christelijke boeren- en tuindersbond, afdeling De Marne (1916) en de Vereniging Het Ommelander Museum voor Landbouw en Ambacht (1956).

Toch biedt de expositie in Leens meer dan alleen maar de lieflijke landschapjes. Ook de "buitenbeentjes' van de Ploeg , die niet echt expressionistisch werkten, zoals H.N. Werkman, Job Hansen en Hendrik de Vries zijn vertegenwoordigd. Van Hendrik de Vries, vooral bekend als dichter, zijn, zoals van alle vijftien kunstenaars, drie schilderijen opgenomen. Die stellen weliswaar ook zomerse landschappen met boerderijen voor, maar zo blond en licht als bijvoorbeeld het werk van Altink is, zo somber en duister geladen zijn De Vries' schilderijen. In de dik opgebrachte donkere schaduwpartijen van de bomen broeit van alles. Onheil. Een van die schilderijen is getiteld Augustus, en in de catalogus is een ongepubliceerd gedicht van Hendrik de Vries opgenomen, die de atmosfeer van dit schilderij goed weergeeft:

“Ik voel me een zoon van augustus,-En wat gloed heeft mij geschroeid!- Zwart spokig uitspansel zweepte- Met zijn driest onstuimig vuur- Vervaarlijk mijn wellust op.-Koorts van wreedschijnend begeren.- Schroeihitte: genot en kwelling.-Steeds heeft een schatrijke zomer-Mij weer verrukt en verbijsterd- Als wonder van toverij.-Ik toon't in velerlei werken:-Ik ben een Augustuskind."

Van H.N. Werkman zijn twee schilderijen, 'De Boerenkar' en 'Drie Paarden' en een de druksels, waarmee hij zo beroemd is geworden, getiteld 'Mensen onder boom' opgenomen.

Een bewonderaar van Werkmans druksels, en de eerste die werk van hem kocht, was de architect Job Hansen. Hij was lid van de Ploeg, en begon in 1927 samen met Jan Altink buiten te schilderen. Hansen schilderde met olieverf gemengd met bezine op triplex en hardboard: 'bezinerellen' noemde hij die techniek. De kleuren worden daardoor ijl en doorschijnend.

Op de expositie zijn drie vrolijke gekleurde benzinerellen van Hansen uit de jaren vijftig te zien. Op transparant wit geschilderde paneeltjes, bracht hij met knokkels, nagels, vingers, penseel en rechtstreeks uit de tube verf aan. Zo stippend en krassend op de witte achtergrond maakte hij de schilderijtjes '9 kalveren', 'Koe en vrouw', en 'Runderen'. Ze zijn alle drie verrassend omdat ze ondanks de onderwerpen zo 'ongronings, onhollands' zijn, zoals Sandberg het ooit omschreef.