TERRORISME

Terrorism and Democracy door Stansfield Turner 274 blz., Houghton Mifflin Company 1991, f 51,85 ISBN 0 395 43086 0

Onlangs werd in Washington Clair E. George in staat van beschuldiging gesteld. Volgens de New York Times had ""CIA's most accomplished spymaster' de bescherming van de geheimen van het Ira-Contraschandaal belangrijker gevonden dan de wettelijke verplichting van het inlichten van het Congres. Hoe ver Amerika's spionnen zich in het nauw gedreven voelen blijkt volgens de Times uit het officieuze fonds (ruim $ 40.000) dat met de zegen van de geheime dienst is ingesteld om zijn werknemers voor de rechter te verdedigen.

Tegen deze actuele achtergrond rijst de CIA van admiraal Stansfield Turner op als een organisatie van een andere planeet. Turner was directeur van de dienst onder president Carter, enwerpt zich in zijn jongste boek Terrorism and Democracy op als een uitgesproken voorstander van nauwe samenwerking met het Congres. Zonder vertrouwen van de volksvertegenwoordigers kan de dienst niet functioneren. Zelf raakte hij bijna in gewetensnood toen hij in 1980 bij de voorbereiding van de bevrijding van de gijzelaars in de Amerikaanse ambassade in Teheran het Congres in het ongewisse moest laten. Was het niet Carter zelf geweest die de door voorganger Ford ingestelde beperkingen op het gedrag van Amerika's geheime diensten had aangescherpt? Overigens waren CIA-plannen voor moordaanslagen op verscheidene van Amerika's tegenstanders nooit uitgevoerd. Het verbod ervan door Ford en Carter was dus slechts een formalisering van een bestaande praktijk geweest.

Hoofdlijn van Turners betoog is dat presidenten, ondanks al hun retoriek, overeenkomsten sluiten met terroristen, kidnappers en gijzelhouders. De presidenten Washington, Jefferson, Teddy Roosevelt, Johnson, Nixon, Carter en Reagan gaven - voor de consequentie gesteld de dood van onschuldige medeburgers te aanvaarden - hun voorkeur aan de minder eervolle oplossing van het compromis. Carter had weliswaar, daartoe aangemoedigd door zijn veiligheidsadviseur Brzezinski en Turner zelf, voor de reddingsoperatie in Teheran gekozen, maar toen die mislukte, restte ook hem slechts de weg van de onderhandelingen.

Met alle begrip voor het presidentiële dilemma in dit soort zaken kritiseert Turner de handel in gijzelaars en wapens van het Reagan-team. De ontsporing van het presidentiële gezelschap werd ingeluid met de kaping van TWA Flight 847 die eindigde op het vliegveld van Beiroet. Eenmaal in de Libanese hoofdstad werden de Amerikaanse passagiers naar verschillende locaties gebracht waardoor hun bevrijding onmogelijk werd. Amal-leider Nabih Berri wierp zich op als liaison tussen de Amerikaanse regering, de Israeliërs (van wie werd geëist gevangen shi'ieten vrij te laten) en de ontvoerders en hun beschermers. Het resultaat was een ruil.

In de voorafgaande vijftien maanden waren er in Beiroet zeven Amerikanen ontvoerd. Een van hun familieleden slaagde erin op een bijeenkomst van Reagan met de passagiers van TWA 847 de belangstelling van de president te wekken. Van dat moment af was Reagan begaan met het lot van de zeven. Het werd prioriteit no. 1, zoals de gijzeling in Teheran dat voor Carter was geworden. Met dit verschil dat Reagan de plannenmakerij en de uitvoering ervan overliet aan zijn staf - met alle gevolgen van dien. Misleid door dubieuze bemiddelaars raakten North en zijn directe baas Pointdexter in hun poging iedereen te slim af te zijn verstrikt in een zelfgesponnen net van onwettigheid, leugen en bedrog. En dat in naam van een president die zijn bondgenoten kapittelde wegens hun zwakte in het oog van de gezamenlijke vijand.

Merkwaardig genoeg wekt Turners studie eerder de indruk van buitenaf dan van binnenuit te zijn verricht. Althans waar het de CIA zelf betreft. Turner zal niet de best ingevoerde chef van de dienst zijn geweest, onvergelijkbaar waarschijnlijk met iemand als CIA-oprichter en meesterspion Alan Dulles en evenmin thuis horend in de categorie van Reagans DCI, William Casey, die binnen de CIA een eigen netwerk voor onwettige operaties ten behoeve van Iran-Contragate opbouwde. Gezien de bereidheid van menige Amerikaanse spion om bij die gelegenheid zijn veronderstelde beroepseer te laten prevaleren boven zijn burgerplicht, mag worden geconcludeerd dat de fatsoenlijke geheime dienst van admiraal Turner vooral heeft bestaan in diens eigen fantasie.