Generale repetitie van cavalerie ere-escorte Gouden Koets; Niet iedereen mag meerijden

DEN HAAG, 16 SEPT. Het is een eer en een genoegen, rijden in het ere-escorte. “We doen het voor de mooie ogen van Hare Majesteit”, zo drukt mr. F.W.B. Baron van Lynden, voorzitter van de Stichting Cavalerie Ere-escorte, het uit. En voor het plezier dat de ruiters onderling beleven, de vier dagen in het jaar dat ze samen optrekken.

Het ere-escorte begeleidt de Gouden Koets op Prinsjesdag. Twee pelotons huzaren, van wie sommigen nog onder de wapenen zijn. De meesten echter worden voor deze gelegenheid als reservisten opgeroepen. En dat sinds 1972.

“Mannen, ik wil dat jullie vanmorgen honderd procent geconcentreerd zijn”, houdt overste P.J. Kouts zijn troepen voor bij het appel. Het gaat weliswaar om een oefening, maar toch. Na het appel halen de ruiters hun paarden uit de stallen van de Alexanderkazerne en schuieren ze schoon.

E. Burggraaf (“Mijn naam hoeft er niet bij, het gaat bij ons om het collectief”) doet dit jaar voor de vijftiende keer mee. Hij vindt dat er niet zo "verheven' over het escorte gedacht hoeft te worden, in de trant van "het Oranje-gevoel'. Het gaat om het plezier, om het rijden en om samen te zijn met je vrienden. Vrienden voor het leven. “Ook zakelijke relaties, al doe je het daar naturlijk niet voor.”

Hij heeft zijn paard Sjors binnen opgezadeld en wil naar buiten. Een minder ervaren collega verspert hem de weg. Hij knoeit wanhopig met de lange sabel die het escorte draagt. Geduldig helpt Burggraaf hem. “Zeventig procent weet wat een paard is. De overige dertig procent vormt het risico.”

De twee pelotons vertrekken naar de Koninklijke Stallen waar ze de Gouden Koets zullen halen. Of liever, de stand-in voor de Gouden Koets, want de lucht is zwaar betrokken en de koets moet vandaag droog blijven, zegt de penningmeester van de stichting, T. van Nierop.

Ook hij roemt de vriendensfeer van het escorte. Volgens hem is de esprit de corps een cavalerie-traditie. “De andere wapens zijn jaloers op ons.” Dubbele namen, die de cavalerie vroeger zo hecht maakten, zijn niet meer exclusief in het onderdeel. Ook niet in het ere-escorte. Er is volgens Van Nierop geen ballotage, alle cavaleristen die van paardrijden houden, worden benaderd.

Niet iedereen die van paardrijden houdt mag meerijden. Chauffeuse I. Groenendijk kijkt bij de stallen van paleis Noordeinde verlangend naar het gelid. “Mijn droom is nog eens mee te rijden”, zegt ze. Helaas kunnen vrouwen niet deelnemen, dat is de traditie. Maar “dit jaar rijden er mensen mee, van wie ik zeg, ik rijd beter.”

Arrrr. Met een keelklank en een "Voorwaarts' zet Kouts het escorte in beweging. Onder grote belangstelling van het Haagse publiek gaat het naar het Binnenhof. Bij Paleis Noordeinde doen ze alsof de koningin instapt.

De oefening aldaar geschiedt tweemaal. “Omdat de poortjes te smal zijn voor het gelid van vier paarden, laten de binnenste twee zich wat terugzakken als ze door het poortje moeten”, legt Van Nierop uit. De oefening verloopt vlekkeloos. Alleen als ze op de Buitenhof moeten wachten wordt een enkel paard wat ongeduldig en steigert.

Baron van Lynden kijkt het tevreden aan. Hij reed mee in het ere-escorte bij het huwelijk van prinses Beatrix in 1966. “Dat was een schandelijke vertoning. We kregen levende kippen onder onze paarden gegooid.” In dat jaar hebben de huzaren besloten de stichting in het leven te roepen. Het jaar daarop begeleidden ze prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven bij hun huwelijk. In 1972 reden ze voor het eerst mee als escorte van de Gouden Koets.

Eerst was het een zaak van officieren. Dat is na een jaar veranderd. Officieren en gewone huzaren rijden nog wel ieder in een apart peloton. Van Lynden: “Elk jaar is er weer rivaliteit: wie reed er beter. Dit jaar, zei de stalmeester van de koningin, reden de officieren iets beter.”

De oefening eindigt in de duinen van Wassenaar. In de manege van Meijendel. Ze worden op een picknick getrakteerd door ex-cavaleristen die met twee omgebouwde postkoetsen voor de fourage zorgen. Alles ademt hier de sfeer van de Country Club. De bolhoed van de koetsier, de loden jagersjassen van de dames en de adellijke titels van de gasten, onder wie staatssecretaris van defensie, baron Van Voorst tot Voorst. Zelfs het weer is Engels; regen lengt de champagne aan en doorweekt de sandwiches.