Rekenkamer: Deetman lichtte Kamer te laat in

DEN HAAG, 16 SEPT. Oud-minister Deetman (onderwijs) heeft de Tweede Kamer “niet tijdig en adequaat” op de hoogte gebracht van de problemen bij de invoering van het zogeheten Londo-stelsel in het basisonderwijs.

Dit stelt de Algemene Rekenkamer in een onderzoek naar de invoering van dit stelsel. Het systeem dat de kosten voor materiaal en gebouwen vergoedt, heeft sinds de invoering in 1985 voor grote tekorten op de onderwijsbegroting gezorgd. Het rapport is vanmorgen naar Deetman, nu voorzitter van de Tweede Kamer, gestuurd. Deze was niet voor commentaar bereikbaar.

Minister Ritzen liet al een jaar geleden een onderzoek uitvoeren door het bureau Berenschot naar de invoering van het Londo-systeem. Dit constateerde ook dat de toenmalige minister Deetman de Tweede Kamer te laat en onjuist had ingelicht. Vervolgens vroeg de Kamer om een onderzoek van de Algemene Rekenkamer.

Deze vindt nu dat het het ministerie al in 1984 duidelijk werd dat er grote problemen waren met de automatisering van het stelsel. De Tweede Kamer werd daarvan pas in 1988 op de hoogte gesteld.

De overschrijdingen op de begroting wijt de Rekenkamer aan “onjuiste en onvolledige basisgegevens en een onbetrouwbaar geautomatiseerd systeem bij de start in 1985 hetgeen het opstellen van nauwkeurige ramingen bemoeilijkte.”

Volgens de Rekenkamer is nooit een expliciete beslissing genomen om het stelsel in te voeren. Door het stelsel te koppelen aan de invoering van de Wet op het Basisonderwijs werd slechts impliciet besloten het stelsel op 1 augustus 1985 in te voeren.

De minister heeft ook “het belang van juiste en volledige basisgegevens voor het functioneren van het stelsel onderschat”, zo schrijft de Rekenkamer. Van een risico-analyse waarin aandacht kon worden besteed aan de financiële gevolgen van bepaalde gegevens, was volgens haar geen sprake.

De uitvoering van het stelsel had te leiden door verstoorde verhoudingen tussen de betrokken directies, aldus het rapport. Ook na het aantreden van minister Ritzen zijn daarbij fouten gemaakt. Zo verzuimde de verantwoordelijke directie de schoolbesturen goed te informeren over de afrekeningen aan de scholen.

De Rekenkamer verschilt van mening met Ritzen over de wijze waarop de beheersbaarheid van het stelsel kan worden verbeterd. Ritzen wil het stelsel vereenvoudigen. Zo zouden enkele van de grote hoeveelheid indicatoren aan de hand waarvan de vergoedingen worden bepaald, moeten worden geschrapt.

De Rekenkamer schrijft echter dat “het systeem weliswaar complex maar niet onwerkbaar is.” Hoewel de Rekenkamer onderschrijft dat vereenvoudigingen mogelijk zijn, beklemtoont zij vooral de noodzaak van verbeteringen in de uitvoeringsorganisatie van het departement.