Zweedse Derde Weg-model is naar museum verwezen

STOCKHOLM, 14 SEPT. Veel Zweden verheugen zich al op de toetreding van hun land tot de Europese Gemeenschap - vooral om de lagere prijzen die het lidmaatschap bijna zeker met zich mee zal brengen.

Afgelopen herfst maakte de Zweedse horeca de bevolking al lekker door enige tijd "EG-prijzen' te hanteren. In een land waar een bezoek aan een hamburgertent al gauw evenveel kost als aan een normaal restaurant in Nederland, viel die actie al zeer in de smaak. Sindsdien wordt het begrip "EG-prijzen' alom gebruikt. Een groot elektronicaconcern adverteerde deze week bijvoorbeeld paginagroot dat het een "EG-avond' zou houden in alle filialen, met aantrekkelijke prijzen uiteraard.

Het verzet tegen het besluit van de regering om Zweden aan te melden als lid van de Europese Gemeenschap is tot dusverre opmerkelijk gering geweest. Alle partijen behalve de Groenen gingen ermee akkoord. Bij de campagne voor de verkiezingen van morgen is het thema EG nauwelijks ter sprake gekomen of het moest zijn dat elke grote partij zich het meest geschikt acht om Zweden de EG binnen te loodsen.

Sommige regeringsfunctionarissen sluiten niet uit dat de echte weerstand tegen de EG pas naar buiten zal komen als Zweden daadwerkelijk gaat onderhandelen over zijn toetreding, die thans op zijn vroegst voor begin 1995 is voorzien. Vooral als duidelijk wordt dat bepaalde bedrijfstakken in de verdrukking komen en de werkloosheid verder toeneemt, zou het verzet flink kunnen toenemen.

Een zaak waarbij het verzet tegen de EG ook gemakkelijk naar boven kan borrelen is de geplande brug over de Sont naar Denemarken. Aangezien de brug over de nauwe zeestraat het toch al precaire ecologische evenwicht in de Oostzee zou kunnen verstoren, aarzelen velen nog of het een goed idee is. De voorstanders van het project, dat al door het parlement is goedgekeurd, zijn evenwel vastbesloten aan de brug vast te houden. Voor hen is deze verbinding van Zweden met Europa een belangrijk symbool.

Over de "Derde Weg', die Zweden onder de in 1986 vermoorde premier Olof Palme met zo veel enthousiasme was ingeslagen, verneemt men niets meer. Deze weg, die het beste van het kapitalistische Westen en het communistische Oosten in zich moest verenigen, bleek vrij plotseling een doodlopende straat te zijn. Dit was een onaangename gewaarwording voor de Zweden.

De sociaal-democratische leiders hadden gehoopt dat de Oosteuropese landen na hun bevrijding van het communisme alle de blik op Zweden zouden richten met de bedoeling om hun samenleving net zo in te richten als de Zweedse. Groot was de teleurstelling toen de Oosteuropeanen niet noordwaarts maar westwaarts keken voor advies. Voor een middenweg tussen socialisme en kapitalisme hadden zij geen belangstelling. “De enige Oosteuropese leiders die nu nog wat in het Zweedse model zien, zijn de Roemeense president Iliescu, zijn Servische collega Milosevic en Sovjet-president Gorbatsjov”, smaalt prof. Anders Äslund, specialist in de economie van Oost-Europa en de Sovjet-Unie aan de Stockholm School of Economics.

De al sinds het begin van de negentiende eeuw gekoesterde Zweedse neutraliteit kwam door de politieke aardverschuivingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie bovendien in het luchtledig te hangen. Formeel houdt de regering nog steeds vast aan de neutraliteit. Hierom maakte zij ook een voorbehoud bij haar aanvraag van het EG-lidmaatschap. Maar niemand verwacht dat Zweden zich erg druk zal maken over deze kwestie.

Tot overmaat van ramp geraakte het befaamde sociaal-economische model tegen het eind van de jaren tachtig in ernstige economische problemen. Het zelfvertrouwen van de Zweden, die hun land graag zagen als iets bijzonders, als een lichttoren in een duistere wereld, kregen door deze ontwikkelingen een forse knauw.

