"President Bush begrijpt niets van gewone mensen'

WINTERSET, 16 SEPT. De dampende kartonnen borden op de tientallen meters lange tafels bevatten lokale produkten: steak en gepofte aardappel. Er is van dit groene boerderij-erf een wijds uitzicht over het golvende landschap van de Amerikaanse deelstaat Iowa, nabij John Waynes geboortedorpje Winterset. Geheel volgens het programma beginnen mannen en vrouwen met speldjes en stickers te juichen, als de Democratische prairie-populist Tom Harkin het podium opstapt. Hij is hier om de lang-verwachte zin uit te spreken: “Ik ben kandidaat voor het presidentschap.” Hij róépt het, gebarend met meeslepende verve. “Ik ben hier om u te vertellen dat president George Herbert Walker Bush lemen voeten heeft en dat ik die met een hamer zal bewerken”, voegt de senator van Iowa eraan toe.

En hameren doet hij op de populaire president, die hij consequent met al zijn vier namen aanduidt om nadruk te leggen op diens patricische achtergrond. Want Harkin zelf - zo vertelt hij op honderd verschillende manieren - komt “van de verkeerde kant van het spoor”, hetgeen in de Amerikaanse politiek een teken van adeldom is. De mijnwerkerszoon groeide met vijf andere kinderen op in een huis met één slaapkamer en is ondanks alles senator geworden. Dat kan de hooggeboren Bush niet zeggen. “George Herbert Walker Bush zegt dat hij van zwoerd houdt, maar al eet hij tien stukken zwoerd, dan nog zal hij niets begrijpen van gewone mensen”, zegt Harkin.

Om de televisiebeelden op te vullen loopt achter hem een juichkoor van jongens en meisjes met Harkin-spandoeken heen en weer, alsof tijdens zijn toespraak de mensen nog toestromen. Het voornamelijk bejaarde publiek, waaronder veel gepensioneerde boeren, heeft T-shirts aan met de tekst “Give 'em Hell, HARKIN”.

Harkin: “Bent u klaar voor een president die de middenklasse verlichting geeft in plaats van belastingverlagingen voor de rijken?” “Ik geloof dat er honger is in Amerika, honger om zich af te wenden van de hebzucht en het egoïsme van George Herbert Walker Bush en J. Danforth Quayle.”

Zo werd de stilte rondom de presidentsverkiezingen van volgend jaar definitief verbroken. Harkin is de derde Democratische kandidaat die zich in de strijd heeft geworpen en tevens de meest linkse. Hij is een effectief spreker, die zich niet schaamt voor zijn progressieve opvattingen, als echo van de beweging die de prairie tijdens de economische crisis rond de eeuwwisseling overspoelde. In een tijd van kortingen en tekorten beroert Harkin klassieke Democratische thema's: meer overheidsinspanningen voor gezondheidszorg, betere scholen, wegen en spoorwegen. Heel Amerika moet zo veilig worden als het Iowa uit Harkins jeugd. En dat allemaal gratis. “We hebben geen extra belastingen nodig om dit te doen”, zegt hij. Het geld moet komen uit de “160 miljard dollar waarmee de Europese defensie tegen de Sovjet-Unie wordt gesubsidieerd”.

Leven in de brouwerij

Door zijn harde stijl heeft Harkin leven gebracht in een tot nog toe doodsaai verkiezingsseizoen. Een door politieke columnist David Brother geïnterviewde Republikeinse consulent noemde Harkin “de kandidaat in Bush' nachtmerries”. Bush kan zwaar gebelgd raken door harde populistische aanvallen. Harkin is door een andere columnist vergeleken met Reagan, die aanvankelijk ook als te extremistisch werd beschouwd voor het presidentschap.

