Voetballer is geen geldwolf

De betaalde voetballer in Nederland is beslist geen geldwolf. Ten minste als we de heren op hun woord mogen geloven.

Uit een in opdracht van het weekblad Voetbal International gehouden enquête onder alle betaalde voetballers van Nederland (445 vragenlijsten keerden ingevuld terug), blijkt dat plezier in de sport, spanning van de wedstrijd, het toeleven naar en het beleven van een duel en de mogelijkheid om het lichaam in topconditie te brengen, hoger scoren dan de mogelijkheid om in deze tak van sport miljonair te worden. De betaalde voetballers besteden gemiddeld 24 uur per week aan hun sport. Dat vergt te veel tijd om profvoetbal met studie of een baan te combineren, omdat meer dan de helft van de ondervraagden van mening is dat je dan nooit de top kunt halen.

Sponsoring vormt de financiële basis van het het profvoetbal. Niettemin oordeelt slechts tien procent van de voetballers dat sponsors daar onredelijke eisen aan verbinden. Hoewel ook een voorbeeld wordt aangehaald van een voetballer die door de sponsor werd gesommeerd om zijn zoon uit bed te bellen. Een andere geldschieter eiste van zijn jongens dat wanneer ze geblesseerd op de grond vielen ze in ieder geval met de borst naar de camera moesten gaan liggen.

De betaald voetballer ziet zichzelf als een publiek figuur. Bijna driekwart piekert er niet over geld te vragen voor een interview, 21 procent vindt dat wel geoorloofd. Het gunstigste voor een speler (maar ook de sponsor) is een interview op de televisie (50%), gevolgd door het sport- of voetbaltijdschrift (39%), waarna op enige afstand de dagbladen volgen (23%). De radio doet de meeste spelers weinig (11%).

Zelf vindt de voetballer (meer dan 50%) dat hij het best tot zijn recht komt in een interview in een voetbal- of sporttijdschrift. De televisie komt hier op de tweede plaats, gevolgd door de dagbladen, waarvan door de voetballers alleen De Telegraaf en het Algemeen Dagblad als belangrijk worden gezien. De rest van de dagbladen speelt in het machtsspel van het betaalde voetbal - waarin sommige media (VI voorop) zo invloedrijk zijn dat ze moeiteloos de bondscoach naar huis kunnen schrijven - nauwelijks een rol. Nog erger op dit punt is het met de weekbladen gesteld. Tijdschriften als Nieuwe Revu en Panorama, bladen die relatief veel aandacht aan voetbal besteden, krijgen een waardering van slechts 1 procent en worden door de spelers derhalve niet serieus genomen.