De partij bevindt zich in de ergste crisis van haar bestaan; PvdA kan niet meer vluchten

In crisissituaties worden zaken voor velen pas helder. Dat de PvdA zich in een ernstige crisis bevindt, is een gemeenplaats met sleetse trekjes. Hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren is een vraag die - in het licht van wat er op het spel staat op het congres van 28 september aanstaande - nu niet zo interessant is. Men mag hopen dat de uitslag van het congres deze partij nog in staat stelt oude en recentere waarschuwingen van partijgenoten alsnog ter harte te nemen. Er wordt toch al te slordig met de geschiedenis, met historische lessen omgesprongen.

Een beweging, een partij die geen oog heeft voor de nieuwe inzichten over mens en maatschappij zoals die de afgelopen tien jaar in ruime mate zijn aangedragen, moest vroeg of laat de rekening gepresenteerd krijgen. De vijandige bejegening van redelijk redenerende "dissidenten' zegt iets over de kwaliteit van een partij, zowel over haar inhoud als over haar democratische gezindheid.

Toch nog een suggestie voor de congresganger die in deze haastige tijden goed beslagen ten ijs wil komen. Ik zal deze keer niet verwijzen naar inzichten die allang zijn uitgedragen door partijgenoten die nu - in de meeste gevallen ten onrechte - medeverantwoordelijk worden gehouden voor de malaise. Wie wil weten wat er in essentie aan de hand is, kan - behalve de brief van Wim Kok aan alle partijleden - de stukken lezen van twee zéér betrokken sociaal-democraten, die zich intellectueel en positioneel buiten de macht in de PvdA ophouden. Ik doel op het briljante artikel van P.J. Vos uit 1983, "De sociaal-democratie en de verzorgingsmaatschappij' (in: Het vierde jaarboek voor het democratisch socialisme, blz. 12-63), en - niet minder uitstekend - dat van Kees Tamboer over de WAO - de aanleiding voor alle strubbelingen - in Het Parool van afgelopen zaterdag.

Er is al veel geschreven over zin en noodzaak van een congres waarin de positie van Kok en de WAO-maatregelen onlosmakelijk met elkaar worden verbonden. Nog pregnanter gezegd: waarin de positie van Kok wordt gekoppeld aan de toekomst van de sociaal-democratie of op zijn minst aan de toekomst van de PvdA. In normale, redelijke tijden zou daar inderdaad niets van kloppen. De argumenten zijn bekend: het gaat toch om het beleid, niet om de persoon; je kunt toch vertrouwen hebben in de persoon en nochtans dit deel van het totale beleidspakket (het regeringsbeleid) afkeuren; het parlement beslist toch over het lot van het kabinet en niet het congres van een partij; je kunt toch vertrouwen hebben in Kok en hem met een opdracht terugsturen naar de coalitiepartner; enzovoorts.

We leven echter niet in normale tijden; de PvdA bevindt zich in de ernstigste crisis van haar bestaan, sinds de oprichting in 1946. Ongewone tijden, ongewone methoden. Kenmerkend voor een dergelijke situatie is dat de aanleiding - de WAO-maatregelen in dit geval - altijd ongelukkig is, dat het moment ongelukkig is, de inzet ongelukkig is, de mensen ongelukkig zijn. Het is niet anders. Het spraakmakende deel van het partijkader - en waarschijnlijk overigens minder "de mensen in het land' - zou ook te hoop zijn gelopen tegen de afschaffing van de koppeling als deze bijvoorbeeld begin dit jaar aan de orde was geweest. Het is niet goed of het deugt niet.

Naar mijn opvatting had Wim Kok geen andere weg kunnen kiezen dan die van het extra congres, en wel op de korte termijn waarover wij nu spreken. In de eerste plaats kan het congres als katalysator werken in het al jaren voortslepende zogenaamde vernieuwingsdebat in de PvdA. Dat kwam maar niet van de grond, dat leidde maar niet tot enige daadkracht. De rapporten, inzichten, analyses, richtingen liggen er. Het komt nu aan op het maken van keuzen. Dat laatste heeft de PvdA verleerd. Het wordt tijd - te beginnen met het congres - daar nu een snel en doortastend begin mee te maken.

In de tweede plaats kan het congres - met de inzet van Kok - het begin inluiden van een partijcultuur waarin verantwoordelijkheden helder worden gemaakt en worden aanvaard. Daarin spelen personen - of dat nu leuk is of niet - een steeds belangrijker rol. Men kan, men mag Wim Kok wegstemmen - al zou dat niet verstandig zijn. Maar vluchten kan niet meer. Wij moeten loskomen van een politieke cultuur waar - naar een woord van de criminoloog Hoefnagels - iedereen verantwoord werkt, maar niemand verantwoordelijk is.

Er is de laatste tijd veel gesproken - ook in de PvdA - over het aarzelende leiderschap van Wim Kok. Als dat al waar is - en er zit wat in -, dan valt dat op dit moment, nu Kok daar op een heel bijzondere en vooralsnog overtuigende manier vorm aan geeft, moeilijk staande te houden. Men zal in de PvdA ook en vooral bij zichzelf te rade moeten gaan. Op alle niveaus - de partij is immers gedemocratiseerd - heeft men erbij gezeten en het zo ver laten komen. Het wordt tijd deze medeverantwoordelijkheid ook eens naar voren te halen, of wij nu spreken over gewestelijke besturen, afdelingsbesturen, bestuurders in het algemeen, of - last but not least - over de professionele politici op het nationale niveau: de Tweede-Kamerfractie.

Het is te gemakkelijk om te zeggen dat door de stellingname van Wim Kok het congres onder een onverantwoordelijke druk wordt gezet. Daar zijn de congresgangers tenslotte zelf bij. In essentie is aan de orde of de congresafgevaardigden medeverantwoordelijkheid willen dragen voor de crisis waarin de partij is beland. Een medeverantwoordelijkheid waar zij zich - met enig historisch besef - moeilijk aan kunnen onttrekken. Aan de orde is vervolgens de vraag of zij nog geloof hebben in het gedachtengoed van de sociaal-democratie, met of zonder Wim Kok. Mèt Wim Kok betekent inclusief het gecorrigeerde WAO-pakket dat nu voorligt, ook wanneer men dit laatste - op goede gronden - moeilijk te pruimen vindt. Vluchten kan niet meer, amenderen kan niet meer.

Het congres wordt pas een goed congres wanneer het - wat mij betreft mèt Wim Kok - de opstap is naar een voorjaarscongres over de toekomst van de verzorgingsstaat. Daarmee plaatst de PvdA zich in de traditie van de hervormingsvoorstellen die buitenlandse zusterpartijen soms al lang geleden hebben voltooid, soms recent ter discussie hebben gesteld. Want de crisis in de sociaal-democratie heeft een internationale dimensie.

Als de PvdA één keer actiepartij moet worden, dan is het nu wel. Anders dan men gewend is, moet deze actie bestaan uit een nieuw, klein concept-programma en concrete voorstellen voor een nieuwe partij-organisatie op basis van het rapport van de commissie-Van Kemenade. Eind december moeten deze voorstellen op tafel te liggen. Na twee maanden intensieve discussie gevolgd door een nieuwe vorm van ledenraadpleging, kan het congres dan in het voorjaar van 1992 het begin inluiden van een werkelijk vernieuwde PvdA. Het gedachtengoed van de sociaal-democratie maakt deze poging méér dan de moeite waard, ook voor Nederland.