VICTOR FREDERICK WEISSKOPF; Een kosmopolitisch fysicus

The Joy of Insight. Passion of a Physicist door Victor Weisskopf 338 blz., geïll., Basic Books 1991, f 62,45 ISBN 0 465 03678 3

Wie zoals Victor Weisskopf opgroeide in het woelige Europa van de jaren twintig en dertig, het puikje van de theoretische fysici als leermeester had, het bouwwerk der quantummechanica persoonlijk hielp voltooien, moest vluchten voor Hitler, er in Los Alomos bij was toen daar de eerste atoombom werd gemaakt, zich inspande voor nucleaire ontspanning, directeur was van CERN (Conseil Européen pour la Recherche Nucléaire) en in één en hetzelfde jaar tot lid van de Sovjet- én de Pauselijke Academie van Wetenschappen werd gekozen, zo iemand heeft een hoop te vertellen.

In The Joy of Insight heeft Weisskopf zijn rijk en bewogen leven dan eindelijk te boek gesteld. Het zijn de memoires van een man op de eerste rij. Hetgeen niet wil zeggen dat hij nergens de plank mis slaat.

Victor Frederick Weisskopf werd geboren in 1908 en groeide op in een intellectueel milieu van geassimileerde Weense joden. Koud veertien jaar oud schreef hij een brief aan de grote Max Planck, naar aanleiding van een probleem uit de relativiteitstheorie. Hij kreeg keurig antwoord. Een jaar later volgde zijn eerste publikatie in Astronomische Nachrichten met amateurwaarnemingen van de vallende sterren.

De jonge Weisskopf excelleerde op het gymnasium, was met Bruno Kreisky actief in de Jonge Socialisten en koos na rijp beraad voor natuurkunde en niet voor een opleiding tot concertpianist of dirigent. Na twee jaar studie vertrok hij op aanraden van zijn hoogleraar naar Duitsland: ""Wij in Wenen kunnen je niet veel meer leren.'

Aan de universiteit van Göttingen promoveerde Weisskopf op een atoomfysisch onderwerp bij Max Born, een van de grondleggers van de pas ontwikkelde quantummechanica. Toen Weisskopf terugschrok van het esoterische karakter van deze theorie, was Borns profetische reactie: ""Ga door met natuurkunde, spoedig zal je merken hoe nauw de nieuwe fysica met het dagelijks leven is verbonden.'

SEKSUELE LOSBANDIGHEID

Tussen de bedrijven door waren er culturele uitstapjes naar het Berlijn van Bertold Brecht, Kurt Weil, Marlène Dietrich en Kurt Tucholski. De aldaar gonzende seksuele losbandigheid was aan de preutse Weisskopf overigens niet besteed.

Op kosten van zijn familie bekwaamde Weisskopf zich in Leipzig verder bij Werner Heisenberg. Later haalde Erwin Schrödinger hem als zijn assistent naar Berlijn, waar de straatterreur van de jaren dertig inmiddels het universiteitsterrein had bereikt. Schrödinger bezorgde zijn landgenoot een Rockefellerbeurs, een felbegeerde passepartout. Na een Russische intermezzo in Kharkov, waar hij de befaamde Lev Landau opzocht, trok de uitverkorene in 1932 naar het Kopenhagen van Niels Bohr. Toen hij het jaar daarop ook nog in Cambridge het hulpje speelde van Paul Dirac en in Zürich dat van Wolfgang Pauli, waren er weinig kanonnen die hij niet had gehad.

Weisskopf noemt in zijn boek Bohr zijn intellectuele vader. De Deen had, aldus Weisskopf, met zijn grote hoofd, grove handen en borstelige wekbrauwen meer weg had van een sleepbootkapitein dan van een geleerde, maar hij had zich omgeven met briljante leerlingen die hij bestookte met ideeën. Om beurten vervulden ze de rol van secretaris aan wie Bohr zijn artikelen over de grondslagen van de natuurkunde dicteerde. Vermoeiende sessies waren dat, waarbij "het slachtoffer' muisstil had te wachten tot het de grote meester behaagde de volgende extreem lange zin in de mond te nemen. ""Hebben ze u op school nooit geleerd geen nieuwe zin te beginnen alvorens deze is doordacht', vroeg Paul Dirac. Hij kon direct gaan.

