Tom Oosterhuis scharrelt rond tussen kille apparatenMegalomanie van Oosterhuis

Voorstelling: De grote doorbraak van Charlie de Boer, solo van Tom Oosterhuis. Spelregie: Hans Hoes. Gezien: 13-9 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Aldaar t-m 28-9, daarna elders.

Tom Oosterhuis blinkt in één ding uit: hij weet zijn plannen op meeslepende wijze te verkopen. Toen hij twee jaar geleden, als volstrekt onbekende in het showvak, met de door hem zelf geschreven musical Zeldzaam kwam, slaagde hij erin de grootste sponsors en de meeste theaterdirecteuren van het land te laten meedoen. Het resultaat was een produktie, waarvan de buitenkant élan uitstraalde. Nu heeft hij een eigen solo met behulp van hi-tech-apparatuur en 20 beeldschermen bedacht en opnieuw dwingt de lijst van sponsors en investerende theaters respect af.

Maar verder dan dat respect kom ik niet. Zeldzaam hield achter de vlotte façade een onhandig geconstrueerde, lege huls vol ongerijmdheden verborgen. De grote doorbraak van Charlie de Boer gaat aan hetzelfde euvel mank: een onbeholpen verteld verhaaltje, dat zich traag en trekkerig ontrolt en als een nachtkaars uitgaat, met vergetenswaardige liedjes en tamelijk pretentieus gedebiteerde filosofietjes. Inhoudelijk betreedt hij niets dan platgetreden paden, waaraan hij geen oorspronkelijke vorm heeft kunnen geven.

Hij speelt een jongen, die een ster wil worden en tegelijk een boodschap voor de wereld heeft - zoals hij zelf dus. Op de beeldschermen speelt zich zijn buitenwereld af. Pas na de pauze zijn daarop een paar vindingrijke multiscreen-effecten te zien, die echter snel weer plaats moeten maken voor het zoveelste relaas over de ondergang van de wereld. “De fantasie moet de benzine zijn in de motor van het leven,” zegt Charlie de Boer. Maar toen Tom Oosterhuis eenmaal had bedacht met welke technieken hij het publiek wilde overdonderen, kwam hij aan enige verbale fantasie niet meer toe.

Misschien is het grootste manco zijn eigen optreden. Als performer schiet hij aan veel kanten tekort. Hier staat een jongeman die in zijn enthousiasme iedereen de oren van het hoofd heeft gekletst en die met grenzeloze megalomanie meent dat hij àlles aankan. Ik acht het mogelijk dat een jeugdiger publiek enige vertedering kan opbrengen voor de kwetsbare clown die hij tracht te spelen. Mij boeit hij niet, ik zie alleen de zelfoverschatting van een oninteressant toneelpersonage, rondscharrelend tussen zijn kille apparaten en verstrikt in een spanningsloos verhaal.