"Verraders van de Holocaust'

In de Sovjet-Unie voelden ze zich bedreigd. In Israel konden ze niet aarden en daarom weken ze uit naar Duitsland, waar hun familie oorspronkelijk vandaan kwam. Berlijn huisvest een kleine driehonderd Sovjet-joden die door Israel als verraders worden beschouwd en daarom door de Duitse regering als een politiek obstakel. Zelfs de joodse gemeente in Berlijn laat ze links liggen. ""Ieder mens is vrij om te bepalen waar hij wil wonen. Wat deze groep betreft is Israel het daar niet mee eens.''

Tijdens een groot deel van haar leven was de situatie onveranderlijk. In haar persoonsbewijs stond "jodin' wat er voor zorgde dat bepaalde studierichtingen voor haar ontoegankelijk waren en dat zij bij sollicitaties op "gevoelige' functies geen kans maakte. Ester Margolin-Schwarz (52), een vertaalster uit Moskou, wist niet beter. Maar de glasnost veranderde deze situatie. Voor de meeste Sovjet-burgers betekende de nieuwe openheid een eerste stap op weg naar de bevrijding, voor Ester Margolin het begin van het einde van haar leven in de Sovjet-Unie. ""Opeens werd het anti-semitisme een factor van belang'', zegt ze. ""Wij kregen overal de schuld van. Het werd voor ons joden steeds onaangenamer en bedreigender.''

Ze besloot te emigreren en slaagde erin een uitreisvisum voor Israel te bemachtigen. ""Israel had voor mij geen bijzondere betekenis'', zegt ze. ""Een land waar joden wonen. Meer niet.'' Ze bleef er twaalf maanden maar voelde zich er niet thuis. De eerste weken vroeg ze aan mensen op straat of ze wel joods waren. ""Bij ons wonen alleen Europese joden, in Israel zie je ze in alle kleuren. Ik wist niet wat ik zag.''

Ze begrijpt niet dat sommigen vinden dat joden per se in Israel moeten wonen. ""Mijn familie komt toch oorspronkelijk uit Duitsland'', zegt ze. Haar grootvader reisde als koopman veel naar de Oekraïne en trouwde daar uiteindelijk. Ze beschouwt zichzelf als ""een joodse met WestEuropese wortels''. Israel ziet ze niet als haar vaderland. ""Ik heb daar niets te zoeken. Ik vind het er veel te exotisch.''

Tijdens de Golfoorlog besloten Ester Margolin en haar man Efim (51) Israel te verlaten. Met een groep van in totaal 269 andere Sovjet-joden reisden ze op een toeristenvisum naar Duitsland. In Berlijn aangekomen wachtte hen geen warm onthaal. Niet dat joden daar onwelkom zijn. Integendeel, jaarlijks nodigt de Bondsregering een vastgesteld aantal Sovjet-joodse vluchtelingen uit zich in Duitsland te vestigen. De meeste kans op deze voorkeursbehandeling hebben degenen die al familie in Duitsland hebben of zij die kunnen aantonen ""een band met de Duitse cultuur'' (!) te bezitten. Ze krijgen de officiële vluchtelingenstatus en kunnen rekenen op financiële en sociale ondersteuning van de overheid. Ook de joodse gemeenschap helpt deze vluchtelingen waar mogelijk.

Dit laatste geldt ook voor Sovjet-joden die op eigen gelegenheid naar Duitsland zijn gereisd. Die stroom vluchtelingen kwam vorig jaar pas goed op gang, toen de laatse DDR-regering onder Lothar de Maizière joodse Sovjet-burgers expliciet uitnodigde. Van juni 1990 tot februari 1991 maakten vijfduizend mensen van deze uitnodiging gebruik. Drieduizend van hen vestigden zich in (Oost)Berlijn. De regering van het verenigde Duitsland probeerde zo snel mogelijk een einde te maken aan deze vestigingsmogelijkheid. Voor Berlijn werd tot 1 januari 1991 nog een uitzondering gemaakt. Alle Sovjet-joden die zich al vóór 9 januari 1991 in Duitsland hadden gevestigd, mochten blijven. Die datum werd later opgeschoven naar 30 april. Voorwaarde was wel dat ze rechtstreeks uit de Sovjet-Unie waren gekomen.

