Eerlijkheid is in berichtgeving over oorlog ver te zoeken

BELGRADO, ZAGREB, 16 SEPT. Elke avond om half acht, als op Televisie Belgrado het journaal begint, staan op het Terazije-plein in Belgrado honderden mensen en luisteren naar het "Terazije-journaal'. Journalisten van de Servische televisie en andere persorganen die zich niet willen neerleggen bij wat zij als de steeds grotere greep van de Servische regering op de media beschouwen, presenteren vanaf een podium elke avond een soort talkshow. Een jurist komt vertellen dat de oorlog Servië misschien wel vijf of zes miljard dollar kost, een zanger geeft spotliederen ten beste. En op een gegeven moment wordt de geluidsinstallatie doorverbonden naar het onafhankelijke radiostation Radio B-92, dat in de berichtgeving ook Kroatische bronnen citeert.

Het Terazije-journaal is een bescheiden poging om in het propagandistisch geweld dat de Joegoslavische media overspoelt, ten minste iets van objectiviteit en scepsis ten aanzien van de burgeroorlog te bewaren. Zo'n initiatief bestaat alleen in Servië, waar - zeggen de leden van de onafhankelijke Servische journalistenbond die de bijeenkomsten op Terazije organiseert - de journalisten die na demonstraties in maart een zekere onafhankelijkheid van de regering hadden verworven, deze onder druk van de oorlogsomstandigheden goeddeels weer verloren zijn.

De regering heeft bijvoorbeeld grootscheepse plannen voor de reorganisatie - lees: verbeterde controle - van het televisieapparaat, waarbij aan de relatieve onafhankelijkheid van de televisiestudio's in de provincies Kosovo en Vojvodina een eind wordt gemaakt. Het conflict spitst zich toe rond de benoeming van een nieuwe televisiedirecteur. En inmiddels is het televisiejournaal een lange aanklacht aan het adres van de Kroaten, waarbij sommige correspondenten te velde de Kroaten zelfs Ustasi, noemen, de benaming van de Kroatische fascisten in de Tweede wereldoorlog. In de Servische televisieberichtgeving zijn het natuurlijk altijd de Kroaten, die als eersten hebben geschoten op de bewapende Serviërs en het Joegoslavisch leger.

In Zagreb bestaat er geen openlijke protestbeweging onder journalisten, maar de situatie is er ten aanzien van de onpartijdige berichtgeving en de propaganda, geen haar beter. Krachtens schriftelijke aanwijzingen mag er niet meer gewoon over het Joegoslavische leger of de Serviërs worden gesproken. “Voormalig Joegoslavisch volksleger” of “bezettingsleger” moet dat worden en voor de Serviërs zijn benamingen als “terroristische cetniks” verplicht. “De oude propaganda-ervaringen uit de communistische tijd komen goed van pas”, zegt een journaliste van de televisie, die ongenoemd wenst te blijven. “En alle chefs luisteren braaf naar wat de regering wil, of proberen die wensen voor te zijn”.

De regerende partij, de HDZ, heeft in Kroatië een overweldigende meerderheid en voor zover er oppositie bestaat, overtreft deze de regering meestal in oorlogsbereidheid. Voor een alternatief, sceptisch geluid in de media bestaat in Kroatië politiek dus weinig ruimte. Een van de laatste landelijke dagbladen met een onafhankelijk geluid, Slobodna Dalmatia, probeert de overheid middels een proces over de eigendomsstructuur in het gareel te brengen. In Servië daarentegen bestaat een niet zeer grote, maar wel zeer actieve oppositie, die althans in Belgrado het bestaan van enkele relatief onafhankelijke media mogelijk maakt: het televisiestation Studio B, Radio B92. Ook het federale dagblad Borba, dat in Belgrado verschijnt en door het verbreken van transportverbindingen niet langer in Kroatië verspreid kan worden, probeert tenminste alle partijen aan het woord te laten.

Dat doet ook de Servische televisie, zij het met veel propagandistisch commentaar en suggestieve montage. Het is daarentegen volstrekt onmogelijk via de Kroatische televisie en radio een indruk te krijgen over wat er in Servië en elders in Joegoslavië gebeurt. Ook slecht nieuws voor de Kroaten, zoals het beschieten van de helikopter met de Nederlandse ambassadeur Wijnaendts, of de inbeslagname van een vliegtuig met gesmokkelde wapens voor de Kroaten, wordt met hele of halve etmalen vertraging, of soms in het geheel niet gemeld.

De Kroatische televisie heeft een van haar drie netten geheel gereserveerd voor de oorlogsberichtgeving, in een totaalprogramma dat aanvankelijk “Oorlog voor de vrijheid” heette maar inmiddels tot “Voor de vrijheid” is omgedoopt. Hier zijn het nimmer de Kroaten die als eerste hebben geschoten maar - vooral sinds de Kroatische regering het Joegoslavische leger tot "bezettingsmacht' heeft uitgeroepen - meestal het Joegoslavische leger.

Bij de eerste burgeroorlog die ook met televisie-programma's wordt uitgevochten zijn niet alleen de programma's inzet van de strijd, maar ook de zenders. Iedere keer wanneer een Kroatische televisietoren in handen van de Serviërs geraakt, verdwijnt de Kroatische televisie van het scherm en wordt vervangen door de programma's van TV Belgrado. In kleinere steden en dorpen die in handen zijn van de Servische guerrilla in Kroatië, zijn vaak voor dit doel kleinere steunzendertjes ingericht. Deze lokale weergave is mogelijk dankzij het feit dat TV Belgrado over een frequentie op de Europese communicatiesatelliet Eutelsat beschikt. Kroatië heeft er nu ook één bemachtigd. Daarmee kunnen lokale relaisstations in steden als Osijek of Zadar worden voorzien, waar de televisietoren nog slechts de vijandelijke programma's doorgeeft.

Eensgezind zijn de Servische- en de Kroatische televisie in hun afkeer van "Yutel', een door de federale regering van Joegoslavië gesponsord, één uur durend dagelijks nieuwsprogramma, dat poogt een objectief en enigszins bemiddelend beeld te geven van actualiteiten in Joegoslavië. Servië heeft het programma - het beste nieuwsprogramma van de Joegoslavische televisie - naar de weinig gunstige zendtijd na één uur 's nachts verbannen. In Kroatië is het programma geheel van de buis gehaald.

Foto: Een Kroatische gardist steekt rennend de straat over in Osijek, de al geruime tijd door het leger en Serviërs belegerde stad in het oosten van Kroatië. De afgelopen dagen is de stad getroffen door meer dan duizend mortiergranaten. (Foto AP)