De Zweden zitten nechter niet makkelijk bij de pakken neer. Als de rest van de wereld verandert, kan Zweden niet achterblijven. Zo werd dus het lidmaatschap van de EG aangevraagd. Tegelijkertijd probeert Zweden de banden met de Baltische republieken en Oost-Europa in het algemeen aan te halen. “Zweden richt zich op Europa in de brede zin van het woord”, aldus prof. Äslund. “Het keert zich af van de socialistische dictaturen in de Derde Wereld die we zo lang hebben gesteund.”

Zwedens ligging in het hart van de Oostzee biedt het land uitstekende mogelijkheden om een centrale rol te spelen in deze regio, die in de toekomst wel eens zou kunnen uitgroeien tot een van de meest ontwikkelde van Europa. Op tal van internationale conferenties over de "Nieuwe Hanze' en de "Mare Balticum' worden de meest luisterrijke perspectieven geschilderd voor dit gebied.

Voorlopig is het echter nog lang niet zo ver. En sommigen staan sceptisch tegenover de mogelijkheden in het Oosten. Zoals een Zweedse deskundige het onlangs formuleerde: “Ons hart ligt in Vilnius of Riga, maar onze portefeuille in Brussel”. Ook prof. Äslund is niet optimistisch voor de nabije toekomst: “De mensen realiseren zich niet hoe achterlijk de Baltische landen economisch zijn. Ze zitten op het niveau van de Noordafrikanen”.

Zwedens handel met de voormalige Comecon-landen bedroeg in 1990 een armzalige tweeëneenhalf procent van zijn totale handel. “Terwijl we in het Westen met gelijkwaardige partners handel drijven, verlenen we in het Oosten voorlopig alleen fysiotherapie”, aldus een regeringsfunctionaris.

Prof. Äke Andersson van het Instituut voor Toekomststudies meent dat, vóór er in de voormalige communistische landen verder iets kan gebeuren, aan vier voorwaarden moet zijn voldaan: er moet een betrouwbare boekhouding komen, het eigendomsrecht moet wettelijk worden geregeld, er moet een vrije toegang tot deze landen komen en failliete bedrijven moeten verdwijnen. Hij schat dat er vijf jaar voor nodig is om deze zaken goed te regelen en de infrastructuur te verbeteren.

Op de lange duur zal het meeste handelsverkeer zich volgens Andersson vooral langs de zuidkust van de Oostzee verplaatsen over nieuwe autobanen, die Berlijn met St. Petersburg en Helsinki verbinden. Het verkeer per schip, waarvan Zweedse havens nu nog veel profiteren, zal dan in betekenis afnemen en Zweden zelf zal een beetje op de achtergrond geraken.

Toch zal het vooral via zijn grote bedrijven zoals Volvo, Electrolux, ABB, Ericsson en andere, die eraan gewend zijn om op grote schaal in het buitenland te opereren, blijven profiteren van de verbeterde situatie in het gebied. Volgens Andersson staan deze bedrijven al in de startblokken.

In Zweden wordt veel gepraat over de manier waarop Zweden hulp kan geven aan de Baltische staten (vooral met Letland en Estland heeft het vanouds nauwe banden). In het conservatieve kamp gaan stemmen op om een deel van de ontwikkelingshulp aan landen in de Derde Wereld te gebruiken voor hulp aan de Balten. De sociaal-democraten, de liberalen en de Groenen voelen hier evenwel niets voor. Prof. Äslund vindt het alleszins te verdedigen om een deel van de ontwikkelingshulp aan de Baltische staten te geven: “Het zijn immers ook volgens de criteria van de Wereldbank ontwikkelingslanden”. Met steun van de publieke opinie zullen de tegenstanders volgens hem snel overstag gaan. Met zo'n besluit zou Zweden de idealistische politiek van de "Derde Weg' definitief achter zich laten.