Foto: HET KOFFERTJE (27 jaar) op weg naar de ...

Foto: HET KOFFERTJE (27 jaar) op weg naar de Tweede Kamer.

Ook dit jaar overhandigt de minister van financiën om klokslag drie uur de Miljoenennota en de rijksbegroting aan het parlement in dit "beetje gore koffertje', zoals een groep huisvrouwen het "ivoorkleurige geiteperkamenten koffertje met gouden opdruk' uit 1964 noemde. Vlak na de oorlog bedacht de toenmalige PvdA-minister Lieftinck van financiën het ceremonieel met het koffertje. Zijn grote voorbeeld was Groot-Brittannië met zijn pruiken en antieke gebruiken. In Lieftincks tijd besloeg de Miljoenennota niet meer dan twintig pagina's. Nu moeten ambtenaren de meeste papieren in plastic zakken achter Kok en het koffertje in de Kamer aandragen. In deze begrotingskrant een fotoserie over het totstandkomen van de inhoud van koffer en zakken. (Foto's Rien Zilvold, tekst Marjon van Royen)

2

G. VAN MAANEN (40 jaar) is de financiële waakhond van Nederland. De directeur-generaal van de rijksbegroting is de grote man achter de schermen van de begroting en de Miljoenennota. In het betonnen gebouw van het ministerie van financiën - “prima gebouw, lekker ruim opgezet: past wel bij mij” - zorgt hij dat de ministeries op tijd hun begrotingen inleveren. Hij zorgt dat ze kloppen, en vooral dat de zaak 'beheersbaar' blijft. “Enig” vindt hij zijn “hondebaan”. Want het gaat niet alleen om cijfers: vanuit het geld kijkt hij naar het beleid. “En meestal komt het toch neer op geld”, stelt Van Maanen tevreden vast. Hij is de man die de ministeries vertelt wanneer en waarop ze moeten bezuinigen. Hij is ook de man die Kok vertelt wanneer een regeling - “ja, zoals de WAO” - uit de hand loopt. “Het was best een lastige opgave dit jaar”, geeft hij toe. Nu denkt Van Maanen alweer na over de begroting van volgend jaar. “Over twee maanden gaan de eerste aanschrijvingen aan de departementen de deur uit.”

3

P. VAN DER WOUDE (34 jaar) en zijn collega's zijn de cijfermannen van het ministerie van sociale zaken. Koopkrachtplaatjes, bezuinigingsbedragen, en begrotingscijfers trekken op hun schermen voorbij. “We gaan al rekenen voordat er voorstellen zijn.” Als hun eigen "kerstcadeau' proberen ze elk jaar in december de opzetjes voor de nieuwe begroting los te peuteren bij de afdelingen. “Dan maken we vast de eerste berekeningen als een soort gatenkaas die later steeds meer wordt opgevuld.” Maart is voor de cijfermannen de drukste maand. Maar dit jaar was het wel bijzonder "stressig'. Tot vlak voor het sluiten van de begroting moesten cijfers worden veranderd. Nee, de WAO-discussie raakte hen niet, “die cijfers zitten niet in onze begroting”. Maar soms kan een discussie over een postje van 1 miljoen gulden evenveel rekenwerk bezorgen als een politieke kwestie over vier miljard: “Het zijn allemaal cijfertjes die nagerekend moeten worden”.

4

L. PRONK (20 jaar) en H. LATZE (24 jaar) bekijken de eerste drukproef van de Miljoenennota tussen de machines in de staatsdrukkerij SDU: “Nog een beetje te vaal”. Als zo meteen de machines gaan lopen moeten ze binnen 24 uur meer dan tien miljoen pagina's drukken. Tot diep in de nacht hebben ambtenaren van de ministeries in de burelen van de drukkerij in de proeven zitten krassen om de laatste correcties aan te brengen. Elke dienst en afdeling komt die nacht zijn eigen hoofdstuk controleren. “Er zijn hoofdstukken bij waarvan we de drukproeven tot zes keer toe hebben moeten veranderen”, verzucht de baas van Pronk en Latze. De staatsdrukkerij is voor deze jaarlijks terugkerende 'hectische toestand' toegerust met extra machines. Als Pronk en Latze klaar zijn met drukken wordt een paar ton papier met vrachtauto's naar het ministerie van financiën gereden. Voor de liefhebbers gaan 18.000 exemplaren van een "populaire versie' van de Miljoenennota naar de boekhandels. “Je moet ervan houden”, zeggen de drukkers.