Weisskopf kon slecht stilzitten maar is blij Bohrs unieke brein in actie te hebben gezien. Zelfs voldeed hij aan een ongeschreven regel van de Kopenhaagse School door binnen het jaar te trouwen met een Deense.

In Zürich ging het anders toe. Wolfgang Pauli had de gewoonte rechtuit te zeggen wat hij dacht. ""Zo jong en dan al zo onbekend', kreeg een collega te horen. ""Ik houd meer van uw fysica dan van uw persoon', zei Paul Ehrenfest ooit tegen Pauli. ""Met u, waarde professor Ehrenfest, is het precies andersom', klonk de riposte.

KERNFYSICA

In 1937 emigreerde Weisskopf naar de Verenigde Staten. In Rochester, waar hij op voorspraak van Bohr een aanstelling had gekregen, verschoof zijn wetenschappelijke belangstelling in de richting van de kernfysica, een nieuw terrein dat snel aan populariteit won. Nadat Otto Hahn en Fritz Strassman in 1938 de kernsplijting van uranium hadden ontdekt, rees er in kringen van gevluchte fysici grote bezorgdheid dat Hitler als eerste een atoombom zou bezitten.

Het Manhattan-project, de Amerikaanse queeste naar de atoombom, startte pas in 1943, en Robert Oppenheimer vroeg ook Weisskopf mee te doen. Tweeënhalf jaar werd in Los Alomos onder hoogspanning gewerkt door een groep fysici met een gemiddelde leeftijd van nog geen dertig jaar. Eerst was er de zorg om een Duitse bom, later overheerste de drijfveer van het nieuwe en uitdagende karakter van het project.

Bij de eerste testexplosie, zo herinnert Weisskopf zich, werden de verbindingen gestoord door een naburig radiostation. Met op de achtergrond een wals van Tsjaikovski klonk op de koptelefoon het zenuwslopende aftellen. Terwijl Weisskopf de vuurkolom gadesloeg, liet Enrico Fermi wat papiersnippers vallen, mat de zijdelingse verplaatsing en zei: ""Twintigduizend ton.'

Na de oorlog waren fysici opeens publieke helden. Geld was niet langer een probleem, mede door ruime militaire fondsen. Weisskopf werd hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology, waar een liberale sfeer heerste. In navolging van Bohr bepleitte hij een internationalisering van de kerntechnologie opdat geen wapenwedloop zou ontstaan. Dat was met Jozef Stalin aan de macht in de Sovjet-Unie achteraf bezien een naïeve gedachte, schrijft hij nu. Net als Oppenheimer weigerde hij medewerking aan het waterstofbomproject. Toch werd Weisskopf door senator McCarthy met rust gelaten, waarschijnlijk door zijn kritische houding jegens Rusland. Later was Weisskopf actief in de Pugwashbeweging en ook als lid van de Pauselijke Academie van Wetenschappen (vanaf 1978) zette hij zich in voor nucleaire ontspanning.

WISKUNDIG REPERTOIRE

In The Joy of Insight vraagt Weisskopf zich af of hij in 1928 niet beter naar München had kunnen gaan. Onder het strakke regime van "Herr Geheimrat' Sommerfeld zou hij zich beslist een krachtiger wiskundig repertoire hebben eigen gemaakt. ""Natuurkunde is eenvoudig maar subtiel', zei zijn leermeester Ehrenfest in Göttingen maar soms moet er gewoon stevig gerekend worden. Weisskopf gaf meer om de essentiële natuurkundige aspecten van een theorie dan om haar wiskundige elegantie.

