Commissie-Engwirda staat voor een omvangrijke klus; Onderzoek naar rol gemeente bij gifstort in de Coupépolder

ALPHEN AAN DEN RIJN, 16 SEPT. “Het is in zekere zin fascinerend en tragisch tegelijk dat rond de Coupépolder steeds dezelfde vragen rijzen: wat is hier allemaal gestort en hoe heeft het zo ver kunnen komen?” Drs. M. B. Engwirda, jarenlang Tweede-Kamerlid voor D66 en sinds oktober 1990 lid van de Algemene Rekenkamer, staat voor een omvangrijke klus. De commissie die onder zijn leiding de rol van de gemeente Alphen aan den Rijn in één van Nederlands grootste gifschandalen onderzoekt, begint woensdag 18 september aan een reeks van twaalf hoorzittingen. Daarin zullen circa veertig betrokkenen, functionarissen en particulieren, in het openbaar aan de tand worden gevoeld.

Eind maart besloot de gemeenteraad van Alphen de onderzoekscommissie in te stellen. Daarin zouden alle zeven raadsfracties (CDA, PvdA, VVD, D66, Groen Links, RPF-GPV en SP) een afgevaardigde krijgen, terwijl als voorzitter een onafhankelijke buitenstaander werd gezocht: bij voorkeur representant van een partij die nooit in het collega van B en W vertegenwoordigd was geweest. Zo viel, door bemiddeling van D66-fractieleider A. van Geest, de keus op Engwirda (48), een man die geen opvallende wapenfeiten in de sector milieu op zijn naam had staan (als Kamerlid zat hij meer in de financiële en internationale hoek), maar wel kan bogen op ervaring als parlementair onderzoeker. Tweemaal maakte hij deel uit van een parlementaire enquêtecommissie: in 1983-'84, bij de behandeling van de geruchtmakende RSV-zaak, en in 1988, toen het om de paspoortaffaire ging.

De Enquêtewet, zoals die landelijk voor de Tweede Kamer geldt, is niet van toepassing op gemeentelijke onderzoeken van soortgelijke strekking. “Daarom”, zegt Engwirda “kunnen wij in het Alphense geval de mensen niet onder ede horen. We spreken ook niet van getuigen en deskundigen, maar van personen die worden gehoord. Wel schrijft de Gemeentewet voor dat ambtenaren en bestuurders in beginsel verplicht zijn mee te werken, dus dat ze moeten verschijnen. Ook de Provinciewet kent een dergelijke bepaling.”

De twaalf hoorzittingen zullen zich 's avonds in de raadszaal van Alphen afspelen, tussen 18 september en 6 november met een "gat' van bijna twee weken gedurende de rest van deze maand, omdat Engwirda dan een congres van Europese Rekenkamers in Madrid bijwoont. Na 18 september is de eerstvolgende zitting op dinsdagavond 1 oktober.

De bijeenkomsten kennen een volgorde die wordt bepaald door een zekere systematiek: “Van buiten naar binnen en van uitvoerend naar bestuurlijk niveau”, aldus de voorzitter. De eerste "getuigen' zijn functionarissen van rijk en provincie die werden geacht toezicht te houden op de in 1984 gesloten belt. Dan volgen mensen die er uitvoerend werk deden alsook transporteurs die vergunning hadden om vuil in de Coupépolder te storten. In de derde fase worden leidinggevende gemeente-ambtenaren gehoord en ten slotte verschijnen bestuurders van toen en nu en van provincie en gemeente. Voor de laatste zitting, die van 6 november, staat onder meer burgemeester M. Paats genoteerd, die zicht moet hebben op zowel heden als verleden. Toen hij in 1979 in Alphen aantrad, was de illegale stort van chemisch afval in volle gang.

Niet gehoord wordt afvaltransporteur S. Kemp, die vierenhalf jaar gevangenisstraf kreeg wegens zijn aandeel in de clandestiene praktijken en van dit vonnis in hoger beroep is gegaan. Engwirda: “Afgesproken is om mensen die veroordeeld zijn, buiten het onderzoek te houden. Het zou niet zuiver zijn ze te laten vertellen waarom ze zijn veroordeeld. Wat voor Kemp geldt, geldt dus ook voor de stortbaas die is gestraft wegens het aannemen van steekpenningen.”

Op de lijst staat wel een vertegenwoordiger van de firma Biesterfeld, het Alphense bedrijf dat volgens de jongste geruchten twee containers met chemicaliën, waaronder wellicht gifgas of grondstof voor chemisch wapentuig, in de Coupépolder liet dumpen. Engwirda: “We hadden Biesterfeld al op de lijst staan, omdat die firma een rol heeft gespeeld bij de sanering van het terrein-De Lange, een andere vuilstort. Nu komt dat verhaal over gifgas erbij.”

Ook H. Metaal zal voor de commissie verschijnen. Hij was het die al in 1980, acht jaar voor Alphen aan den Rijn tot affaire uitgroeide, als raadslid voor de PvdA op een mogelijk milieuschandaal in de Coupépolder attendeerde. Maar hij bleek toen een roepende in de woestijn. Ook zijn zegsman van destijds, een bron die hij jaren geheim hield, wordt op een van de zittingen verwacht.

Toen de Alphense raad dit voorjaar tot instelling van de commissie besloot, gebeurde dat omdat justitie wegens capaciteitsgebrek haar naspeuringen staakte. Inmiddels is van die kant opnieuw een onderzoek (van oriënterende aard) begonnen naar de rol die gemeente en provincie Zuid-Holland in de kwestie hebben gespeeld. Bijna tegelijkertijd hebben ook Provinciale Staten onderzoek door een onafhankelijke commissie aangekondigd. Is dat alles niet te veel van het goede?

Engwirda: “De invalshoek van justitie is natuurlijk anders dan de onze. Zij kijken wie er strafrechtelijk over de schreef is gegaan, wij kijken naar de bestuurlijke kant. En wat de provinciale commissie betreft: die pakt de zaak veel breder aan door alle achttien afvalstorten, waarmee de provincie sinds 1975 bemoeienis heeft gehad, in het onderzoek te betrekken. Daar is de Coupépolder er één van. Overigens begint de provincie pas volgend jaar met het horen van betrokkenen. Wij van onze kant blijven natuurlijk contact houden met zowel provincie als justitie om dubbel werk te voorkomen.”

Is het denkbaar dat er ook een parlementaire enquête over Alphen en andere gifaffaires komt?

Engwirda: “Dat moet de Tweede Kamer uitmaken. Ik zou me kunnen voorstellen dat de Kamer afwacht wat er uit de lopende onderzoeken komt en dan kijkt of er aanleiding is ook zelf een onderzoek te beginnen.”

Als woensdagavond halfacht de eerste hoorziting in het kader van de gemeentelijke "enquête' begint, ligt op tafel al een honderd pagina's tellende notitie, waarin de belangrijkste feiten omtrent Alphen staan opgesomd. Na de laatste hoorzitting van 6 november volgt een eindrapport waarin de commissie-Engwirda op basis van al het vergaarde materiaal haar conclusies trekt. Uiterlijk in december zal het rapport worden aangeboden aan de gemeenteraad, die er consequenties aan kan verbinden.

“Maar dat is onze zaak niet”, aldus Engwirda, die aan de vooravond van de hoorzittingen liever geen privé-mening over het Alphense schandaal prijsgeeft: “Het zou onjuist en onzorgvuldig zijn om, vooruitlopend op die zittingen, met voorlopige conclusies te komen. Trouwens, het zijn vooral vragen die bij me opkomen. Ik ga dus met een open mind het onderzoek in. Dat is de enige juiste houding.”