5

J. KREMERS (32 jaar) is één van de "denkers' van het ministerie van financiën - “zo kun je dat wel formuleren, ja”. Een geur van after shave in zijn lichte kamer. De jonge Kremers is de schrijver van de eerste twee hoofdstukken van de Miljoenennota. “Samen met vele anderen”, verbetert hij snel. Maanden geleden is hij eraan begonnen. Hij houdt zich bezig met de grote ontwikkelingen: “De brede lijnen van wat goed is voor de mensen met de begroting, als het ware”. Hij beschrijft hoe het gaat en waar het naartoe moet. En dat doet hij vanuit een internationaal oogpunt. “Buitengewoon komisch” vindt hij het om “de Nederland scene” eens van binnenuit mee te maken. Jarenlang verbleef de jonge 'denker' in het buitenland. Soms vindt hij het “moeilijk te waarderen dat het beleid hier in zulke kleine stapjes gaat”. Hij houdt meer van "een beetje dynamisch'. Het is dan ook een “prachtige uitdaging te bevorderen dat er grotere stappen genomen worden”. Nu is het afwachten of de mensen het ook "oppikken'.

6

M. VAN GASTEL (38 jaar). Ze noemen hem de speurneus. De, sinds enkele dagen, hoofdinspecteur van de Rijksfinanciën “weet gewoon wat er op elk departement financieel omgaat”. Hij houdt in de details en tot op de laagste niveaus bij wat er op alle departementen gebeurt. “Ik schrijf geen mooi verhalen. Ik schrijf niks. Ik wéét gewoon heel veel.” Tevreden hangt hij achterover. “Als ze er in de ministerraad over de begroting niet uitkomen, en een dealtje willen sluiten, dan weet k dat zoiets al gauw tien miljoen gulden kost. Ik zeg dan tegen mijn collega's: dat kunnen jullie wel doen. Maar dan gaan we nat. Want dan komen de departementen straks allemaal.” Aan de vooravond van de definitieve besluitvorming in het kabinet kruipt hij achter zijn pc-tje: “Alle ambtenaren zijn al naar huis. Dan tik ik een paar velletjes. Ik heb die gegevens gewoon paraat. En ik weet waar de gevoeligheden liggen”. De volgende dag ligt er dan een nieuwe stuk bij de ministerraad. Hoe hij het doet? “Je moet gewoon een grote dossierkennis hebben.”

7

M. MENSINGH (40 jaar) knoopt in de werkkamer van de minister een oranje lint om de Miljoenennota, voordat zij straks in het koffertje gaat. “Het maakt toch niet uit, joh, wie het doet. We werken hier allemaal samen. Het ligt er maar net aan wie dit jaar het baantje heeft.” Mensinck is de secretaresse van Kok. Een ambtenaar heeft het lint gekocht, een ander heeft het lint weer gestreken. Tot vlak hiervoor hebben de “jongens van hierboven” nog met een pen de laatste verbeteringen in de tekst aangebracht. De secretaresse heeft met ze te doen: “Het valt niet mee voor die jongens. Maar nu is het klaar”. Voor haar is de begrotingsdrukte al sinds augustus voorbij. In principe is dat ook zo voor Kok. “Behalve het brengen van het koffertje is het maken van de begroting wel achter de rug. Hij is alweer bezig aan het volgende onderwerp. Zo hard als die werkt.” Zijzelf zou met zo'n ritme allang zijn gevloerd. “Soms heb ik gewoon zelfs medelijden met hem. Het één is nog niet achter de rug en dan krijgt hij het volgende weer...”