Sovjet-Unie verliest op Cuba een belangrijke afluisterpost

Met het aangekondigde vertrek van de Sovjettroepen op Cuba snijdt Moskou gevoelig in eigen vingers. Op het eiland, niet ver van Havana, staat het grootste buitenlandse elektronische spionagecentrum van de Sovjet-Unie, dat waarschijnlijk ontmanteld wordt. Dit wordt afgeleid uit de officiële Sovjet-verklaring, waarin sprake is van "11.000 militairen'; onder hen bevinden zich niet alleen de leden van "een opleidingsbrigade', maar ook duizenden afluisterspecialisten.

Met de ontmanteling van deze installatie nabij de Verenigde Staten verliezen de KGB en de militaire inlichtingendienst GRU een cruciale bron voor Amerikaanse technische en economische inlichtingen. Kort na de Cuba-rakettencrisis in 1962 begon de Sovjet-Unie met de installatie van een zogeheten Sigint-basis (van "signals intelligence'; het afluisteren van elektronische signalen) bij het stadje Lourdes, zo'n 25 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Havana. In de loop der jaren groeide de basis uit tot een complex met radiomasten en schotelantennen, verpreid over een oppervlakte van tientallen kilometers. De bezetting steeg van 1.500 specialisten in 1983 naar circa 2.100 in 1985, grofweg het huidige aantal.

In een gezamenlijk rapport over Cuba van maart 1985 omschreven de Amerikaanse ministeries van buitenlandse zaken en van defensie "Lourdes' als “de meest geavanceerde Sovjet-Sigint-inlichtingenfaciliteit buiten de Sovjet-Unie”. De Sovjet-Unie luistert op deze plaats volgens het rapport naar de signalen van Amerikaanse commerciële verbindingssatellieten, naar radioverbindingen van de Amerikaanse marine en van de handelsscheepvaart. Tevens zit de Sovjet-Unie op de eerste rang bij het volgen van de NASA-activiteiten op Cape Canaveral in Florida. “Lourdes stelt de Sovjets ook in staat telefoongesprekken in de Verenigde Staten af te luisteren”, aldus het rapport.

Ook voor het vergaren van economische en technische informatie van Amerikaanse high-tech-bedrijven zou de Sigint-post op Cuba ideaal gesitueerd zijn. De uitbreiding van het complex in 1977 met extra schotels voor het aftappen van het telefoon-, computerdata-, telex- en faxverkeer van de meer dan twaalf Amerikaanse geostationaire communicatiesatellieten was vooral gericht op het vergaren van waardevolle economische informatie.

De faciliteit in Lourdes is volgens het Pentagon des te belangrijker omdat Moskou daarmee in combinatie met gelijksoortige afluisterposten in eigen land een compleet netwerk heeft voor het opvangen van de signaalbundels van alle "vaste' Amerikaanse communicatiesatellieten. Het wegvallen van Cuba als schakel in de Russische inlichtingenketen is Amerika ook om een minder gepubliceerde reden welkom. Elektronische deskundigen vermoeden dat de schotelantennes op het eiland ook in staat zijn foto's te ontvangen die Amerikaanse spionagesatellieten doorseinen naar het grondstation Fort Belvoir in Virginia.

Overigens hebben Amerikaanse inlichtingendiensten ook een logeplaats voor het afluisteren van Cubaanse verbindingen en het volgen van Sovjet-berichtenverkeer op Cuba: op het eiland bevindt zich sinds 1903 een Amerikaanse vlootbasis nabij de stad Guantanamo. Volgens een verdrag tussen de VS en Cuba, dat na de Cubaanse revolutie in 1959 niet is opgezegd, hebben de VS voor eeuwig recht op het gebruik van de vlootbasis. Elk jaar betaalt de Amerikaanse regering Cuba een huur van 4.085 dollar; een bedrag dat Cuba elk jaar traditioneel weigert te accepteren. In 1961, na het zogeheten Varkensbaai-incident, waarbij Cubaanse ballingen met Amerikaanse steun een mislukte poging waagden het eiland te veroveren, werd de basis een vluchtplaats voor dissidenten. Op de basis zijn 350 mariniers gestationeerd. Elk jaar voert de marine van de VS manoeuvres uit in het Caraïbisch gebied, waarbij Guanatanamo Naval Station een belangrijke post is.