Einde van apartheid niet hetzelfde als democratie

Vooral in landen die, zoals Nederland, nauwe historische en emotionele banden hebben met Zuid-Afrika, bestaat grote onzekerheid over de vraag wanneer het tijdperk van de apartheid met recht als afgesloten kan worden beschouwd en wanneer normale betrekkingen met deze paria-staat kunnen worden aangeknoopt.

Wanneer moeten de sancties worden opgeheven, of moet Zuid-Afrika weer tot de Olympische Spelen worden toegelaten? Wanneer kan een Europees staatshoofd, of de president van de Verenigde Staten een staatsbezoek afleggen aan Zuid-Afrika zonder het risico te lopen te worden beschuldigd van voortijdige legitimering van de hervormingen van president F.W. de Klerk. Wanneer kan de anti-apartheids strijd voor beëindigd worden verklaard?

Gebeurt dat wanneer de wettelijke pijlers onder het apartheidsysteem zijn verwijderd? Of wanneer onderhandelingen met alle partijen over een nieuwe grondwet beginnen? Of wanneer deze zijn afgelopen? Op het moment dat algemene verkiezingen op basis van het principe one man one vote worden gehouden en een nieuwe niet rasgebonden regering is geïnstalleerd? Of pas wanneer de sociaal-economische erfenis van de apartheid is ontmanteld?

Er lijkt geen overeenstemming te bestaan over deze kwesties. Volgens De Klerk is het proces van verandering in Zuid-Afrika onomkeerbaar; volgens Nelson Mandela is dat niet zo. Wie heeft gelijk?

In feite kunnen beiden gelijk hebben. De aard van het proces zelf is de basis van de verwarring. Het is een twee-dimensionaal proces: er zijn hervormingsgezinde krachten die zich van de apartheid afwenden en krachten die zich bewegen in de richting van democratie. Beide zijn niet noodzakelijkerwijs met elkaar in overeenstemming of in tegenspraak. Het is heel goed mogelijk dat de apartheid ophoudt te bestaan zonder dat er een democratie is gevestigd.

De ene vorm van autocratie kan eenvoudigweg door een andere worden vervangen. Of de apartheid wordt, zoals het ANC (African National Congress) sterk vermoedt, vervangen door een nieuwe en verfijndere overheersing door de minderheid, waarbij de blanken via een vetorecht kans krijgen macht uit te oefenen over de meerderheid en zo de ongelijkheid en privileges in stand houden die in eeuwen van uitbuiting en discriminatie zijn opgebouwd.

Op die manier kan men staande houden dat het afscheid van de apartheid-oude-stijl inderdaad onomkeerbaar is, terwijl tegelijkertijd kan worden vastgesteld dat dit niet geldt voor het consolideren van een niet-rasgebonden democratie.

Het feit dat de regering van De Klerk heeft besloten via onderhandelingen een eind te maken aan de apartheid en in plaats daarvan, eveneens via onderhandelingen, een nieuw politiek systeem te ontwerpen, betekent dat er zich geen plotselinge, dramatische machtswisseling zal voordoen, zoals het geval was in alle voormalige koloniën in de Derde Wereld, waar de oude vlag werd gestreken, en de nieuwe nog dezelfde dag werd gehesen.

Er zal ook geen sprake zijn van een plotselinge ineenstorting van het oude regime en de installatie van een nieuw, zoals in Oost-Europa gebeurde na de massale volksopstanden. Met andere woorden: er zal geen gebeurtenis zijn aan te wijzen die voor de rest van de wereld symboliseert dat Zuid-Afrika het tijdperk van de apartheid heeft verlaten en dat van de democratie betreedt. Als wordt geëist dat Zuid-Afrika een volwassen, gevestigde democratie is voordat het kan worden erkend, dan is dat een eis waaraan de meerderheid van de Afrikaanse landen niet kan voldoen. Als het daar maar gedeeltelijk aan tegemoet kan komen, bijvoorbeeld in de vorm van een interimregering die duidelijk niet rasgebonden maar desalniettemin nog ondemocratisch is, dan zullen er andere criteria moeten worden aangelegd om te bepalen of Zuid-Afrika kan worden geaccepteerd in de internationale gemeenschap.

Wat moeten die criteria inhouden? Misschien kunnen de voorwaarden van de geïndustrialiseerde landen, in het bijzonder de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds, voor hulp aan Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden als richtsnoer dienen. Als gevolg van het einde van de Koude Oorlog, waarmee de wedijver tussen de invloedssferen kwam te vervallen als de bepalende factor bij de toekenning van hulp, worden er andere en aanzienlijk stringentere criteria gehanteerd. De twee belangrijkste voorwaarden zijn ontwikkelingen in de richting van democratie en een gezond beheer van de economie.

Volkeren over de gehele wereld hebben genoeg van overheersing, corruptie en economische doelmatigheid, of die nu voortspruiten uit een onderdrukkende raciale minderheid, presidenten-voor-het-leven, militaire regimes, ideologische dictators of andere vormen van zichzelf in stand houdende oligarchieën. De mate waarin regimes aan deze universele norm kunnen voldoen is nu de maatstaf. Als deze wordt toepast op Zuid-Afrika houdt dat in dat zijn acceptatie in de internationale gemeenschap afhankelijk zou moeten worden gesteld van: - De mate waarin het alle wettelijk vastgelegde discriminatie ongedaan maakt, met inbegrip van de huidige Grondwet. Een fundamenteel criterium zou moeten zijn het verlenen van stemrecht aan de stemloze meerderheid bij verkiezingen voor het centrale bestuur, hetzij door de vorming van een interim-regering, hetzij door een andere overgangsregeling waarin vertegenwoordigers van die meerderheid daadwerkelijke medebeslissingsrecht krijgen in kwesties die hen aangaan.

- De mate waarin er een overtuigende bereidheid bestaat tot een eerlijk onderhandelingsproces, gebaseerd op politieke gelijkwaardigheid. Bewijzen van onbetrouwbaarheid, geheime betalingen aan politieke bondgenoten en de ontwrichting van tegenstanders zouden moeten worden aangemerkt als volstrekt onaanvaardbaar. Er moeten aantoonbare stappen worden gezet om het politie- en militaire veiligheidsapparaat onder strengere controle te plaatsen en om hun onpartijdigheid te verzekeren.

- werkelijke pogingen om een eind te maken aan rassen-discriminatie op sociaal en economisch gebied, die voortkomt uit de apartheid.

- het aanpakken van corruptie, het doorsluizen van steekpenningen en het zakendoen met de internationale onderwereld om sancties en wapens te kunnen verhandelen.

Uiteraard zullen regeringen de vraag of Zuid-Afrika aan deze criteria voldoet verschillend beantwoorden. Dit zal voor een deel afhangen van hun eigen economische behoefte aan nauwere banden met Zuid-Afrika en voor een ander deel van hun morele en emotionele houding ten opzichte van de apartheid en de jarenlange gevolgen daarvan voor miljoenen mensen.

Persoonlijk hoop ik dat slechts weinigen het einde van de statutaire apartheid beschouwen als het einde van het probleem. Er was druk voor nodig om het eerste te bereiken en er moet nog steeds druk worden uitgeoefend om de tweede doelstelling te bereiken van deze twee-dimensionale overgangsperiode.

Als dit niet lukt, heeft het vinden van een bevredigende oplossen voor het meest symbolische probleem met menselijke verhoudingen ter wereld gefaald.

Foto: Demonstratie tegen apartheid tijdens de eerste wedstrijd van het Engelse cricketteam in Zuid-Afrika, begin januari 1990 (Foto AFP).