Geen harde politieke kritiek voor Deetman

DEN HAAG, 17 SEPT. “De wc kan niet eens meer elke dag worden schoongemaakt.” “De stofwolken waaien je om de oren.” “Het tuinonderhoud kan door de Londo-norm alleen worden uitgevoerd als er een opa is die het werk voor een boekenbon wil doen.”

Deze klachten van schoolbesturen tekende de Algemene Rekenkamer op tijdens haar onderzoek naar de invoering van het financieringssysteem in het basisonderwijs vanaf 1985, het zogeheten Londo-stelsel. Het rapport datconstateerde dat het met die invoering zeer slecht gesteld was, is gisteren naar de voorzitter van de Tweede Kamer gestuurd, W. Deetman.

De conclusies van de Rekenkamer dat deze als minister van onderwijs van 1984 tot 1989 de Tweede Kamer te laat en onjuist heeft ingelicht, hebben inmiddels de meeste aandacht gekregen. Toch geven de eerste reacties uit de Tweede Kamer aan dat er politiek nauwelijks bloed zal vloeien. Daarvoor hebben CDA en VVD geen van beide belang bij harde politieke woorden. Behalve Deetman (CDA) waren ook de staatssecretarissen Van Leijenhorst (CDA) en Ginjaar-Maas (VVD) bij het project betrokken.

Daarmee komt de grootste nadruk in de discussie toch bij het stelsel zelf en de invoering te liggen. Het Londo-stelsel is ooit ingevoerd om het geld voor het basisonderwijs rechtvaardiger over de scholen te verdelen. In de tijd voor het Londo-stelsel moesten schoolbesturen alle gemaakte kosten declareren en daardoor soms ruzie maken met het ministerie of die kosten terecht waren. Daardoor was het ook onmogelijk de uitgaven behoorlijk te ramen.

Om dit te veranderen werden er objectieve normen ontwikkeld op grond waarvan de scholen vooraf hun geld ontvingen. Na ontvangst waren ze vrij in de besteding daarvan.

Om net zo rechtvaardig te zijn voor de school met een plat dak - meer kosten door lekkage - en die met de klaslokalen op het Noorden - meer verwarmingskosten - dijde het aantal normen allengs uit tot twee dikke boeken.

Deetman en Ginjaar-Maas waren “verrukt” over het stelsel, zo zei de laatste later eens. Het buitenland had ook belangstelling. De schoolbesturen waren minder enthousiast. Het stelsel bleek niet alleen bedoeld om hun bestedingsvrijheid te vergroten, maar vooral ook om bezuinigingen door te voeren. Vandaar de haast met de invoering van het stelsel en de daarop volgende bezuinigingen op steeds meer posten zoals de schoonmaakkosten. Het stof begon op steeds meer scholen in het rond te vliegen.

Tegelijkertijd met de bezuinigingen werden ook de ramingen van de uitgaven in de toekomst naar beneden bijgesteld. Samen met de haast bij de invoering zijn deze optimistische ramingen zich gaan wreken, schrijft de Rekenkamer in haar rapport. Tot nu toe moest daardoor 620 miljoen meer worden uitgegeven dan geraamd.

De Rekenkamer wijt de moeilijkheden minder aan het stelsel zelf dan aan de uitvoeringsorganisatie. Volgens haar was de benodigde deskundigheid op het departement beperkt tot een te kleine groep ambtenaren. Bovendien maakten betrokken afdelingen veel ruzie met elkaar. Ook de benodigde automatisering haperde nog te zeer.

Minister Ritzen en staatssecretaris Wallage (onderwijs) hebben inmiddels aangekondigd verbeteringen echter niet zozeer in apparaat van hun departement maar in het Londo-stelsel zelf te willen zoeken. De grote hoeveelheid criteria en hun gedetailleerdheid zou het systeem onbeheersbaar hebben gemaakt. Vereenvoudiging achten zij daarom nodig.