Voor het eerst in de oorlog klinkt in Zagreb luchtalarm; Onafhankelijkheid Kroatiëdreigt ten onder te gaan

ZAGREB, 16 SEPT. Met de eind juni zo trots verkondigde onafhankelijke republiek Kroatië lijkt het bijna gedaan: door de opmars van Serviërs en het federale leger is het land in vier enclaves opgedeeld en tot tweederde van zijn oorspronkelijk territorium gereduceerd. Belangrijke steden als Zadar, Karlovac, Osijek en Split dreigen te vallen. Er zijn sinds eind juni bij gevechten al meer dan vierhonderd doden gevallen. De militaire ondergang van Kroatië overtreft de somberste verwachtingen van nog maar drie weken geleden. Vooral de afgelopen week was dramatisch, met de val van het stadje Hrvatska Kostajnica, dat de Kroaten maandenlang ten koste van veel verliezen hebben verdedigd, als een symbool van hun gewapend weerstandsvermogen.

Maar de toon van het Kroatische televisiejournaal is op deze zondagavond van een geregisseerde opgetogenheid. “Alweer een goede tijding, kijkers”, zegt de nieuwslezer met een zorgvuldig ingestudeerde glimlach: “Onze Nationale Garde heeft het Huis van het Leger in Virovitica ingenomen”. Dan volgen beelden van het hijsen van de Kroatische vlag aan de gevel van een gebouw, dat door de Kroaten zonder slag of stoot is ingenomen, en enkele applaudisserende Kroatische voorbijgangers. Kroatië mag de echte oorlog dan hard aan het verliezen zijn, een propagandistische overwinning behoort kennelijk nog tot de mogelijkheden.

Dit is de "totale oorlog' van Kroatië tegen het Joegoslavische leger - al enkele malen afgekondigd, door lokale commandanten van de Nationale Garde, Kroatië's eigen legertje vurig gewenst en op lokaal niveau ook al af en toe in praktijk gebracht, maar dit weekeinde pas werkelijkheid geworden met de blokkade door Nationale Garde en vrijwilligers van alle objecten van het Joegoslavische leger, ook in steden zoals Zagreb die tot nu toe voor het oorlogsgeweld gespaard waren gebleven.

“Onze actieve verdediging werpt al eerste vruchten af”, verklaart de Kroatische minister van defensie, Luka Bebic, op een persconferentie. Bij de inname door de Kroaten van enkele der sinds zaterdag door de Kroatische Nationale Garde omsingelde en van licht, water, voedsel en telefoon afgesneden objecten van wat de Kroatische regering het "bezettingsleger' noemt, zouden reeds “duizenden tonnen” wapens zijn buitgemaakt, zouden 400 militairen van het leger zich hebben overgegeven en dat alles zonder één slachtoffer aan Kroatische zijde.

Zagreb, zondagmiddag kwart over vijf: de sirenes van het luchtalarm weerklinken. Ongeveer vijf minuten daarvoor zijn twee straaljagers laag over de stad gevlogen, algemeen schrik verbreidend. Dat doet nog meer het eerste luchtalarm van deze oorlog in de hoofdstad Zagreb: op het stationsplein rennen honderden mensen in diverse richtingen, waar ze een schuilkelder of schuilplaats vermoeden. Auto's gieren de bocht om. Maar als de straaljagers niet terugkomen, en het alom gevreesde vergeldingsbombardement op de stad uitblijft, wordt het weer geleidelijk drukker op straat - al drukken radio en televisie de bevolking op het hart in de schuilplaatsen te blijven totdat het eindsignaal weerklinkt. Dat gebeurt tenslotte even voor half acht, net op tijd om de inwoners van Zagreb in de gelegenheid te stellen in het televisiejournaal kennis te nemen van de Kroatische "successen' van vandaag.

Dat de vrees voor vergeldingsacties van de zijde van het Joegoslavische leger geenszins denkbeeldig is, bleek dit weekeinde elders in Joegoslavië. Naar aanleiding van de inname van een wapendepot werd de kustplaats Ploce, even ten noorden van Dubrovnik, urenlang onder vuur genomen, zowel met vliegtuigen als door marineschepen op zee. Ook deze streek was tot nu toe gespaard voor oorlogshandelingen. In Vukovar, waar al wekenlang de heftigste gevechten van deze oorlog plaatsvinden, doorbrak het leger met veel geweld de blokkade rond het garnizoen. In de stad Split heeft de militaire commandant met iets dergelijks gedreigd. Aan alle fronten in Kroatië is dit weekeinde fel gevochten.