Belediging

Maar de groep van 269 Sovjet-joden die tijdens de Golfoorlog op een toeristenvisum vanuit Israel naar Berlijn uitweek, dreigt buiten de boot te vallen. Ze zijn gehuisvest in noodbarakken en hun toekomst is onzeker. Het stadsbestuur van Berlijn verlengt hun verblijfsvergunning tot nu toe elke drie maanden en is in principe bereid ze op humanitaire gronden als vluchtelingen te accepteren, maar de regering in Bonn wil daar niets van weten. Dat komt vooral door druk vanuit Israel. Daar roept de gedachte dat joden het beloofde land de rug toekeren op zichzelf al weerstand op, maar dat de Sovjet-joden zich uitgerekend in Berlijn - de bakermat van de Endlösung - hebben gevestigd, wordt als een grote belediging ervaren. ""Het op deze wijze ondermijnen van de Israelische immigratiepolitiek zou onze relaties met Israel geweld aandoen en daarmee ook Duitse belangen schaden'', schreef de Duitse minister van binnenlandse zaken aan de Berlijnse autoriteiten.

""Wij willen niet in de bezette gebieden gehuisvest worden. Wij willen geen speelbal zijn van de politiek van Israel. Wij zijn het oneens met die politiek. Daarom beschouwt de Israelische regering ons als verraders'', zo schreven de vluchtelingen op hun beurt in een open brief aan de burgemeester van Berlijn. ""Wij vertrouwen erop dat het huidige Duitsland het joodse potentieel van voor de oorlog althans gedeeltelijk weer wil herstellen. Wij en onze kinderen willen in Duitsland leven!''

Het stadsbestuur van Berlijn zit daarom met een dilemma. Het accepteren van de vluchtelingen zou in Israel kwaad bloed zetten. Terugsturen ligt zo mogelijk nog gevoeliger. ""Joodse gezinnen horen nazi-echo's bij dreiging met uitwijzing'', zo kopte het Britse dagblad The Observer al. Ook de joodse gemeente in Berlijn is verdeeld. Tevergeefs probeerde Heinz Galinski, voorzitter van de joodse gemeente in Berlijn en van de "Centrale raad van joden in Duitsland', de via Israel naar Berlijn gekomen Sovjet-joden persoonlijk op andere gedachten te brengen en ze over te halen terug te keren naar Israel.

Galinski verzet zich inmiddels niet meer tegen hun aanwezigheid. ""Omdat ik van mening ben dat men joden niet gedwongen kan uitwijzen. Ook niet naar Israel'', zegt hij desgevraagd. ""Ieder mens is vrij om te bepalen waar hij wil wonen. Wat deze groep betreft is Israel het daar niet mee eens. Het zij zo.''

Om hun toekomst veilig te stellen, leek het de advocaat van de vluchtelingen verstandig hen te voorzien van bewijzen dat ze inderdaad joods zijn. Immers, ten tijde van de DDR-regering van Lothar de Maizière slaagden ook heel wat niet-joden er in de DDR binnen te komen. ""Met die situatie wist de nieuwe Bondsregering geen raad'', stelt Konstantin Münz, coördinator van het "Centrum Judaicum' in oprichting. ""Geen wonder, want welke Duitse politicus wil anno 1991 de verplichting op zich nemen om te bepalen wie joods is en wie niet? Vandaar dat de minister van binnenlandse zaken aan Heinz Galinski heeft verzocht naar Moskou te gaan om daar te bepalen wie er in aanmerking komt voor emigratie. Moet je nagaan: een Duitse minister vraagt een overlevende van de Holocaust om joden te selecteren. Dat is toch ongehoord!''

Joodse traditie

Heinz Galinski ontploft zo wat bij het aanhoren van de bewering van Münz. Zeker, hij reist nog regelmatig naar Moskou. ""Maar er is geen sprake van uitkiezen. Dat is een valse interpretatie van de werkelijkheid.'' Hij zegt slechts ""te bemiddelen'' bij de emigratie van Sovjet-joden. ""Ook stel ik me op de hoogte van anti-semitische ontwikkelingen in de Sovjet-Unie en verstrek ik informatie.''

In Israel is Galinski herhaaldelijk fel bekritiseerd wegens zijn pogingen Sovjet-joden naar Berlijn te halen. Toch laat hij zich daardoor niet tegenhouden. ""Onze erfenis is catastrofaal'', zegt hij. ""Daarom is het zo belangrijk weer een joodse gemeenschap in Berlijn op te bouwen. Dat is mijn levenswerk.''

Niemand kan ontkennen, zo betoogt Galinski, ""dat op dit moment Berlijn een van de weinige steden in Europa is waar slachtoffers van anti-semitische vervolgingen in groten getale worden opgenomen.'' Hij beklemtoont dat het hem er niet om gaat, zoals sommige van zijn tegenstanders beweren, de joodse gemeenschap ten koste van alles uit te breiden. ""Essentieel is niet alleen de kwantitatieve maar ook de kwalitatieve groei van de joodse gemeenschap in Berlijn. Sovjet-joden zijn vaak vervreemd van het jodendom en het is dus van eminent belang met name de kinderen en de jongeren in een joodse traditie op te voeden''.

