De mooiste beloning voor roomse voorbeeldigheid

Als we vroeger op de lagere school bij de eerwaarde broeders braaf, ijverig of oplettend waren, mochten we op spaarzame momenten een prentje uitkiezen met een roomse voorstelling: Maria, die de slang de kop verplettert of Jezus met zijn apostelen aan het laatste avondmaal.

Sommige klasgenoten gingen zeer ver in hun pogingen om zo'n kostbaar kleinood in de wacht te slepen. Die konden wel een uur lang met de armen strak over elkaar en het lichaam stijf als een plank in de bank blijven zitten, waarbij ze de mond krampachtig dichtknepen. Als we de eerste heilige communie deden, werden er in groten getale prentjes aangemaakt met teksten als "Vandaag ontving ik Jezus in mijn hartje'. Daarvan heb ik er nog vele in mijn verzameling.

Dat beloningen voor voorbeeldigheid suffragieën heten (van suffragare=kiezen), wisten we toen nog niet. In het Gemeentemuseum van Bergen op Zoom, gevestigd in het magnifieke Markiezenhof, is tot 6 januari volgend jaar de tentoonstelling Vroomheid Inprenten te zien. Daar zijn kostelijke exemplaren van die zogenoemde suffragieën uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw uitgestald. De expositie laat de ontwikkelingsgang zien van het devotieprentje vanaf het ontstaan van de boekdrukkunst tot aan de dag van vandaag.

De conservator van het museum, mevrouw J. Jacobs, heeft zevenhonderd prentjes bij elkaar gebracht, waarvan de oudste uit de vroege zestiende eeuw dateren. “De meeste bezoekers kennen ze nog van uit hun jeugd. Je hoort ze vaak zeggen: mijn moeder heeft er ook nog een doos vol van, of: toch eens aan mijn tante vragen waar ze die dingen heeft gelaten. Het prentje imponeert mij persoonlijk omdat het 't kleinste medium is dat er bestaat, maar niettemin met een schat aan informatie”, zegt de conservator.

Prentjes ontwerpen, distribueren en gebruiken was een puur roomskatholieke zaak, waarin Antwerpen lange tijd een voortrekkersrol speelde. De smeekprentjes bijvoorbeeld bevatten teksten, die als men ze aandachtig en maar vaak genoeg uitsprak bekorting bewerkstelligden (aflaten) van het verblijf in het vagevuur. Het vagevuur is bij roomskatholieken een tijdelijke plaats voor diegenen die zich in hun leven niet geheel vlekkeloos gedroegen, maar die niettemin - na enig venijnig branden - uiteindelijk in het rijk der hemelen terechtkomen. Voor protestanten bestond een dergelijk tussenstation niet: die werden bij hun geboorte gepredestineerd en konden niet anders dan in de hemel of in de hel geraken, dus voor hen had het ook geen zin zich aan de hand van vrome teksten de tong tot leer te bidden.

De Bergse expositie bevat veel prentjes met gebeden voor aflaten, onder meer voor de leden van de Illustere Onze Lieve Vrouwe Broederschap, een nog altijd bestaand genootschap van vooraanstaande roomskatholieken in Den Bosch. Nauwkeurig wordt beschreven aan welke voorwaarden men moest voldoen om zo- en zoveel aflaten te kunnen verdienen: men kon tot zeven jaar krijgen.

Het mooiste prentje, zo vindt ook de conservator, is wel het miniatuurtje op perkament uit de zestiende eeuw. Daarin komt op een paar vierkante centimeter de volle dramatiek tot uiting van Abraham die op het punt staat zijn zoon Isaäc met een zwaard de genadeslag te geven, maar op het laatste nippertje wordt tegengehouden door een uit de hemel gezonden engel.

De tentoonstelling bevat ook zogenoemde kantjes. Dat zijn afbeeldingen (cartouches), die zijn vervat in een kader van met de hand uitgesneden papier, waardoor ze op kantwerk lijken. In Maastricht is trouwens een heus prentjesmuseum dat de naam Santjes (van heiligen) en Kantjes draagt.

Niet bekend

Bergen op Zoom zelf had een paar heiligen die er met grote devotie werden vereerd, zoals Maria van Kevelaer en Sint Sebastianus, die onder keizer Diocletianus op gruwelijke wijze met pijlen werd doorboord, omdat hij zou hebben gelonkt naar het christendom. Die man is patroonheilige van menige schutterij. En ook is er de heilige Gertrudis van Nijvel, die men aanriep tegen ratten- en muizenplagen, maar de plaag van de Bende uit die Belgische plaats kennelijk niet wist uit te roeien.

Verder zijn er de zogenoemde eet-, slik- of papprentjes te zien, alle met een allegorische voorstelling. Ze zijn als postzegels zo groot. De bedoeling was dat men ze tot propjes draaide en ze met het eten naar binnen werkte ter voorkoming van ziekte en zuchtigheid.

Na de ontkerkelijking in de jaren zestig en zeventig worden er weliswaar nog wel prentjes gedrukt, maar ze bevatten vaak slechts één symbool. Zo is er een voorstelling te zien onder de titel "Hulp aan verslaafden' uit de jaren tachtig: men ziet twee uit de hemel stekende handen zich kruiselings en beschermend uitstrekken over een uiterst schimmige figuur, waarvan desalniettemin de hopeloosheid afstraalt. En dan zijn er stambomen van families uit Bergen te zien, op verzoek van het museum gemaakt aan de hand van thuis gevonden doodprentjes.

Voordat ik het Markiezenhof betrad, hoopte ik er een bepaalde geur van vroeger terug te vinden. En inderdaad: het ruikt er naar een mengelmoes van wierook en boenwas. Of zou dat verbeelding zijn?

Geen verbeelding is dat een bezoek aan Vroomheid Inprenten de moeite meer dan loont: het verleden herleeft er voor den katholiek en de anderen kunnen zien, wat die allemaal voor hulpmiddelen kreeg aangereikt teneinde de eeuwige zaligheid binnen te gaan.

Foto: Twee van de zevenhonderd prentjes, die tot 6 januari in de Markiezenhof, Bergen op Zoom, te zien zijn. "Coronatio Christi' (links).