"Jaloers op Michelangelo'; Italiaanse schilder beschadigt beeld David met hamer

ROME, 16 SEPT. Een van de beroemdste beelden ter wereld, de David van Michelangelo, is zaterdag met een hamer beschadigd door een geestelijk gestoorde Italiaanse schilder die zei jaloers te zijn op Michelangelo en tot zijn daad te zijn aangezet door een schilderij van Veronese in het Louvre.

De dader, de 47-jarige Piero Cannata, was met tientallen andere toeristen rond het middaguur in de Academie voor schone kunsten in Florence. Hij stapte over het koord dat het metershoge marmeren beeld scheidt van de bezoekers, probeerde op het twee meter hoge voetstuk te springen en sloeg met een hamer die hij uit zijn jasje had gehaald, een stuk af van de teen naast de grote teen aan de linkervoet.

Na één slag met de hamer gooide hij deze weg en ging op de grond liggen, “bang dat de mensen me wilden slaan,” zoals hij later tegen de politie zei.

Het vernielde stuk teen is in vijf brokjes uiteengevallen. Het beeld is volgens deskundigen goed te restaureren. Over een paar weken moet de teen weer zijn hersteld.

Michelangelo's David, het symbool voor mannelijke schoonheid, is tussen 1501 en 1504 gemaakt. Het beeld heeft eeuwenlang op de Piazza della Signoria gestaan, maar werd in 1873 overgebracht naar de accedemia. De huidige David op de Piazza della Signoria is een kopie die daar in 1910 werd neergezet.

Cannata, een ex-heroïneverslaafde die sinds zijn ontwenningskuur onder psychiatrische behandeling staat en een aantal keer met de politie in aanraking is geweest wegens gewelddaden, zei dat hij jaloers was op Michelangelo. In Prato, de stad op twintig kilometer van Florence waar hij woont en werkt, staat hij bekend als een weinig succesvol schilder.

Cannata heeft tegen de politie gezegd dat “de mooie Nan van Veronese” een schilderij uit het Louvre, hem opdracht had gegeven de David te beschadigen.

De aanslag is met een zeker fatalisme ontvangen. Valdo Spini, staatssecretaris voor binnenlandse zaken, zei dat de afstand tussen het beeld en de bezoekers moet worden vergroot, en dat snel het hoge aantal vacatures onder de suppoosten in de musea van Florence moet worden opgevuld. Maar veel kunstcritici en bestuurders vinden dat dergelijke aanslagen vrijwel niet zijn te vermijden.

“We kunnen niet alle Italiaanse kunstwerken achter kogelvrij glas zetten,” zegt Francesco Sisinni, directeur-generaal op het ministerie van cultuur. Kunstcriticus Jiulio Carlo Argan: “Zo iets zou absurd en onwaardig zijn. Een beeldhouwwerk moet van alle kanten zichtbaar zijn.”

Antonio Paolucchi, de hoogste ambtenaar van culturele zaken in Florence, rekende voor dat naar schatting twee procent van de Italiaanse bevolking last heeft van psychische stoornissen. Met 3,5 miljoen bezoekers per jaar in de Florentijnse musea betekent dat jaarlijks 70.000 risico-gasten.

“Het is onmogelijk om die allemaal te controleren,” zei Paolucchi. “Met het massatoerisme zijn de risico's niet meer beheersbaar.”