Afrika jaagt op verdwenen miljarden

ABIDJAN, 17 SEPT. In Afrika zijn de nieuwe politieke leiders de jacht begonnen op de verdwenen miljarden dollars die de oude leiders de afgelopen decennia illegaal op hun buitenlandse bankrekeningen hebben weggestopt. Alleen al afgelopen maand kondigden vier Afrikaanse regeringen aan juridische stappen te zullen nemen om geld terug te vorderen dat volgens hun door vorige een-partijregimes uit de staatskas is gestolen.

De nieuwe regeringen in Mali, Congo, Liberia en São Tomé en Principe hebben een trend gezet die volgens diplomaten zeker ook in andere Afrikaanse landen zal worden overgenomen als ook daar de oude alleenheersers op de golven van de democratisering die nu over Afrika waait veel van hun macht zullen moeten inleveren. “Het zou wel eens een sneeuwbaleffect kunnen hebben als straks meer tegenstanders van de oude regimes de macht overnemen en met eigen ogen kunnen zien in wat voor staat het overheidshuishoudboekje verkeert”, aldus een Europese diplomaat die de politiek in verschillende Westafrikaanse landen volgt.

Opmerkelijk genoeg is het juist Zwitserland, doorgaans de veiligste vluchthaven voor oneerlijk verkregen geld, dat in deze voorop loopt. Op 21 augustus liet het Zwitserse ministerie van buitenlandze zaken weten dat het een verzoek van Mali heeft gehonoreerd en dat het mee zal werken aan een onderzoek naar de mogelijkheid dat de in maart afgezette Malinese president Moussa Traoré tijdens de 23 jaar dat hij aan het bewind was een miljard dollar de grens over heeft gesmokkeld.

Het land Mali vormt een van de prioriteiten voor de ontwikkelingsorganisaties in Zwitserland. Een gedeelte van het Zwitserse ontwikkelingsgeld zal nu worden aangewend om advocaten in te huren die zullen nagaan in hoeverre voor Mali bedoeld Zwitsers ontwikkelingsgeld op illegale manier is weggezet op Zwitserse bankrekeningen.

De ontwikkelingen in Zwitserland hebben de nieuwe leiders in Afrika op gedachten gebracht. Togo, waar afgevaardigden vorige maand tijdens een nationale conferentie president Gnassingbé Eyadema van zijn belangrijkste functies hebben beroofd, heeft naar analogie van Mali het buitenland om steun gevraagd. “We roepen landen op die vrede, gerechtigheid en vrijheid uitdragen, om Togo te helpen op een legale wijze gelden terug te krijgen die zijn misbruikt ten nadele van het Togolese volk”, aldus de resolutie die door de nationale conferentie in Lomé werd aangenomen.

In Liberia heeft de interim-regering van president Amos Sawyer een speciale commissie in het leven geroepen die nauw samenwerkt met Amerikaanse advocaten en die de gelden probeert terug te vorderen die tijdens het tienjarige bewind van de vorige jaar vermoorde president Samuel Doe uit de staatskas zouden zijn ontvreemd. “Het doel van de operatie is om de bevolking van Liberia recht te doen door het geld terug te geven dat haar toebehoort”, aldus de voorzitter van de commissie, de Liberiaanse minister van financiën, Philip Z. Banks. Banks verwees daarbij expliciet naar zes miljoen dollar op een Britse bankrekening en naar verscheidene eigendommen in de Verenigde Staten.

In Congo, waar een nationale conferentie eerder dit jaar de macht inbond van autoritaire marxistische militairen die die twee decennia aan het bewind waren geweest, worden vroegere bewindvoerders vastgehouden op verdenking van corruptie, onder wie de broer van Dennis Sassou-Nguesso, de president van het land die tijdens de nationale conferentie bijna al zijn belangrijke taken verloor. De Congolese minister van justitie, Martin Bemba, is vorige maand naar Frankrijk op en neer geweest om, aldus een woordvoerder van het ministerie, “het proces te beginnen geld dat naar het buitenland is gesluisd terug te vorderen”.

De nieuwe regeringen in Afrika zijn hier en daar al overvallen door een fikse kater nadat ze er, eenmaal op het regeringspluche, achter waren gekomen dat de kluizen leeg waren en de schulden zich huizenhoog opstapelden. De terugvordering van ontvreemd overheidsgeld kan de nieuwe leiders nu verlichten in hun pogingen de belabberde levensstandaard van hun bevolking te verbeteren.

Tijdens de nationale conferenties die vooral in Franstalige Afrikaanse landen worden gehouden en die zijn bedoeld om politieke hervormingen en meer-partijendemocratiën te introduceren, zijn vaak schokkende verwijten te horen over corruptie en mismanagement aan de kant van de machthebbers. Presidenten, hun familieleden en hun cronies worden er niet zelden van beschuldigd hun land voor miljoenen te hebben opgelicht.

Maar, zoals zo vaak door de oude Afrikaanse leiders verklaard als ze worden geconfronteerd met beschuldigingen van corruptie, it takes two to tango. “De presidenten moeten natuurlijk worden vervolgd. Maar de Westerse bedrijven die de steekpenningen hebben betaald zijn net zo schuldig”, aldus een econoom bij de Afrikaanse Ontwikkelings Bank. De econoom is bang dat de nieuwe Afrikaanse regeringen die de corruptie tot op de bodem willen uitzoeken, maar bar weinig medewerking zullen krijgen van Westerse landen die immers vaak een andere kant op keken toen "hun' ondernemingen in Afrika via omkoperijen grote orders in de wacht wisten te slepen. (Reuter)