Stad is inspiratie voor toneelfestival Out of Frames

In Groningen wordt van 16 tot en met 22 september het internationale theatervormgevingsfestival Out of Frames georganiseerd. Op acht lokaties in de stad zijn voorstellingen te zien, gemaakt door studenten van Europese kunstacademies.

Op zondagmiddag 22 september houdt beeldend kunstenaar en theatermaker Robert Wilson een lezing over zijn eigen werk. Kwint, Meeuwerderweg 155, 15 uur.

Out of Frames, scenografie over de grenzen (red. Maarten Bunt e.a.); Academie Minerva Pers-Stichting Theatergroep Babylon, Groningen 1991, ƒ 35,-.

Tot een jaar geleden deed de voormalige breifabriek in de Groninger Oost dienst als assemblage voor scheepsmaterialen, nu staat de Kwint-fabriek op de lijst om afgebroken te worden. Zolang de sloop nog niet is begonnen wordt het gebouw gebruikt als produktiecentrum voor theater en beeldende kunst. Op het moment biedt Kwint onderdak aan tientallen buitenlandse studenten die deelnemen aan het theatervormgevingsfestival Out of Frames, een project waarmee de Rijks Hogeschool Groningen het eerste lustrum luister bijzet; ten teken dat hier tijdelijk wordt gewoond hangt het wasgoed buiten aan lange lijnen te drogen.

De studenten, afkomstig uit Helsinki, Warschau, Bratislava, Praag, Berlijn, Milaan en Londen, zijn uitgenodigd door de afdeling theatervormgeving van de Academie Minerva in Groningen. De vraag aan de buitenlandse kunsthogescholen was de stedelijke omgeving van Groningen als inspiratiebron te gebruiken voor een door hen te ontwerpen theatervoorstelling op lokatie. Niet een tekst of regie-concept gold in deze gevallen dus als uitgangspunt, maar de ambiance - zoals een graansilo, een vlot in de stadsparkvijver en een oude busgarage - waarbij de deelnemers zich moesten laten leiden door het thema "stad'.

Out of Frames is daarmee een festival dat inspeelt op een tendens binnen het toneel om meer dan voorheen aandacht te schenken aan het beeldende element en de vormgeving. De relatie tussen dramatische handeling en scenografie is aan het veranderen. Neem bij voorbeeld het woord scenografie: in het boek Out of Frames, scenografie over de grenzen, dat ter gelegenheid van het festival is uitgegeven, stelt dramaturge Marianne van Kerkhoven dat "scenografie' en "scenograaf' steeds vaker woorden als "decor' en "decorontwerper' vervangen. Deze verandering geeft volgens Van Kerkhoven aan dat het toneelbeeld vaak niet meer alleen een illustratieve en toegevoegde functie heeft, maar een wezenlijk onderdeel vormt van de voorstelling. De scenograaf vult de ruimte met betekenissen die uitdrukken wat de theatermaker wil zeggen.

De acht lokatievoorstellingen van Out of Frames zijn in de beste gevallen het resultaat van deze wederzijdse beïnvloeding. Toch moesten de Nederlandse regisseurs die door de festivalorganisatie werden aangezocht om de projecten te begeleiden, zich in eerste instantie in dienst stellen van de toneelontwerpers. Voor een typische "tekstregisseur' als Paul Binnerts, die de studenten van de Kunsthochschule uit Berlijn terzijde staat, is het dan ook een wonderlijke ervaring mee te werken aan een voorstelling waarin de handeling wordt gedicteerd door de immense veemarkthal in Groningen.

Paul Binnerts: “Op basis van het thema "de stad als labyrint' hebben de Berlijners de veemarkthallen gekozen. Toen ik erbij werd betrokken hadden ze al uitgewerkte plannen hoe ze de straten en de veeboxen in die enorme ruimte zouden gebruiken. In maart kwamen ze met een scenario waar we met z'n allen nog wel aan gesleuteld hebben, maar mijn uitgangspunt is daarbij altijd geweest dat het hun voorstelling is. Mijn taak bestond er voornamelijk uit hun ideeën, die soms wat vaag waren, in goede banen te leiden en praktisch uitvoerbaar te maken.”

