Bij overheidssubsidies staat alles ter discussie; "Haal nou eens flink de bezem door al de subsidies, want dat rondpompen van die tientallen miljarden is niet doelmatig'

“Je kan niet blazen en tegelijkertijd het meel in je mond houden.” Bezuinigen doet pijn, wilde minister Kok (financiën) met deze uitspraak maar zeggen, en dat geldt volgens hem niet in de laatste plaats voor het schrappen van subsidies. “Maar dat is de ijzeren consequentie van het vurige pleidooi, alom in de samenleving, om de kop van de subsidies af te halen”, zei Kok tijdens zijn persconferentie over de Miljoenennota 1992. Het beperken van de subsidiestroom is een van de hoofdpijlers van het kabinetsbeleid, onderstreepte hij ten overvloede.

Het kabinet Lubbers-Kok kan de geschiedenis ingaan als het eerste dat de subsidieregelingen op grote schaal aanpakt. Tenminste, de plannen voor die operatie liggen klaar, de aankondiging van maatregelen was al opgenomen in de vorige Miljoenennota. De ongebreidelde groei van de subsidies - in twintig jaar zijn de subsidie-uitgaven bijna vertienvoudigd - wordt een halt toegeroepen. Tot en met 1994 moeten alle departementen samen een besparing op subsidies van bijna 3,1 miljard gulden opbrengen waarvan volgend jaar bijna 1 miljard gulden. Het ministerie van economische zaken levert met 240 miljoen de grootste bijdrage. WVC volgt met 165 miljoen, terwijl het ministerie van sociale zaken - waar komend jaar 163 miljoen aan subsidies wordt geschrapt - een goede derde is.

Wat zijn de maatregelen achter de bedragen? Een greep uit de diverse begrotingen: Justitie zal minder bijdragen aan rechtshulp, jeugdbescherming en reclassering, Onderwijs schrapt in de studiefinanciering, bij Economische Zaken zijn het de diverse stimuleringsregelingen waar het mes in gaat, Sociale Zaken stopt 150 miljoen minder in de arbeidsvoorziening, Verkeer en Waterstaat draagt minder bij aan de exploitatietekorten van het openbaar vervoer, terwijl WVC ruim 300 instellingen en organisaties variërend van blindenbibliotheken tot Blijf-van-mijn-lijf-huizen heeft laten weten dat ze het met minder of helemaal niets zullen moeten doen.

In totaal wordt jaarlijks ongeveer 40 miljard gulden aan subsidies verstrekt. Nagenoeg alle partijen in de Tweede Kamer vinden dat de omvang van de subsidies uit de hand is gelopen en dat er nodig maatregelen moeten worden genomen, met als eerste stap het kritisch onderzoeken van de noodzaak en effectiviteit van subsidies. Dat bleek twee weken geleden nog eens toen de Kamer met minister Kok debatteerde over het subsidiebeleid. Kok gaf de aanwezige parlementariërs de dringende boodschap mee tijdens de behandeling van de begrotingen de daad bij het woord te voegen. Hij verwacht consistentie van de Kamer in plaats van de traditionele pleidooien om subsidies waarin het kabinet wil ingrijpen te ontzien. Kok: “De geloofwaardigheid en de kwaliteit van een goed, geïntegreerd en breed subsidiebeleid staan of vallen met de wijze waarop 150 Kamerleden hiermee omgaan.”

Het was Kok de afgelopen jaren al van verschillende kanten geadviseerd: “Haal nou eens flink de bezem door de subsidies, want dat rondpompen van die tientallen miljarden guldens is niet meer doelmatig.” Bijna een jaar geleden gingen ambtenaren van Financiën aan de slag en produceerden in december een volgens Kok technisch stuk, waarin 25 grote subsidieregelingen op de snijtafel werden gelegd, samen goed voor 80 procent van de totale subsidie-uitgaven. De conclusies waren hard: meestal blijkt het doel van de subsidie achterhaald, komt het geld bij de verkeerde mensen of instellingen terecht en vallen de resultaten tegen.

De bevindingen van de ambtenaren van Financiën waren in lijn met de kritiek van de Algemene Rekenkamer in het jaarverslag 1988 naar aanleiding van het eerste bijna alomvattende onderzoek naar subsidies. Met dit verschil dat de Rekenkamer in algemene termen over subsidieregelingen sprak en Financiën man en paard noemt.

