Krimpen doet pijn

Op de derde dinsdag van september wordt het nieuwe parlementaire jaar plechtig geopend. Hare Majesteit spreekt de Troonrede uit waarin de regering laat weten wat de plannen voor volgend jaar zijn. Zij weet zich deze keer verzekerd van een extra groot en aandachtig gehoor omdat overal in het land de mensen op de werkvloer even zullen pauzeren om van hun belangstelling te getuigen.

De minister van Financiën legt die dag de Rijksbegroting op tafel waarin voor elk departement wordt geraamd wat de regeringsplannen gaan kosten en hoe dat geld bij elkaar wordt gebracht. Bij de begroting hoort de Miljoenennota 1992, die de begrotingshoofdstukken nog eens samenvat.

De educatieve werkonderbreking is bedoeld als protest van de vakbeweging tegen de voorgestelde ingrepen in de WAO en de Ziektewet. Het spektakel rond de WAO en de koppeling van lonen en uitkeringen van de laatste tijd laat je bijna vergeten dat er ook nog een paar andere problemen spelen. De WAO is maar een stuk van het probleem. Al jaren zijn we bezig de uit hun voegen gebarsten collectieve uitgaven onder controle te krijgen. En dat lukt maar matig. De collectieve uitgaven (zie schema) zijn voor een deel overheidsbestedingen. Rijk, gemeenten en provincies consumeren en investeren zoals ook de brave burgers en de bedrijven dat doen.

Voor het overige bestaan de collectieve uitgaven uit inkomensoverdrachten. We hebben het dan over geld dat bij de een wordt weggehaald en aan een ander overgedragen. Sommige van die overdrachten lopen via de begrotingen van rijk en gemeenten; andere gaan buiten die begrotingen om via de instellingen die de sociale verzekeringen verzorgen, de sociale fondsen.

Een voorbeeld van zo'n verzekering is de WAO: een werknemersverzekering waarvoor premies worden ingehouden en die bij arbeidsongeschiktheid uitbetaalt. De uitvoering loopt helemaal via door werknemers en werkgevers georganiseerde bedrijfsverenigingen. Wel via de rijks- en de gemeentebegrotingen lopen overdrachten zoals een uitkering krachtens de Algemene Bijstandswet. Daarnaast zijn er ongehoord veel soorten subsidies: huursubsidies voor wie de huur niet kan opbrengen, subsidies als investeringsprikkel, subsidies voor openbaar vervoer, voor onderwijs, voor cultuur. Tot slot: ook de rente op de staatsschuld wordt bij de inkomensoverdrachten gerekend.

In de figuur zien we het verloop van de collectieve uitgaven in procenten van het nationaal inkomen: de collectieve uitgavenquote. Deze beweegt zich in de loop van de jaren naar de zeventig procent; in 1983 heeft hij de zeventig zelfs even gehaald. Daarna neemt hij af, richting zestig procent. Je zou haast denken dat onze collectieve sector krimpt, maar dat is schijn. In guldens groeit hij nog steeds. De quote daalt omdat de noemer - het nationaal inkomen - iets harder toenam dan de teller: de collectieve uitgaven.

Nederland zit nog steeds met Denemarken en Zweden bij de top drie collectieve uitgevers. In de figuur is aan de opbouw van elke staaf te zien dat dit niet ligt aan de bestedingen van de overheid. Die moeten met een steeds bescheidener plaats genoegen nemen. Ze worden in het nauw gebracht door de opzwellende inkomensoverdrachten.

Binnen die categorie zien we ten eerste de rente op de staatsschuld in een zorgelijk tempo oprukken. Onderzoekers hebben laatst berekend dat onze staatsschuld vergeleken met die van andere landen helemaal niet zo groot is. Maar dat neemt niet weg dat de rente over die schuld - die uit de lopende ontvangsten moet worden betaald - een zware last op de begroting is. Daarbij komt nog dat wij de steeds maar stijgende rentevoet in Duitsland volgen omdat het vertrouwen in de gulden geschokt zou raken als we dat niet doen.

Het aandeel van het tweede stuk overdrachten - de sociale verzekeringen - is de laatste tien jaar min of meer constant. De huidige WAO-operatie is er op gericht dit stuk van de staaf te verkleinen. Maar de verlaging van de uitkeringspercentages (bij de WAO bij voorbeeld van tachtig naar zeventig procent in 1987) is daar blijkbaar teniet gedaan door een toegenomen aantal uitkeringsgerechtigden. Dat laatste blijkt wel gelukt te zijn met de top van de staaf: de uitgaven in het kader van sociale voorzieningen zoals de Bijstand en overdrachten in de vorm van subsidies.

De overheid brengt het geld voor haar bestedingen en overdrachten hoofdzakelijk bij elkaar door belastingen te heffen. Daarnaast zijn er nog inkomsten uit de Staatsloterij, uit deelname in de aardgasexploitatie, uit andere overheidsbedrijven.

Er gaan wel eens stemmen op om gewoon te stoppen met dat "zinloos geld rondpompen' zoals het dan wordt genoemd. Schaf die hele rimram van inkomensoverdrachten af, en verlaag daartegenover de belastingen. Laat de mensen hun geld in hun zak houden en laat ze zelf bepalen hoe ze het willen uitgeven.

Zo'n gedachte is aantrekkelijk door z'n eenvoud, maar er zitten nog wel een paar haken en ogen aan vast. In een relatief rijk land als het onze is een Bijstandswet - mits goed gecontroleerd - een belangrijke verworvenheid. Daarnaast wil de overheid cultuur en openbaar vervoer stimuleren door de prijs betaalbaar te houden. Daarvoor zijn subsidies nodig.

De toegang tot het onderwijs moet je niet afhankelijk maken van iemands inkomen. Ten eerste verspil je talent als alleen hogere inkomens toegang tot scholing hebben. Ten tweede ontneem je mensen de kans om via scholing in een hogere inkomensklasse terecht te komen. Je kunt natuurlijk wel de verschillende soorten onderwijs eens kritisch bekijken en de gebruiker die het betalen kan meer zelf laten bijdragen. De begroting van minister Ritzen zit duidelijk op dit spoor.

Op dezelfde manier worden steeds fijntandiger kammen door alle subsidieregelingen getrokken. En iedere keer staan de getroffenen op hun achterste benen en bij de minister op de stoep. Het terugduwen van de inkomensoverdrachten is een moeizame operatie. Krimpen gaat van au!