De Man Die Niet Meer In De Rij Wou Staan

“Zijn alle Russen net zulke onbetrouwbare egoïsten als jij?”, vroeg zij.

Ik had haar snip al in mijn achterzak. Zoals altijd wanneer iemand mij iets vraagt, werkte ik eerst deze vijf vragen af:

1. Welk antwoord wil zij graag horen? 2. Is het in mijn belang om dat gewenste antwoord ook te geven? 3. Wat is het ware antwoord? 4. Is het in mijn belang om dat ware antwoord ook te geven? 5. Geeft een van de overwegingen sub 2 en 4 de doorslag, of is het beter een derde antwoord te bedenken?

De vraagsteller merkt niet, dat ik eerst de vijf vragen afwerk. Ik denk dat iedereen bliksemsnel die vijf vragen afwerkt, maar die gedachte geeft al mijn antwoord op haar vraag (namelijk: Niet alleen in Rusland maar ook daarbuiten zijn de mensen zo onbetrouwbaar en egoïstisch als ze zich kunnen veroorloven). Mijn vijf antwoorden zijn:

1. Zij wil horen dat ik extra slecht ben. Ten eerste heeft ze even een hoge dunk van de Rus, nu een paar heethoofden tegen een tank gevochten hebben (wij vechten tegen politiehonden, maar dat haalt de krant niet) en ten tweede vindt een vrouw een slechte man aantrekkelijker dan een goedsul.

2. Ja, want ik zal vaker van haar moeten "lenen'. Is het zo gemeen dat ik het "lenen' noemde? Zij en ik weten dat het om Geven en Krijgen gaat. Maar Lenen is de normale leugenachtigheid die ook als rode verf op haar lipjes ligt. Ze lipstikt zich niet om te doen of haar lippen zo rood zijn. Mijn term Lenen is lippestik voor: Geven.

3. Het ware antwoord is: Ja, alle Russen zouden net zo onbetrouwbaar en egoïstisch willen zijn als ik. Sommigen kunnen het niet, anderen krijgen de kans niet. Elke Rus wil in Nederland zijn en een zak vol geld hebben. Elke Nederlander is al in Nederland en wil die zak geld.

4. Nee, wie oneerlijk is gaat niet zeggen dat hij oneerlijk is, dat zou eerlijk zijn. Hier niet te lang over nadenken, dan lopen je hersens warm.

5. Het antwoord dat zij wil is keurig de ontkenning van het ware antwoord dat ik niet wil geven. Er moet een formulering verzonnen. “Nou nee”, “Ik ben niet alle Russen.” “Waarom denk je dat?”, “Russen zijn ook maar mensen” doen zich voor. Maar ik zeg:

“Zijn alle Nederlanders zo lief en mooi als jij?”

En verdomd: ze kijkt lief en mooi. Haast leg ik haar uit waar ik die snip voor nodig had, maar ik beheers me. Verliefdheid is zalig, maar moet geen geld kosten. Het heeft geld opgebracht.

Ik ren naar de afgesproken straathoek. Ik zie de afgesproken agent. Ik geef hem de afgesproken honderd piek. Hij kijkt om zich heen alsof hij in een Amerikaanse politiefilm speelt. Ik zeg:

“Jij kan mij laten zingen omdat ik illegaal ben, maar ik kan jou laten zingen omdat je je door mij hebt laten omkopen.”

“Heb je dan een getuige?”

“Dat weet je niet zeker. Elke maand een snip is redelijk, mits je me op de hoogte houdt van wat justitie en politie van plan zijn. En die kook kan je houden, dat spul is mij te link.”

Dat laatste was een schot in de lucht, maar heeft de kip recht in de borst getroffen.

Een dame met Emilies maten loopt de Belletrien binnen en verdwijnt met een paar kostuums in een hokje. Als ze er verkleed uitkomt, gaat ze uitgebreid haar kontje voor een spiegel draaien. Ik glip het hokje in en pik haar pak. Niet een nieuw (daar zit zo'n alarm in), maar haar oude.

Emilie die avond: “Maar dat kost veel meer dan honderd gulden. Toch niet gestolen?”

“Nee, het is tweedehands, maar het past je alsof het voor je gemaakt is.”

Iedereen blij: agent met snip, winkel met verkoop, dame met nieuw pakje. Emilie met haar pakje, ik met Emilie.

wordt vervolgd