Fiscaal VVV

GELDNOOD van de schatkist is van alle tijden. Koningen hebben steeds weer nieuwe manieren gezocht om hun onderdanen heffingen op te leggen voor het onderhoud van een staand leger of hofhouding. Van de twintigste en de tiende penningen die de hertog van Alva in 1571 en 1574 ten behoeve van koning Philips wilde innen, loopt een lange lijn naar hun directe hedendaagse opvolgers - de overdrachtsbelasting bij de verkoop van onroerend goed en de BTW. De grootste tussentijdse verworvenheid is de universele aanvaarding van het Angelsaksische beginsel dat geen belasting mag worden geheven zonder goedkeuring van de gekozen vertegenwoordigers van de belastingplichtigen.

Nederland heeft, zoals iedere moderne staat, een veelheid aan redenen voor een uitgebreid belastingstelsel. Traditionele functies, zoals betaling van de ambtenarij, onderhoud van de infrastructuur en handhaving van de openbare orde, zijn overvleugeld door nieuwe prioriteiten. Via het belastingstelsel probeert de overheid het gedrag van de samenleving te sturen volgens sociale en politieke wensen die uiteenlopen van milieubehoud tot inkomensbeleid en verdeling van welvaart.

IN DE AFGELOPEN zomermaanden is op deze plaats een greep uit het Nederlandse belastingassortiment aan de orde geweest.* Daaruit bleek dat de oorspronkelijke argumenten om een bepaalde belasting in te voeren na verloop van tijd werden ingehaald door nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. De band tussen betaling en bestemming van belastinggeld is inmiddels goeddeels verdwenen. Niemand denkt bij de frisdrankaccijns op een fles cola aan technologiebeleid of bij de BTW op de kassabon aan kunstsubsidiëring. Bij de jaarlijks terugkerende invuloefening van het belastingformulier moeten belastingplichtigen over grote verbeeldingskracht beschikken om zich te herinneren dat ze hiermee publieke voorzieningen bekostigen. De vele doelen die de overheid nastreeft, zijn fiscaal vaak tegenstrijdig en dan blijft maar één redenering over: iedere keer als een gulden langs komt, wenst de overheid daarop belasting te heffen.

Morgen is het Prinsjesdag en presenteert het kabinet zijn plannen voor 1992. Veilig valt te voorspellen dat deze plannen weer hoogstandjes van fiscaal opportunisme zullen bevatten. Zo wil het kabinet de gevolgen van de ontkoppeling voor de inkomens compenseren door verhoging van de laagste tariefschijf bij de inkomstenbelasting. Dat kost geld en ter financiering wordt de gebruikelijke inflatiecorrectie bij de tweede en derde schijf van de inkomstenbelasting volgend jaar opgeschort. Voor de midden- en hogere inkomens betekent dat een belastingverhoging van zo'n 1,2 miljard gulden.

Het plan tot opschorting van de inflatiecorrectie komt uit de koker van CDA-minister Bert de Vries en is door de PvdA omarmd als welkome nivelleringsmaatregel nu de koppeling wordt losgelaten. Bovendien haalt de PvdA zo via een achterdeur alsnog haar gram over de vermeende begunstiging van de hogere inkomens bij de belastinghervorming-Oort.

TUSSEN DE BLAUWE enveloppe en de veelkleurige alledaagse werkelijkheid is een groot grijs gebied ontstaan. Dat gebied wordt duidelijker zichtbaar nu de grenzen in Europa vervagen en Nederland met zijn hoge belasting- en premiedruk zo duidelijk afsteekt tegen de omringende landen. Bij afwezigheid van een sterke binnenlandse kracht tot bezinning dwingt de Europese eenwording de Nederlandse politiek tot afwegingen over de hoogte en de bestaansgronden van de fiscale regels.

Hier liggen ook de kansen voor de voorstellen van de Commissie Stevens, die deze zomer een veelopmvattend plan voor de herziening van het Nederlandse belastingstelsel presenteerde. De voorstellen van Stevens zijn samen te vatten met drie V's: verbreding van de belastingheffing, vereenvoudiging van de regels en verlaging van de tarieven. Dat zijn behartenswaardige doelstellingen, maar ter voorkoming dat politiek geschut deze fiscale VVV aan flarden schiet, moet de komende belastingherziening duidelijk worden afgebakend.

De parlementaire behandeling van de voorstellen van Stevens zal moeten worden beoordeeld aan de hand van duidelijke beginselen. Daarbij zal - zonder volledigheid te pretenderen - moeten worden uitgegaan van doorzichtigheid van de belastingheffing, coherentie van de fiscale maatregelen en samenhang met ander beleid, een tariefsstructuur die concurrerend is met die van omringende landen, loslating van sociale sturing via de fiscus en stimulering in plaats van straf op de verwerving van inkomsten. Ook de kwaliteit van de rechtsbescherming zal centraal moeten staan.

HET GEVAAR dat de belastinghervorming bedreigt is nog steeds de noodzaak om het financieringstekort te verminderen. Maar een vereenvoudigd belastingstelsel met verlaagde tarieven en een verbrede grondslag is de enige weg om Nederland op fiscaal gebied een concurrerende plaats te geven in een open Europa. De algemene beschouwingen die na Prinsjesdag volgen, vormen de politieke gelegenheid bij uitstek om aan dit onderwerp de aandacht te schenken die het hoognodig verdient. * De serie hoofdartikelen hadden tot onderwerp de overdrachtsbelasting (20 juli), de BTW (27 juli), het huurwaardeforfait (3 augustus), de motorrijtuigenbelasting (10 augustus), de rente- en dividendvrijstelling (3 september), de vermogensbelasting (12 september) en de rechtsbescherming van de belastingplichtigen (13 september).