Slechts interesse in fotobijschriften en tv-ondertitels; Het intellectuele tijdperk van Encounter is voorbij

Het Anglo-Amerikaanse maandblad Encounter, waarvan de redactie in Londen zetelde en dat onder liberale academici in Nederland decennialang een zeker prestige genoot, heeft het einde van de Koude Oorlog niet overleefd. Op zichzelf niet verbazingwekkend voor een periodiek, opgericht in 1953 als intellectuele voorpost tegen het communisme en vooral tegen het anti anti-Amerikanisme. De integriteit van dit conservatieve bolwerk voor de verdediging der democratische vrijheden kreeg een geduchte knauw in 1967, toen aan het licht kwam dat het in hoofdzaak werd gefinancierd door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. In de jaren zeventig hielp de redactie het bed op te schudden voor politieke leiders als Reagan en Thatcher.

Het budget was toen echter lang geen vetpot meer; de uitgever werd geplaagd door inflatie en een steeds zwakkere positie van de dollar tegenover het pond. De oplage (twintigduizend) liep terug door een dalend abonneebestand. De echte doodsteek kwam van de ommekeer in de wereldverhoudingen. Geen grotere ramp had het blad kunnen treffen dan de vervulling van zijn droom: de teloorgang van het communisme in Oost-Europa en de Sovjet-Unie. Encounters mythe van het vrije ondernemerschap velde glansrijk die van het proletarisch paradijs. Ook de "peilloze' Russische volksziel moet zich nu bekeren tot de zegeningen van de markteconomie. Het symbool van de bevrijding is McDonalds in Moskou en als het aan de kat in Kiev lag, kocht ze Whiskas.

Al in de loop van 1990 stagneerde de uitgave van Encounter en in januari 1991 werd officieel toegegeven dat de verschijning was stopgezet. Sommigen, zoals ex-hoofdredacteur Stephen Spender die na het CIA-schandaal in 1967 had afgehaakt, verklaarden geen traan om het verscheiden te zullen laten. Het voortbestaan van Encounter was volgens hen al te lang gerekt. Maar een groepje supporters onder leiding van de laatste directeur, Tony Robertson, wil liefst zo snel mogelijk opnieuw beginnen. Ditmaal meer op Europa gericht dan op Amerika, ook wat de financiering aangaat. Weliswaar is de vertrouwde rode dreiging verdwenen, maar de letterkundige en journalistieke coryfeeën van Encounter blijven waardevolle artikelen insturen, zegt hij. En meer dan ooit onderkent hij de behoefte aan een intellectueel platform voor cultuur en politiek.

Is dat zo? Vergelijkt men de omstandigheden waaronder het spraakmakende periodiek destijds het licht zag met die van nu, dan is het ook los van de gewijzigde politieke situatie de vraag of er nog wel een nieuwe generatie intellectuele scribenten aanwezig is. Een schrijvende en polemiserende politicus als Bolkestein bij ons spreekt amper tot de verbeelding van jongeren van wie bekend is dat zij zich in stijgende mate afwenden van het gedrukte woord. De leesfrequentie daalt gestaag. Het minst allergisch zijn de junioren nog voor teksten in de vorm van fotobijschriften of tv-ondertitels.

Serieuze dagbladen zien hun lezerskring vergrijzen. De markt voor achtergrondjournalistiek schrompelt ineen en het linkse weekblad De Groene moest, evenals indertijd Encounter, door een kapitalist pur sang van de financiële ondergang worden gered. Ideologisch hebben "progressieve' intellectuelen momnenteel niet zo veel substantieels meer te bieden. Volgens een recente peiling heeft driekwart van de twaalf- tot negentienjarigen geen of weinig belangstelling voor de politiek. Onder de rest manifesteert zich een aardverschuiving van PvdA naar D66. Het Rode Vaandel verloor zijn aantrekkingskracht ten faveure van de telegenieke beeldbuiskop van Van Mierlo.