Efim Margolin is nu als een bezetene Duits aan het leren. Daartoe heeft zijn vrouw lijstjes voor hem gemaakt met werkwoordvervoegingen. ""Wandern, wanderte, gewandert'', leest hij hardop. In de oorlog vermoordden de Duitsers vier zusters van Esters moeder, alle zusters van haar vader en vele andere familieleden. Efim Margolin verloor twee ooms en een neef. Maar als hij nu oudere Duitsers tegenkomt, bekruipt hem slechts een onaangenaam gevoel. ""Vergeet niet dat onder Stalin nog meer mensen zijn omgekomen dan onder Hitler'', verduidelijkt zijn vrouw. ""En Stalin was niet eens een bezetter maar onze leider.''

In discussies met andere vluchtelingen komt het nazisme herhaaldelijk aan de orde. ""Maar niemand van ons gelooft dat zich zoiets hier kan herhalen, ik beschouw Duitsland als een moderne democratie'', zegt ze. Van vijandige gevoelens heeft ze overigens nog niets gemerkt. ""Integendeel, ik ontvang niets dan steun van de Berlijners. Ik voel me hier thuis.''

De joodse gemeente van Berlijn weigerde de via Israel gevluchte Sovjet-joden van bewijzen te voorzien dat ze joods zijn . ""Ze zeiden: jullie komen uit Israel en dus horen jullie daar thuis'', aldus Ester Margolin. Anders dan de joden die rechtstreeks uit de Sovjet-Unie emigreerden, ontvangt de groep die via Israel reisde geen financiële of morele steun van de joodse gemeeente in Berlijn. De vluchtelingen houden het hoofd boven water dankzij hulp van het niet door de joodse gemeente erkende Addas Jisroel Genootschap, van anti-fascistische organisaties en van de Evangelische Kerk.

""Het is een historisch-morele verplichting van Duitsland en in het bijzonder van Berlijn deze mensen onderdak te verlenen'', stelt Klaus Rosenkranz, advocaat van de 269 uit Israel uitgeweken Sovjet-joden. Hij kan zich de bezwaren van Israel echter goed voorstellen. ""Uit een onlangs onder Israelische televisiekijkers gehouden enquête, blijkt dat vijftig procent van de bevolking geen onderscheid wil maken tussen nazi-Duitsland en de huidige Bondsrepubliek. De joodse staat is immers ontstaan als reactie op de in Berlijn beraamde misdaden, dus ik kan begrijpen dat Israeli's verbijsterd zijn als zich juist hier joodse vluchtelingen vestigen.''

Neo-nazime

Intussen probeert de na-oorlogse generatie Duitsers af te rekenen met het nationaal-socialistische verleden. Ook op politiek niveau is Duitsland er alles aan gelegen de relatie met Israel op te bouwen. Niet voor niets benoemde de Bondsrepubliek Otto von der Gablentz - zo ongeveer de personificatie van "de goede Duitser' - tot haar ambassadeur in Tel Aviv.

Maar een verleden wis je niet zo maar uit. Zo zijn er nog altijd duizenden nazi diehards en het neo-nazisme, met name in de voormalige DDR, neemt toe. Soms maken ook de media onaangename uitglijders. Zo meldde het progressieve dagblad Die Tageszeitung onlangs naar aanleiding van de drukbezochte opening van een nieuwe discotheek: ""Om tien uur was de gaskamer al vol.'' De meerderheid van de Duitsers schaamt zich voor dergelijke uitwassen maar gaat er tegelijkertijd op een verkrampte wijze mee om. ""Het trauma is dat Duitsers een beeld hebben van hoe wij joden moeten zijn, namelijk dood of slachtoffer van vervolging'', zegt Konstantin Münz. ""Joden dienen zielige mensen te zijn met wie je medelijden moet hebben.''

De joodse gemeente in Berlijn telde in 1928 172.700 leden. Na de oorlog woonden er ongeveer vijfduizend joden in Berlijn. De gemeenschap kenmerkte zich door een sterke mate van vergrijzing, aangezien de "nieuwe aanwas' vooral bestond uit mensen die voor de nazi's gevlucht waren en op gevorderde leeftijd uit heimwee besloten terug te keren. Vooral dankzij de komst van duizenden Sovjet-joden heeft het Berlijnse jodendom weer toekomst. Er wonen nu naar schatting 15.000 joden in Berlijn, van wie er 8.000 bij de joodse gemeente zijn aangesloten.

In het joodse Jeanette Wolff-bejaardentehuis bestaat inmiddels ruim de helft van de bewoners uit Sovjet-joden. Bertha Flatauer (82), zelf Duitse, heeft daarover zo haar bedenkingen. Om te beginnen spreken ze geen Duits en maken ze ook weinig aanstalten die taal te leren. Laatst kwam ze nog in de lift iemand tegen die van háár verlangde dat ze Rússisch leerde, vertelt ze.

