CDA en PvdA steunen kabinet, oppositie kritisch en positief

DEN HAAG, 17 SEPT. De fracties van het CDA en de PvdA steunen de plannen van het kabinet voor het komende jaar in hoofdlijnen. De twee regeringsfracties hebben echter wel grote bezwaren tegen de maatregelen om de lesgelden voor het middelbaar onderwijs te verhogen. Het CDA wil met een eigen initiatief komen. De fracties van de VVD en D66 uiten kritiek op de miljoenennota maar zij zien aan de andere kant ook veel positieve punten. Volgens D66 heeft de begroting aan financiële soliditeit gewonnen. De VVD prijst het ombuigingspakket van het kabinet maar voegt eraan toe dat “het berouw wel na de zonde komt”.

De fractie van het CDA noemt de voorstellen van het kabinet “onontkoombaar en verdedigbaar”. Het CDA stelt vast dat 1992 een zeer moeilijk jaar wordt, en dat Nederland in vergelijking met de omringende landen een weinig florissante positie inneemt. Nederland heeft het laagste BNP per hoofd van de bevolking, het hoogste percentage (jonge) zieken en arbeidsongeschikten, de laagste arbeidsdeelname, het hoogste inkomen bij werkloosheid en ook de hoogste milieuschulden. “Nederland loopt op tal van terreinen uit de pas en dit maakt de keuze van de regering voor ingrijpend beleid onontkoombaar en alleszins verdedigbaar”.

Het CDA steun de keuze van de regering om arbeid boven inkomen te stellen. Om de verhouding actieven-inactieven niet verder te laten verslechteren “dient het voorgenomen beleid ten aanzien van WAO en ziektewet dan ook spoedig en in beoogde mate te worden gerealiseerd”.

Het CDA meent dat de balans doorslaat bij de begroting voor Onderwijs en Wetenschappen. De voorgestelde verhoging van de lesgelden wil het CDA met een alternatief voorzien.

De PvdA noemt 1992 een jaar met twee gezichten. Nederland is een recessie bespaard gebleven maar het zal volgend jaar de gevolgen ondervinden van een terugslag in de wereldeconomie. Aan de andere kant zal de bedrijvigheid in de wereld toenemen waardoor de Nederlandse export zal groeien. De fractie van de PvdA waardeert dat het kabinet binnen de beperkte ruimte toch vasthoudt aan de prioriteiten van het beleid. Het overheidstekort wordt verder verminderd en de druk van belastingen en premies blijven ruim onder het plafond dat de regering heeft vastgesteld. “Dit is uiteraard slechts mogelijk door tal van pijnlijke maatregelen”. De PvdA stelt vast dat het kabinet ook in 1992 zorgt voor een rechtvaardige inkomensverdeling. “Dat is een keurmerk van het kabinet, en hoort dat ook te blijven”. Toch wil de PvdA een aantal concrete bezuinigingen nog eens onder de loep nemen, zoals verhoging van de lesgelden in het middelbaar onderwijs. Ook vindt de PvdA dat onvoldoende uit de miljoenennota kan worden afgeleid of de afslanking van de rijksoverheid volgens plan verloopt.

De fractie van de VVD prijst het forse ombuigingspakket, maar meent dat “de burger nu de rekening betaalt voor het uitgavenbeleid” van dit kabinet in de voorgaande jaren. In de periode 1990-1992, zo meent de VVD, is maar liefst 85 procent van de economische groei opgeslokt door de collectieve sector. Dit leidt tot inflatie, lastenverzwaring en aantasting van de bestedingsvrijheid van de burger. Volgens de VVD “vertrouwt de miljoenennota 1992 nog te veel op incidentele maatregelen en lastenverzwaringen”. De VVD keurt het nivellerende pakket van lastenverzwaringen af.

“Een stopzetting van de inflatiecorrectie staat haaks op de Oort-operatie en het rapport van de commissie Stevens.”

De fractie van D66 noemt de miljoenennota een “verarmd perspectief”. Volgens D66 is bij het passen en meten voor 1992 de beleidsinspiratie ten ondergegaan. Wel prijst D66 de financiële soliditeit van deze begroting, al is er volgens de fractie altijd nog sprake van veel incidentele maatregelen en kasverschuivingen. Volgens D66 doet het kabinet te weinig om de werkgelegenheid te verbeteren. Vooral verhoging van de lesgelden, afschaffing van de overheidssubsidies voor technologie en het verminderen van gelden voor de arbeidsvoorziening zijn volgens D66 strijdig met het doel van het kabinet om meer werkgelegenheid te scheppen.

Volgens de fractie van Groen Links heeft het kabinet te weinig begrip voor de “maatschappelijke werkelijkheid”. Het kabinet laat, zo meent Groen Links, het milieu en de sociale vernieuwing links liggen. “Het kabinet Lubbers-Kok vervreemdt zich van de samenleving en is niet in staat uit te leggen dat zijn werkelijkheid dwingend de juiste is.”

De fractie van het SGP vindt dat het kabinet te weinig oog heeft “voor de geestelijke belangen van ons volk”. Op financieel-economisch terrein kan het SGP de regering “moed niet ontzeggen”.

Het GPV meent dat de doelstellingen van het kabinet halverwege verder uit zicht zijn. Het beleid inzake Sociale vernieuwing, het milieu en sanering van de overheidstekorten lijkt te stagneren, zo meent het GPV.

Het RPF meent dat het kabinet Lubbers-Kok een “te optimistische kijk heeft op een moeilijk jaar”. Volgens het RPF rust de begroting voor het komende jaar op “een wankele basis en maakt een zorgelijke indruk”.