Studie: leeftijdsgrens van 50 in WAO-plannen is arbitrair; De jongere WAO'er is zeker zo ziek als zijn lotgenoot boven de 50

ROTTERDAM, 14 SEPT. De leeftijdsgrens van 50 jaar die in de WAO-plannen van het kabinet bepaalt of een WAO'er tijdelijk of langdurig een uitkering boven het sociale minimum ontvangt is medisch gezien arbitrair. Jongere WAO'ers zijn zeker zo ziek als hun lotgenoten boven de 50 jaar.

Ongeveer 80 procent van de WAO'ers heeft een matige of ernstige langdurige lichamelijke aandoening, terwijl 60 procent van de jongere en 75 procent van de oudere WAO'ers door een lichaamsgebrek beperkt is in zijn mobiliteit en daardoor niet of slecht kan zien, horen, spreken, lopen, tillen of traplopen.

Deze getallen komen uit de Nationale Studie naar Ziekten en Verrichtingen in de Huisartspraktijk, een groot onderzoek onder 161 huisartsen en 386.000 patiënten die in de drie maanden voor het onderzoek contact met hun huisarts hebben gezocht. Het onderzoek is uitgevoerd door het Nivel (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Eerstelijnsgezondheidszorg) in Utrecht. De gegevens over de WAO'ers in het grote databestand zijn apart bestudeerd en gepubliceerd in het tijdschrift Medisch Contact van deze week.

De cijfers over de gezondheid en medische consumptie van WAO'ers, zowel beoordeeld door henzelf als door de huisartsen, worden vergeleken met de gezondheidsgegevens van werklozen, met die van mensen die in het huishouden werken en mensen met een baan. Mensen met een baan zijn steeds het beste af - de WAO'ers steeds het slechtst. WAO'ers schatten hun eigen gezondheid ongeveer driemaal zo slecht in als de mensen in de andere groepen; WAO'ers hebben ongeveer tweemaal zoveel, vaak recente, gezondheidsklachten gehad; ze hebben meer functionele beperkingen dan de groepen waarmee ze worden vergeleken en ten slotte, hoewel het verschil met werklozen en huisvrouwen vooral boven de 50 jaar niet groot meer is, hebben ze een laag psycho-sociaal welbevinden.

Tot zover het beeld dat de patiënten van zichzelf hebben. Dat is subjectief, geven de onderzoekers toe, maar dit subjectieve oordeel is “een uitstekende predictor voor vroegtijdige sterfte”.

Uit de administratie van de huisartsen blijkt dat onder de WAO'ers ruim tweemaal zo vaak invaliderende en twee- à driemaal zo vaak levensbedreigende aandoeningen voorkomen als onder de andere groepen.

De Nivel-onderzoekers concluderen dat “het moderne beeld van de simulant of de luxe-klager die zijn surmenage koestert in ruil voor een levenslange riante uitkering duidelijk bijstelling behoeft”. Zij plaatsen echter als kanttekening dat arbeidsgeschiktheid en ziekte elkaar niet uitsluiten. Een conclusie die zich uit het cijfermateriaal opdringt is dat gezondheid en arbeidsongeschiktheid ook samen voorkomen.

Behalve de WAO'er is ook het systeem van de WAO ziek, aldus de Nivel-onderzoekers. Het systeem van de WAO werkt zo dat arts en patiënt keer op keer, bijvoorbeeld tijdens de Ziektewetperiode, bij de overgang naar de WAO of bij herkeuringen, moeten vaststellen dat de ziekte nog aanwezig is. “Arts en zieke werknemer raken daardoor samen gevangen in een web van ziekte en ongezondheid. (...) Er is nauwelijks ruimte on het gezonde deel van de werknemer te verkennen; de straf daarop is immers terugkeer naar het werk op het moment dat de werkneemr daar nog niet rijp voor is, of verlaging van de uitkering door het vaststellen van een lager uitkeringspercentage.”

De onderzoekers pleiten daarom voor een Wet op de Herintreding die bepalingen bevat voor een periode tussen een (verkorte) Ziektewettijd en het WAO-tijdperk. Daarin moet aandacht zijn voor verandering van werk of werkomstandigheden, omscholing, overplaatsing, "outplacement' of therapeutisch werken. In die peride zou veel meer verantwoordelijkheid bij werkgever en werknemer moeten worden gelegd en minder bij de medische stand.

Tussen het cijfermateriaal door geven de Nivel-psychologen en -artsen een verklaring voor de brede weerstand waarop de kabinetsplannen nu stuiten. Van het mooie Nederlandse stelsel van sociale zekerheid is, aldus de onderzoekers, door internationale vergelijking langzamerhand duidelijk geworden dat de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden erg scheef ligt. De WAO veranderde van een goede verzekering in een schuilplaats voor de “klager die op grond van vooral psychische problemen zijn hele verdere leven een riante uitkering geniet”. De verontwaardiging over vermeend misbruik van de WAO weerklonk zo luid dat het kabinet dacht zich een forse ingreep te kunnen permitteren. Maar, schrijven de onderzoekers: “Zoals wel vaker gebeurt bleek ook nu de individuele angst sterker dan de collectieve morele kritiek.”