Sinds de subsidiebijbel het licht zag, is geen enkele subsidie meer heilig. Een hoge ambtenaar van het ministerie van WVC confronteerde enkele maanden geleden vertegenwoordigers van landelijke jeugd- en jongerenverenigingen met de nieuwe werkelijkheid: “Deze keer is het menens, uw organisaties worden niet gespaard. Ik raad u aan geen illusies te koesteren. Alles staat ter discussie, alles is bespreekbaar.”

In de Miljoenennota 1992 kondigt het kabinet uitvoerig onderzoek aan naar de "actualiteit, effectiviteit en doelmatigheid' van zes grote subsidieregelingen, los van het onderzoek naar de effectiviteit van ongeveer 700 kleinere subsidieregelingen waar de departementen elk voor zich onderzoek naar moeten doen. Werkgroepen met ambtenaren van verschillende ministeries moeten voor 1 april "fundamentele rapporten op hoofdlijnen' produceren en aangeven hoeveel bespaard kan worden, in dit geval op subsidies voor volksgezondheid, wetenschappelijk onderzoek en wetenschapsbeleid, delinquentenzorg en jeugdinrichtingen, podiumkunsten en subsidies voor de ontwikkeling en de sanering van de landbouw. Daarnaast wordt onderzoek aangekondigd naar de fraudegevoeligheid van regelgeving in de sociale zekerheid. De eis dat voorstellen ten minste 20 procent moeten opleveren, is intussen vervallen, zo blijkt uit de Miljoenennota.

In feite zullen de ambtelijke werkgroepen het werk van Financiën nog eens dunnetjes overdoen. Zo werden de subsidies voor podiumkunsten (ballet, dans, toneel) - vorig jaar ongeveer 240 miljoen gulden - al uitgebreid geanalyseerd in de "subsidiebijbel'. Daar kan de stofkam nog wel eens een keer doorheen, suggereerde Financiën. “De indruk bestaat dat Nederland wat betreft de breedheid van het aanbod van podiumkunsten op eenzame internationale hoogte staat. Het is de vraag of het ook bedoeld en gewenst is om zo'n breed en kwalitatief hoogwaardig aanbod te realiseren”, aldus Financiën, dat eraan toevoegde dat gezelschappen gestimuleerd moeten worden sponsors te zoeken.

De komende jaren zal de politiek keuzes moeten maken, zegt D. Hendriks, adjunct zakelijk leider van het Nationaal Ballet in Amsterdam. “De kaasschaaf is er al tien keer overheengegaan, dat kan niet nog eens een keer. Er zijn te veel gezelschappen die van dat ene bedrag gesubsidieerd moeten worden.” Van sponsoring als middel om gezelschappen draaiende te houden - ook het Nationaal Ballet zet in de loop van dit jaar de eerste schreden op de sponsormarkt - moeten geen al te hoge verwachtingen worden gekoesterd, aldus Hendriks. “Voor een topgezelschap als het Nationaal Ballet, met een omzet van 17 à 18 miljoen gulden op jaarbasis, zou een sponsorbijdrage van een half miljoen gulden al het maximaal haalbare zijn. Dus met een betrekkelijk groot sponsorbudget dek je nog maar een fractie van de kosten.”

De contouren van ministerieel verzet tegen de in gang gezette grondige aanpak van de subsidies zijn al zichtbaar. Zo ziet minister d'Ancona (WVC) - trots dat ze de kunstensector volgend jaar “uit de wind heeft gehouden” - een onderzoek naar de noodzaak en effectiviteit van de subsidieregelingen voor de podiumkunsten met vertrouwen tegemoet. Het is volgens haar maar de vraag of dat onderzoek uiteindelijk tot kostenbesparing zal leiden. Met een verwijzing naar een recente studie waaruit naar voren kwam dat dansers “wel buitengewoon slecht worden gehonoreerd”, zei de minister onlangs dat er in een aantal gevallen “misschien wel geld bij moet”. Maar dat is wel de laatste aanbeveling waar de minister van financiën op zit te wachten.