Hildegard Finger (82) beschouwt hun aanwezigheid niet als een stimulans voor het joodse leven. ""Ik begrijp wel waarom zo velen van hen hierheen komen. Ik weet tenslotte maar al te goed wat het is om vervolgd te worden'', zegt ze. ""Maar door hun komst zal het anti-semitisme toenemen. Ik ben bang dat de geschiedenis zich zal herhalen.''

De uit Sint Petersburg afkomstige Vladimir Sisskind - sinds anderhalf jaar woonachtig in Oostberlijn - voelt zich daarentegen in Duitsland ""absoluut niet'' bedreigd. ""Die neo-nazi's die hier door de straten marcheren, parafraseren slechts de oude tijden'', meent hij. ""Ze hebben geen werk en geen ideaal; het zijn produkten van het stalinisme. Ik begrijp dat wel en ik zie hun flirt met het nazisme slechts als tijdelijk.'' In augustus zag Sisskind tijdens een ""folkloristisch feestje'' op de Alexanderplatz een dronken man van een jaar of 75 die dansend op de muziek Sieg Heil riep en de Hitler-groet bracht. Sisskind vertelt het lachend. ""Ach, vergeleken met het massale anti-semitisme in de Sovjet-Unie stelt zo'n mannetje niets voor.''

Toen de nu 58-jarige Sisskind nog in de Sovjet-Unie woonde, riep de Zesdaagse Oorlog in 1967 ""trotse en enthousiaste gevoelens'' bij hem op. Hij besloot een emigratieverzoek in te dienen. ""Ik kom uit een niet-religieuze familie'', zegt hij. ""In die tijd ontmoette ik veel andere joden en begon ik boeken over de joodse geschiedenis te lezen.''

In 1977 zou Sisskind eindelijk zijn uitreisvisum krijgen. Zijn vrouw wilde aanvankelijk niet naar Israel vanwege de permanente oorlogsdreiging en omdat haar twee kinderen in dienst zouden moeten. En anders dan haar man koesterde mevrouw Sisskind geen zionistische idealen. Uiteindelijk zou het gezin toch vertrekken. ""In het vliegtuig naar Wenen waren wij de enigen met als eindbestemming Israel'', zegt Sisskind. ""De rest ging naar Amerika.''

Sisskinds dochter is inmiddels getrouwd met een Israeli. Hij laat een fotokopie zien van brief waarin president Chaim Herzog zijn zoon de onderscheiding toekent van "Beste strijder van het Israelische leger'. ""Deze decoratie vervult mij met grote trots'', zegt Sisskind geëmotioneerd. ""Dit was voor mij het bewijs dat ik destijds een juiste beslissing had genomen naar Israel te emigreren.''

In 1990 verloor Sisskind zijn baan als constructietekenaar op een scheepswerf in Haifa. Hoewel zijn kinderen in Israel achterbleven, besloten Sisskind en zijn vrouw voor de tweede keer in hun leven te emigreren. Mevrouw Sisskind omdat ze toch al niet kon aarden in Israel, haar man vanuit het onverwoestbaar optimisme dat hij als 58-jarige emigrant in een door werkloosheid geteisterd Oostduitsland toch aan de slag zou kunnen. Nu bewonen ze een karig ingerichte driekamerwoning in een Oostberlijnse nieuwbouwwijk. Werk heeft hij nog niet kunnen vinden. Van de Duitsers wil hij geen kwaad horen. ""Toen ik twintig was, wist ik ook niets van de omvang van de misdaden tijdens het stalinisme. Nu ik in Duitsland woon, begrijp ik pas dat de Holocaust net zo goed door een ander volk had kunnen worden gepleegd'', meent hij zelfs.

Sisskinds houding ten aanzien van het nationaal-socialistische verleden van zijn nieuwe vaderland lijkt exemplarisch voor de geëmigreerde Sovjet-joden. Ze zien Westeuropa, inclusief Duitsland, als een gebied waar ze niet op hun joods-zijn worden aangesproken en waar ze vrij voor hun religieuze of culturele identiteit kunnen uitkomen.

""Ik begrijp heel goed de bezwaren in joodse kring tegen de komst van joden naar Berlijn'', zegt de protestante advocaat Rosenkranz. ""Maar je kunt vluchtelingen nu eenmaal niet voorschrijven waar ze moeten leven. Ik vind dat je moet accepteren dat ze een bestaan in de nieuwe Bondsrepubliek willen opbouwen. Als Duitser ben ik daar zelfs trots op.''