Parretti zet juridisch gevecht in Nederland voort

ROTTERDAM, 16 SEPT. De omstreden Italiaanse zakenman Giancarlo Parretti, die in de VS in een juridisch gevecht is gewikkeld met Credit Lyonnais Bank Nederland (CLBN), gaat nu ook in Nederland die strijd aan. Dat doet hij via het aan de Amsterdamse effectenbeurs genoteerde bedrijf Melia, waarin Parretti een meerderheidsbelang heeft van 51 procent. In een kort geding dat vrijdag voor de president van de rechtbank in Rotterdam zal dienen, eist Melia dat CLBN twee leningen van in totaal 260 miljoen dollar bevriest, die de bank eerder opeisbaar heeft verklaard.

Uit de dagvaarding van Melia's advocaat mr. R.J. Polak uit Amsterdam blijkt dat CLBN de leningen opeisbaar heeft gesteld omdat Melia een wanprestatie zou hebben geleverd bij de rentebetaling daarover. Als zekerheid voor die twee leningen zijn aandelen MGM- Pathé in onderpand gegeven, de Amerikaanse filmproduktiemaatschappij waarvan Parretti de topman was. Onder druk van CLBN is Parretti uit die functie ontheven.

Parretti kocht in november 1990 de Amerikaanse filmstudio MGM-UA eind 1990 via Pathé Communications, een dochteronderneming van Melia. In april van dit jaar balanceerde de nieuw gevormde filmstudio op de rand van een faillissement. CLBN, de Nederlandse dochter van de Franse staatsbank Credit Lyonnais, koppelde verdere steun aan de filmstudio aan de voorwaarde dat Parretti zich niet meer met de dagelijkse gang van zaken zou bemoeien. De Italiaan bleek zich hier echter niet bij neer te leggen en werd uiteindelijk door de bank in juli volledig uit zijn funkties bij de filmstudio ontheven. Parretti is daartegen in het geweer gekomen en tracht nu bij een rechtbank in de Amerikaanse staat Delaware zijn gelijk te halen.

Mocht Parretti de rechtzaak in de VS winnen en weer op zijn stoel bij MGM terugkeren, dan kan hem daar de onaangename verrassing staan te wachten dat CLBN, via de uitgewonnen aandelen MGM uit de Melia-zaak, als grootaandeelhouder Parretti alsnog naar huis kan sturen. En dat tracht Parretti nu met het kort geding van Melia tegen CLBN te voorkomen.

In de dagvaarding wordt CLBN verweten rond de verstrekte leningen een “malicieus” beleid te hebben gevoerd. Zo zou CLBN van een bedrag van 60 miljoen dollar, dat een debiteur van MGM in november 1990 had overgemaakt, pas in april 1991 50 miljoen dollar hebben doorbetaald aan MGM. Deze “moedwillig bedorven situatie” leidde tot een faillissementsaanvraag tegen MGM door onbetaald gebleven schuldeisers. Dit alles was volstrekt nodeloos als CLBN de 50 miljoen dollar op tijd aan MGM zou hebben doorbetaald, zo blijkt uit de dagvaarding.