Politieke malaise: het binnendringen van tv-camera's in het parlement heeft de electorale belangstelling voor de politiek bepaald niet vergroot. Waar is onder parlementariërs ter rechter en ter linker zijde de eruditie gebleven, ooit tentoongespreid door mensen als Van Riel en Den Uyl? Eer zal Erica Terpstra een surfplank berijden dan dat VVD-er Linschoten in de Tweede Kamer uit het werk van Slauerhoff citeert. Eer verandert de Ridderzaal in een moskee dan dat Elske ter Veld verwijst naar het Penningske der Weduwe.

De urbane clipcultuur kweekt geen nageslacht waarvoor democratische waarden heilig zijn. Reservoirs van liberale vrijheden in combinatie met een democratische overtuiging en een onafhankelijke maatschappelijke opstelling slijten uit, zoals de agrarisch-ambachtelijke component uit de vaderlandse cultuurgeschiedenis. De provincie fungeerde als betrouwbaar toeleverancier van human capital voor de beoefening van literatuur, kunst, wetenschap en intellectuele kritiek. Het zaad kon in de grote stad ontkiemen. Helaas, deze eigenzinnige inbreng is met de boerenstand en al aan de vooruitgang geofferd. En het slag lieden dat een kwart eeuw geleden nog theoloog wilde worden, studeert thans bedrijfskunde of "communicatiewetenschappen'. Voor zulke opgedroogde bronnen van creativiteit komt niets gelijkwaardigs meer in de plaats.

Nieuwe informatietechnologieen doordringen de menselijke existentie. Haast ongemerkt is de produktie van goederen en diensten in de culturele sfeer het monopolie van transnationale corporaties geworden. Kapitaalkrachtige investeerders hopen op snel profijt uit de exploitatie van kranten, boeken, films en televisie. De beelden en boodschappen die in dit gestroomlijnde wereldbeeld passen, bereiken met voorrang de podia.

Doch de ideeën en waarden die hierachter schuilgaan, sporen meer en meer met de macht van sponsors in wier imperium de zon nooit ondergaat. Creatieve uitingen die om weke reden dan ook niet goed "in de markt' liggen, maken weinig kans op een publiek van enige omvang, terwijl commerciële produkties een ongebreidelde groei doormaken. De uitingsvrijheid van kwetsbare individuën en groepen wordt op die manier tot een paskwil. Wie een bestseller nastreven, leggen zich tijdig de bijbehorende zelfcensuur op. En gaan uitvoerig naar de kapper van de modieuze scène, alvorens zij bij Adriaan of Sonja niet alleen hun boek verkopen, maar ook zichzelf.

Encounter bedekte de na-oorlogse Amerikaanse expansie, wegbereider van een geprivatiseerde wereldheerschappij, met de mantel van het anti-Amerikanisme. De intellectuelen die er de slippen van droegen, begingen voor de zoveelste keer in de moderne geschiedenis hetgeen Julien Benda betiteld heeft als "Het verraad der klerken'. Om een veelheid van redenen is het tijdperk van Encounter voorbij.

Er zijn thans andere manieren om de geesten der mensheid te beïnvloeden. Het mondiale medium satelliet-televisie opent de deur naar internationale gemeenschappen die bezig zijn gezamenmlijke interpretatiekaders te ontwikkelen. Dat is nooit eerder vertoond; een effectieve aflossing van de aan inflatie en verraad bezweken woordcultuur door die van het beeld. Cultuuroptimisten zien hierdoor alternatieve politieke stromingen ontstaan met een eigen opstap naar de media.

De militante milieubrigade Greenpeace kan hiervan als voorbeeld gelden: een initiatief van intellectuelen die de klaarheid van de daad stellen boven de sluiers van het woord. Verzekerd als zij zijn van een waardevaste vijand, wiens bestrijding met spectaculaire tactieken hun een plaats verschaft in de televisiejournaals dezer wereld.