Zweden lijkt steeds meer op rest Europa

STOCKHOLM, 16 SEPT. Zweden is tientallen jaren een buitenbeentje geweest in Europa, maar de verkiezingsuitslag van gisteren toont aan dat het steeds meer gaat lijken op de andere landen van Europa.

Het einde van de Koude Oorlog maakte de lang gekoesterde neutraliteit, waarmee Zweden zich zo lang had onderscheiden van bijna alle andere landen in Europa, tot een lege huls. De regering houdt weliswaar vol dat ze de neutraliteit nog niet geheel heeft laten varen, maar de recente Zweedse aanvraag van het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap liet er geen misverstand over bestaan dat Stockholm zich bij het onvermijdelijke heeft neergelegd.

Op binnenlands niveau kreeg het "normaliseringsproces' van Zweden gisteren door toedoen van de 6,4 miljoen kiezers eveneens zijn beslag. De Sociaal-democraten, die een abonnement op de regeringsmacht leken te hebben, leden de zwaarste nederlaag in meer dan 60 jaar. Weliswaar viel het verlies minder ernstig uit dan sommige opiniepeilingen hadden voorspeld, maar naar Zweedse begrippen betekent het slinken van de aanhang van 43,2 tot 37,6 procent van de kiezers desondanks een aardverschuiving.

Premier Carlsson begreep de boodschap van de kiezers en kondigde dan ook prompt het ontslag van zijn kabinet aan. De 57-jarige premier, die vooral opgelucht leek dat de catastrofe die de peilingen begin dit jaar nog voor zijn partij voorspelden was uitgebleven, zei dat zijn partij zich in de oppositie constructief zou opstellen.

Zijn conservatieve rivaal, Carl Bildt, constateerde gisteren tevreden dat de oude sociaal-democratische consensus die Zweden zolang in zijn ban heeft gehouden, is doorbroken. “Deze verkiezing kan niet anders worden uitgelegd dan als een massaal mandaat voor verandering, als een massale stem tegen de Sociaal-democraten”, aldus Bildt, die nu zelf de hoogste ogen gooit voor het premierschap.

Minder aangenaam voor Bildt is dat een aanzienlijk deel van de kiezers die genoeg hadden van de Sociaal-democraten op een nieuw partijtje stemde dat rechts van zijn eigen Conservatieve partij opereert. Terwijl Bildt zelf wellicht nog geneigd zou zijn geweest zaken te doen met deze Nieuwe Democraten, zijn de andere drie partijen waarmee hij een centrum-rechtse coalitie hoopt te vormen, hier faliekant op tegen. Hierdoor bestaat er wel een centrum-rechtse meerderheid in het parlement, maar zal Zweden naar alle waarschijnlijkheid toch met een minderheidsregering worden opgescheept.

Pag 10:

Zweden gaat meer lijken op Europa

Het economische beleid van Zweden zal in de toekomst ongetwijfeld minder afwijken van de andere Europese landen dan voorheen. De belastingen gaan omlaag. De Zweedse bevolking heeft genoeg van de loodzware belastingdruk waaronder zij al jaren gebukt gaat. Ook een belastinghervorming van de regering-Carlsson, die het zwaartepunt verlegde van de loonbelasting naar de btw, heeft hieraan niets veranderd.

De enorme greep van de staat op de economie zal naar verwachting worden afgezwakt. De Zweden wensen meer ontplooiingsmogelijkheden voor het individu en meer prikkels om hard te werken. Bildt en zijn bondgenoten, die er beslist geen geheim van maken Zweden meer op de golflengte van de andere Europese staten te willen brengen, zullen een vleugje Thatcher over de Zweedse economie strooien. Dit alles wil zeker niet zeggen dat de Zweedse verzorgingsstaat van het toneel zal verdwijnen. Deze zal worden afgeslankt, niet afgebroken.

Nu Zweden zich heeft aangemeld bij de EG en de Zweedse kroon al heeft gekoppeld aan de Europese munteenheid ECU, staat vast dat Stockholm het oude werkgelegenheidsbeleid moet opgeven. Dit was erop gericht om bijna volledige werkgelegenheid te handhaven, ongeacht de inflatie die dit met zich mee zou brengen. Van tijd tot tijd werd de exportpositie wat verbeterd door een forse devaluatie van de kroon. Ook de regering-Carlsson had echter al begrepen dat dit beleid op den duur niet viel te handhaven en had het roer omgegooid. De benijdenswaardige Zweedse werkloosheidspercentages van beneden de 2 procent behoren daarmee tot het verleden.

De verkiezingen hebben Zweden ook in ander opzicht dichter bij Europa gebracht. Door verlies vindt de Zweedse Sociaal-democratische partij zich nu meer op het niveau waarop bij voorbeeld de Deense en de Noorse Sociaal-democraten zich al enige tijd ophouden. Ook de Duitse broeders van de SPD moeten het al enkele jaren doen met iets meer dan eenderde van het electoraat.

De opkomst van de nieuwe partijen, in het bijzonder die van de Nieuwe Democraten van de excentrieke graaf Ian Wachtmeister, sluit eveneens aan bij de ontwikkeling in de Scandinavische buurlanden. Daar zorgen populistische partijen van dit type al jaren voor leven in de brouwerij.

Het succes van de andere winnaar van deze verkiezingen, de Christen-democraten, die al sinds 1964 tevergeefs probeerden om de kiesdrempel van vier procent te halen, bewijst dat er zich een belangrijke verschuiving in Zweden heeft voorgedaan. De Christen-democraten kregen nu plotseling liefst 7,0 procent van de stemmen, terwijl ze precies hetzelfde programma boden als bij voorgaande verkiezingen, met veel nadruk op de rol van het gezin.

De eerste tekenen dat de stabiliteit in de Zweedse politiek - decennia lang bepaald door een grote en vier kleinere partijen - was aangetast, manifesteerden zich al bij de verkiezingen van 1988, toen de Groenen als eerste nieuwe partij in zeventig jaar het parlement binnenkwamen. Weliswaar haalden die ditmaal niet de kiesdrempel, maar het succes van de Christen-democraten en de Nieuwe Democraten, samen goed voor bijna 14 procent van het electoraat, geeft aan dat de Zweedse politiek in beweging blijft en meer tussen uitersten heen en weer zwenkt dan voorheen.

Betekent dit alles dat het kalme Zweden een ernstige crisis doormaakt? Dat is overdreven. Het duidt er veeleer op dat Zweden bezig is zijn oude huid af te werpen voor een nieuwe, die meer lijkt op die van zijn omgeving. Het geraamte van de Zweedse samenleving, dat zo grondig is opgetrokken door de Sociaal-democraten, is veel te sterk om hieronder te bezwijken.