Al in 1936 was hij theoretisch het quantummechanische effect op het spoor dat elf jaar later door William Lamb werd gevonden. Met spijt constateert Weisskopf nu dat hij met minder nonchalanche en meer wiskundige bagage destijds de eerste had kunnen zijn. ""Wat een triomf voor de theoretische natuurkunde zou dat zijn geweest!' Het meest steekt nog dat hij wellicht de Nobelprijs met Lamb had kunnen delen.

In 1931 bezocht Weisskopf voor het eerst de Sovjet-Unie. Het communisme was echter aan hem niet besteed. Hij voelde zich weinig op z'n gemak in de nieuwe heilstaat. Niettemin kreeg hij tijdens zijn verblijf bij Pauli de Zwitserse vreemdelingenpolitie op z'n dak wegens vermeende communistische sympathieën. Toen zijn termijn in Zürich erop zat werd hij "voorgoed' uitgewezen. Na zijn benoeming als directeur van CERN kon Weisskopf het niet nalaten de autoriteiten zijn afschrift van het dwangbevel ter hand te stellen. Het werd schaapachtig weggelachen.

In 1936 kwam nog het aanbod uit Kiev om er professor te worden. Het salaris was goed en Weisskopf zou ieder jaar naar het buitenland mogen. De beroemde Sovjet-fysicus Peter Kapitza daarentegen zag hem graag als huistheoreticus in Moskou. Samen met zijn vrouw reisde Weisskopf ter oriëntatie naar Rusland. De sfeer van terreur was duidelijk voelbaar en hij hield dan ook een slag om de arm. ""Ik haat mensen die zeggen te komen in geval ze elders niets beters vinden', klaagde Kapitza. Prompt laat Weisskopfs geheugen hem op dit punt in de steek en schrijft hij het vrijlaten van Landau, slachtoffer van de Stalinterreur, toe aan Bohr in plaats van de onverschrokken Kapitza.

""Ik ben me ervan bewust geen goed psycholoog te zijn', betoogt Weisskopf in The Joy of Insight, ""Dikwijls in mijn leven heb ik iemands negatieve eigenschappen over het hoofd gezien, alleen oog gehad voor het positieve.' Deze memoires moeten daarom niet worden verward met geschiedschrijving. Vooral in het geval van de Duitse natuurkundige Werner Heisenberg schiet Weisskopf tekort. Heisenberg hoopte dat de nazi's zouden winnen "opdat de Duitse cultuur behouden zou blijven'. Weisskopf zwijgt daarover. Bovendien is zijn opmerking dat de Duitsers door toedoen van Heisenberg in 1942 van het atoomproject hebben afgezien op zijn minst discutabel.

GROTE LIEFDE

Weisskopf was een begenadigd docent. ""Het is betreurenswaardig dat wetenschappers het presenteren van ideeën zoveel lager aanslaan dan het creëren, zulks in tegenstelling tot musici.' De vergelijking is niet toevallig: muziek is zijn grote liefde. Hij speelt op hoog niveau piano en bezit een enorme collectie opnamen. Zelfs legt hij in zijn boek verantwoording af van zijn muzikale smaak. Eveneens waagt hij zich aan bespiegelingen van meer filosofische aard. Maar Weisskopf is geen Oppenheimer. Zijn pleidooi voor complementariteit - psychologie naast neurofysiologie, gerechtigheid én compassie, het wetenschappelijke met het poëtische - zal op weinig tegenstand stuiten.

Ergens in The Joy of Insight schetst Weisskopf, in wiens leven zich nauwelijks conflicten lijken te hebben afgespeeld, de levensloop van een succesvol theoretisch fysicus. Die begint als briljante leerling, maakt school als professor, is als éminence grise nog altijd goed voor een terugblik of jubileumvoordracht en eindigt als geliefd tafelredenaar. Eén ding laat Weisskopf onvermeld: de echt grote fysicus schrijft ook nog een autobiografie.