Het is ruim een week voor de eerste uitvoering als Binnerts toegeeft dat hij zich af en toe zorgen maakt of de voorstelling theatraal iets voorstelt. “Het stuk bestaat uit drie delen en ik zie ze afzonderlijk duidelijk voor me, maar of het straks als geheel oogt moeten we afwachten, daar is van te voren niets over te zeggen. Wel weet ik dat als ik dit voor elkaar krijg, ik bij wijze van spreken Aïda kan regisseren.”

Dat de samenwerking tussen regisseur en vormgevers soms voor onoverkomelijke hindernissen zorgt, bewijst het plotselinge vertrek van regisseur Benjamin Gijzel. Een week voor het festival begint besluit hij niet langer zijn medewerking te verlenen aan Time Present, het project van de Poolse groep. Een paar dagen eerder als hij die beslissing nog niet heeft genomen, vertelt Gijzel dat hij voor het project is gevraagd vanwege zijn kennis van de Poolse taal en cultuur: hij heeft vier jaar in Warschau gewoond en gewerkt.

De voorstelling van de studenten noemt hij “door en door Pools”. Dat blijkt, zegt hij, uit het ontbreken van ironie en het veelvuldige gebruik van symbolen. “De Polen nemen het leven zeer serieus en uiten dat op een manier die ons zwaar aandoet. Ze hechten aan veel dingen een symbolische waarde en dat aspect is van essentieel belang in deze voorstelling. Wat ze uitbeelden is niet zomaar om het esthetische genoegen dat je eraan kan beleven, maar het water, vuur en allerlei grote en kleine poppen in het stuk hebben een diepere betekenis.”

De oude ESA-garage, een vervallen en deels ingestorte busremise waar het onkruid en de struiken hoog opschieten tussen de met graffiti bespoten muren, is de lokatie die de Polen hebben uitverkoren om hun betekenisvolle beelden te vertonen. Aan de staalconstructies die overeind zijn gebleven zijn schommels bevestigd waarop het publiek moet plaatsnemen. Er zal een vuurwand te zien zijn en een kathedraal en er komen uitklapbare, in koffers gemonteerde, huisjes. Nu is daar nog niets van te bekennen, alleen enkele grote ijzeren vogels hangen wiebelig aan het staketsel. Toch is deze unheimliche omgeving ook zonder aankleding een tot de verbeelding sprekende plek voor een toneelstuk.

Houthandel Nanninga, die het decor vormt van de Finse voorstelling Zoon van de wind, is eveneens een lokatie van filmische allure. Gebruikmakend van een Finse sage waarin de mens het traditiegetrouw moet opnemen tegen de natuurkrachten, hebben de vormgevers uit Helsinki met Michael Matthews bewegingstheater gemaakt met dans, mime en muziek. De tien korte scènes zullen zich afspelen op het grasveld vóór de geheel uit hout opgetrokken opslagruimte; wie niet beter weet zou zich zowaar in Finland wanen.

Een op het eerste gezicht wat minder theatrale lokatie is het braakliggende terrein aan de voet van het nieuwe hoofdkantoor van de PTT, waar de Nederlandse studenten van Minerva samen met regisseur Jos Thie de voorstelling Emma voorbereiden. Het is een winderige uithoek vlak langs de spoorlijn, lawaaiig bovendien door het verkeer dat over het ervoor gelegen Emma-viaduct raast.

Volgens Jos Thie hebben ze met opzet zo weinig mogelijk toegevoegd aan deze weidse ruimte, het algemene gevoelen was dat de plaats voor zichzelf moest spreken. De actrice Truus te Selle zal teksten uitspreken gebaseerd op het boek In het land der laatste dingen van Paul Auster, er zal iemand over het viaduct lopen, een ander zal op het dak van het PTT-gebouw staan en op de muren van het complex worden schaduwprojecties getoond - dat zijn de belangrijkste concessies die worden gedaan. “Het is een avontuurlijk project”, zegt Thie. “Niemand denkt dat hij nu zijn droomvoorstelling maakt maar het is wel ongebruikelijk wat we doen en voor ons allemaal een uitdaging.”

Telefonisch reserveren: 050-120119 van 12 tot 16 uur.