Vermoeid Zweden

DE ERNSTIGE NEDERLAAG van de Zweedse socialisten laat zich moeilijk verklaren. Zij hadden midden jaren zeventig al het aureool verloren de partij van de toekomst te zijn, een toekomst die zij meer dan veertig jaar aaneengesloten tot socialistisch kroondomein hadden verklaard. Anders dan bij het WAO-debâcle van de Nederlandse socialisten gaat het de Zweden niet direct om het erfgoed van de sociale zekerheid. Eerder is er sprake van een algemene vermoeidheid met de in bureaucratie en inflatie vastgelopen pretenties van een partij die te lang en te eigengereid de lakens heeft uitgedeeld.

De snelle opkomst van de populistische Nieuwe Democraten (het etiket democratie is overal te koop) wijst op een reactie van wat hier de zwakken in de samenleving worden genoemd - die als eersten het onmaakbare van die samenleving aan den lijve ondervonden. De nieuwe partij maakt het land er niet bestuurbaarder op. Zij bepaalt de uitslag van de machtsbalans tenzij traditioneel links en rechts elkaar eindelijk ook politiek vinden. Maar dat is sinds 1932 nog niet vertoond, ook al stond het Zweedse model in het teken van de maatschappelijke verzoening van arbeid en kapitaal.