Dirk Tanghe ensceneert een buitenkant en mist de ziel

Voorstelling: Hamlet van Shakespeare door Speciale Internationale Produkties. Vertaling: Johan Boonen; regie, decor en bewerking: Dirk Tanghe; spelers: Wim Danckaert, Marie-Louise Stheins, Sien Eggers e.v.a. Gezien 14-9 Schouwburg Utrecht. Te zien t-m 18-9 aldaar. Tournee t-m 29

Dirk Tanghe is eerder de regisseur van grootse scènes dan van een alomvattende dwingende visie. Zo regisseert hij Hamlet met Wim Danckaert in de titelrol als een voorstelling over de jeugd die in opstand komt tegen elk gezag, vooral het ouderlijk. Ophelia (Marie-Louise Stheins) heeft de dwarsheid van een scholiere die van haar vader niet naar een feest mag. Ze trekt een pruillip. Horatio (Karel Deruwe) schept er behagen in tergend langzaam van zijn sigaret te genieten, alsof zo'n rokertje het bewijs is van de trotse, onafhankelijke adolescent. Hij grinnikt voortdurend.

De voorstelling is zuiver cyclisch geënsceneerd. Het zonnige Franse liedje waarmee Tanghe opent, geeft tegelijk de laatste klanken. Een blauw scherm vormt de achtergrond. De geest van de vader danst op muziek als een schim. Hamlets moeder Gertrude en zijn oom Claudius vieren het feest van hun huwelijk en van de moord op Hamlets vader. Later verschijnt de geest, schopt Hamlet als om hem wakker te schudden en geeft hem zijn hoed. Hamlet is getekend; hij moet de moord wreken.

De explosieve intensiteit van het begin verbrokkelt steeds meer. Hetzelfde geldt voor Tanghe's behandeling van de muziek. Het Stabat Mater van Pergolesi weeft hij als een leidmotief door de voorstelling in telkens kortere passages. Bij de enscenering van De Getemde Feeks smeedde Tanghe een zinderende, dansante eenheid tussen handeling en muziek van Rossini. Ditmaal biedt de muziek slechts een opzwepende introductie die abrupt eindigt, waarna het spel begint.

De personages zijn eenzaam en aan zichzelf overgeleverd op het podium in een strakke mise-en-scène. Hamlet leunt rechts terzijde of zit op de grond op het voortoneel. In de grote dialogen staat veelal een van de personen links voor en de ander onmetelijk ver weg rechts achteraan. Alleen in de scènes tussen Hamlet en Ophelia en tussen Gertrude en Hamlet verkleint Tanghe de afstand, en laat de personages fysiek en mentaal met elkaar vechten. Hamlet slaat Ophelia en smijt haar op de grond, waarna hij haar berouwvol omhelst. En nog eens. Hij wenst haar het klooster in en kust haar. Deze krachtmeting is in mijn ogen een van de hoogtepunten van de voorstelling, evenals die tussen Hamlet en zijn moeder. Tanghe bereikt hier in zijn regie wat voor hem de essentie van Hamlet moet zijn: in liefde en haat tot het uiterste gaan.

De regie is allesbehalve gevoelig of poëtisch. Ze is hard, strak en intens. Daarom begreep ik gaandeweg de voorstelling steeds minder dat Hamlet en zijn schaduw Horatio volhardden in hun gegrinnik en onderling gegiechel. Zeker aan het slot is dit dodelijk en onnodig kinderlijk. In de laatste minuten gaat Horatio grinnikend naast het lichaam van Hamlet zitten en steekt een sigaret op. Geen tekst. Het doek valt.

Ophelia, eerder al, in haar waanzinscène: geen tekst. Met strobloemen slaat ze in felle woede iedereen op de rug die ze maar kan raken. En rent weg. Er gebeurt op dat ogenblik veel op het toneel, evenals later aan het slot, maar er gebeurt merkwaardigerwijs niets tussen de personages. We zien beelden, buitenkant. We zien geen ziel. Er gebeurde evenmin iets met Hamlet in de doodgraversscène, waaruit de monoloog met de schedel van Yorick werd gecoupeerd. De scène was er eenvoudig niet, mede door het matte spel van de doodgraver.

In zijn bewerking concentreerde Tanghe zich op de conflicten tussen de belangrijkste personages, de bewoners van kasteel Elseneur. De ongelijkwaardige spelerskwaliteiten verhinderden echter dat de beklemming groeide.

Op Hamlet kreeg ik geen greep, hij ontroerde of verwonderde me niet. Ik zag zijn brutale spel met alle mogelijkheden van zijn talent en rol. En tegelijk was hij te koket in dat spel. De fysieke kracht van de enscenering stond in de weg dat ik zicht kreeg op Hamlets karakter, twijfel of wanhoop. Zijn vader trapte hem in het begin tot bewustzijn, maar zijn spel daarna verschilde niet van dat ervoor. Hij bleef een kleine rebel, lacherig. Alsof wat er om hem heen plaatsvond er niet zo toe deed. Ik keek met steeds meer verbaasde teleurstelling naar een Hamlet, vindingrijk en beeldend vertaald, maar zonder innerlijke bewogenheid en vooral ontwikkeling uitgevoerd.