Maar een escalatie van de vijandelijkheden lijkt de Kroatische autoriteiten niet in het minst te deren. Ze zijn zelfs voetstoots bereid om voor hun nieuwe strategie de vredesconferentie onder auspiciën van de Europese gemeenschap aan de wilgen te hangen. “Zo'n langdurige conferentie is contraproductief”, meent de Kroatische minister van buitenlandse zaken, Zvonimir Separovic, “en de debatten op de conferentie zijn irrelevant in het licht van de voortgaande oorlog in Kroatië”.

De Kroatische leiders hadden zich van de "internationalisatie' van de Joegoslavische crisis eigenlijk steeds voorgesteld dat "Europa' - met waarnemers of beter nog met troepen - Kroatië zou komen helpen zich teweer te stellen tegen de Serviërs die nu al een derde van het territorium tot "autonoom' hebben verklaard. Nu die anti-Servische steun uitblijft, integendeel de conferentie in Den Haag lijkt af te stevenen op een vergelijk waarbij de status-quo in de door Serviërs bezette gebieden een zekere geldigheid heeft, verdwijnt de Kroatische belangstelling voor de besprekingen. Tegelijkertijd is de nu ingezette guerre à l'outrance tegen het Joegoslavische leger een soort laatste wanhopige poging een opdeling van Kroatië te voorkomen. “We hebben deze maatregelen genomen om druk uit te oefenen op de krachten binnen het leger, Joegoslavië en de wereld die een eind kunnen maken aan de agressie tegen Kroatië”, aldus vice-premier Zdravko Tomac dit weekeinde.

Maar of de thans ingezette "totale verdedigingsoorlog' in de eerste plaats de vrucht is van rationele overwegingen, staat nog te bezien. Al langere tijd is onder de Kroatische leiders een debat bespeurbaar tussen president Tudjman en anderen, die aan de crisis een eind willen maken door overleg of een pact, en aanhangers van de harde lijn die in het offensief willen gaan, niet werkeloos willen toezien hoe de droom van een onafhankelijke Kroatische nationale staat ten onder gaat.

Deze laatste factie heeft als steunpunt vooral de stad Osijek, een bastion van militant Kroatisch nationalisme. De lokale leiders daar brengen, zoals de EG-waarnemers vorige week hebben geconstateerd, de praktijk van het offensief al enige tijd in praktijk - wat overigens niet heeft kunnen verhinderen dat zij tegen de Serviërs en het Joegoslavische leger nederlaag op nederlaag hebben geleden. Niettemin is het deze lijn die nu kennelijk ook in Zagreb de overhand heeft gekregen.

De Kroatische "verovering' van militaire objecten is tot nu toe van bescheiden militaire betekenis. Meestal ging het dit weekeinde om gebouwen die nauwelijks bemand en verdedigd waren. De "27-juli"-kazerne aan de westkant van Zagreb huisvestte nog slechts een peloton soldaten van de wacht, die onder veel gejuich in een autobus konden worden afgevoerd. Maar aan de oostkant van de stad, middenin een flatwijk, staan in de Maarschalk Tito-kazerne nog wel degelijk tanks en zware artillerie opgesteld. Komen die in actie, bij een aanval van de Nationale garde, of zullen deze eenheden eveneens proberen de blokkade te doorbreken?

En hoelang zullen de militairen nog de kidnapping kunnen aanzien van generaal Milan Aksentijevic, dezelfde generaal die eerder tegenover de pers heeft geprobeerd de goede bedoelingen van het Joegoslavische leger te vertolken? Hij werd vrijdag gevangen genomen en wordt nu als "oorlogsmisdadiger' berecht. Ten aanzien van Zagreb hebben - met de instelling van een noodtoestand - de voorstanders van de harde lijn in ieder geval bereikt dat aan het wufte uitgaansleven in de Kroatische hoofdstad, al langer een doorn in het oog van Kroaten uit de crisisgebieden, voorlopig een einde is gekomen.