De andere twee officiële Democratische presidentskandidaten, oud-senator Tsongas en de zwarte gouverneur van Virginia, Douglas Wilder, missen het demagogische talent van Harkin. Tsongas heeft een economisch-corporatistische boodschap, Wilder bepleit snelle aanzuivering van de overheidsschuld, niet echt grote stemmentrekkers. Gouverneur Bill Clinton van Arkansas wil ook aan de verkiezingen meedoen, maar kan zich door zijn voorzichtig-conservatieve gedachtengoed moeilijk van Bush onderscheiden. Dat geldt wel voor Jerry Brown, een voormalige links-liberale gouverneur van Californië, maar die zal moeilijk afstand kunnen doen van zijn vroegere bijnaam "gouverneur Manestraal'. Senator Bob Kerrey van Nebraska, wiens aankondiging van zijn kandidatuur ook nog moet komen, lijkt het meest op Harkin. Hij kan ook publiek in vervoering brengen, maar is minder radicaal.

Het is moeilijk om het op te nemen tegen president Bush, die nog steeds eenzaam aan de politieke top staat. Veel Democratische zwaargewichten hadden de strijd al bij voorbaat opgegeven. De economie herstelt zich, weliswaar hortend en sloom, van een recessie, dus dat hoeft niet meer tegen Bush te werken. In zijn buitenlands beleid geniet Bush groot gezag, vooral na zijn bedaarde reactie op de couppoging in de Sovjet-Unie. Maar een binnenlands beleid ontbreekt. Wegen vervallen, bruggen staan op instorten, de zuigelingensterfte is hoog, het aantal daklozen groeit, 30 miljoen Amerikanen hebben geen ziektekostenverzekering, in binnensteden houden 15-jarige jongens dodelijke schietgevechten op schoolpleinen, werklozen raken zonder uitkering - maar Bush blijft onaangedaan. Er is geen geld, de begroting is bevroren. De meeste Democraten durven niet tegen Bush' passiviteit in te gaan omdat ze bang zijn dat meer overheidsoptreden tot impopulaire hogere belastingen leidt.

Lef

Harkin durft het wel aan. Volgens hem ontbrak het Dukakis, de verslagen tegenkandidaat van president Bush in 1988, aan lef en kostte dat hem de overwimnning. In zijn eigen staat Iowa, waar de Democratische voorverkiezingen worden geopend, moet Harkin met overweldigende meerderheid winnen om een overtuigende kandidaat te blijven. Het zal hem daarna niet meevallen om zijn campagne van Iowa naar de rest van het land uit te breiden. De rustieke, politiek onbetekenende landbouwstaat heeft niet veel gemeen met de rest van Amerika, waar de meeste kiezers in voorsteden wonen. Aan minderheidsgroepen moet Harkin nog wennen, want er wonen vrijwel alleen nakomelingen van Duitse, Nederlandse en Scandinavische immigranten in Iowa.

Zijn politieke netwerk in de rest van het land is nog zwak ontwikkeld. Voor zijn campagnefinanciering steunt hij behalve op de pro-Israelische lobby ook zwaar op de vakbeweging, waar slechts 16 procent van de Amerikanen lid van is. Harkin deelt protectionistische standpunten met zijn contribuanten. “We moeten ophouden met het overzee sturen van geld en banen”, zei hij gisteren.

Harkin heeft ook fel campagne gevoerd tegen de oorlog in de Golf. In het uitzonderlijk vreedzame Iowa kan dat geen kwaad, elders meer, al neemt de politieke betekenis van de stemming over deze oorlog af. Harkin heeft zelf militaire ervaring als voormalig marinepiloot.

Zijn stem klinkt steeds harder en hij is vervuld van blauwe-boorden-romantiek. Met vreugde wacht het publiek altijd op zijn uitroep: “Bullshit!”. Hij kan geluk hebben met zijn campagne. Maar er is een grotere kans dat hij de weg gaat van zijn populistische voorganger uit de aangrenzende deelstaat Nebraska, William Jennings Bryan. Die verluchtte menig verkiezingsseizoen met prachtige toespraken, maar liet nooit na te verliezen.