Slovenen blijven militair nog op hun hoede

LJUBLJANA, 14 SEPT. In Ljubljana staan de anti-tankhekken en betonblokken nog steeds op de stoep. Met een klein duwtje kunnen ze zo weer op de weg worden geschoven. Het leger is weliswaar volop bezig zijn manschappen en materieel uit Slovenië terug te trekken, maar de Slovenen hebben na de militaire interventie, die volgde op de onafhankelijkheidsverklaring op 25 juni, weinig vertrouwen meer in de goede bedoelingen van de federale strijdkrachten.

Integendeel: de Sloveense minister van defensie, Janez Jansa, zegt over een geheim militair plan te beschikken waaruit blijkt dat het vertrek van het federale leger uit Slovenië een onderdeel is van een nieuw aanvalsplan. “Nadat het leger voor 6 miljard dollar aan materieel uit Slovenië heeft weggesleept en veilig in Bosnië en Servië heeft ondergebracht, is de legerleiding opnieuw van plan Slovenië militair op de knieën te dwingen”, aldus Jansa. Hij acht echter de kans klein dat het plan ook wordt uitgevoerd, “gezien de veranderde politieke verhoudingen in Joegoslavië en nu Europa zich actief bemoeit met Joegoslavië”.

Toch blijven de Slovenen op hun hoede en houdt de Sloveense televisie er de moed in door met enige trots en regelmaat beelden te vertonen van de militaire oefeningen van de eigen Territoriale Verdediging.

De diplomatieke erkenning van deze republiek, is een tweede "front' dat in Slovenië bijzondere aandacht heeft. De Sloveense leiders reizen al maanden onvermoeibaar de wereld rond om diplomatieke erkenning te krijgen voor een onafhankelijk Slovenië. Toen het staatspresidium in juli besloot het leger uit Slovenië terug te trekken, werd dat door de Slovenen gezien als een definitieve stap naar de onafhankelijkheid en internationale erkenning. Er ontstond een ware euforie toen men hoorde dat in de meeste hoofdsteden van Europa daar hetzelfde over gedacht werd. Slechts het moratorium, overeengekomen in Brioni, waarin Slovenië en Kroatië zich verplichten de uitvoering van hun onafhankelijkheidsverklaring voor drie maanden op te schorten, weerhield Ljubljana ervan zich definitief van de Joegoslavische federatie af te scheiden.

Twee maanden later is het enthousiasme getemperd. Met enige verbazing en een groeiende verontwaardiging constateren de Slovenen dat de politiek van Europa met betrekking tot Joegoslavië voor een belangrijk deel bepaald wordt door de onderlinge machtsstrijd van de landen van de Europese Gemeenschap. Het verval van de Joegoslavische federatie wordt in de ogen van vele Slovenen nu door Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië gebruikt om hun invloed op de Balkan te vergroten. De Duitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, heeft zich opgeworpen als de beschermengel van Slovenië en Kroatië. De Franse politiek, die lange tijd gebaseerd is geweest op de traditioneel goede verhoudingen met Servië, staat onder invloed van het wantrouwen tegen de toenemende Duitse invloed in Slovenië en Kroatië. En Groot-Brittannië ziet zich nog steeds als de vroedvrouw van het na-oorlogse Joegoslavië en denkt nog steeds dat de huidige federatie overlevingskansen heeft.

De Sloveense leiders doen bij hun bezoeken aan de hoofdsteden van Europa hun best te doen als of ze geen weet hebben van die politieke tegenstellingen betreffende Joegoslavië. Zij hoeden er zich in Ljubljana voor de "federalisten' in de EG te bekritiseren: men wil vooral niemand voor het hoofd stoten. De Sloveense leiders gaan onvermoeibaar door zielen te winnen en staan "in voortdurend contact met Genscher', die in de Sloveense pers vaak het "bruggehoofd" op de weg naar Europa wordt genoemd en waarschijnlijk een van de populairste buitenlandse politici in Slovenië is.

Met enige scepsis wacht Ljubljana op het vervolg van de zaterdag in Den Haag begonnen EG-conferentie over Joegoslavië. Die conferentie is door de Slovenen weliswaar een "positief initiatief' genoemd, maar tegelijkertijd vreest men in Ljubljana dat de conferentie zou kunnen leiden tot een verlenging van het moratorium en de Slovenen gedwongen kunnen worden hun onafhankelijkheid nog langer uit te stellen.

Omdat zij zichzelf niet als een directe partij ziet in het Kroatisch-Servische conflict, streeft de Sloveense delegatie er vooral naar op de conferentie een "boedelscheiding' te bereiken, waarbij de buitenlandse schulden en de eigendommen en het vermogen van de federatie verdeeld worden. In Ljubljana bestaat nu echter de vrees dat wegens de voortdurende gevechten in Kroatië deze zaak wel eens op de achtergrond zou kunnen raken. De Sloveense president, Milan Kucan, heeft zaterdag in Den Haag zijn onderhandelingspartners duidelijk gemaakt dat Slovenië in dat geval opnieuw zou kunnen overwegen om zonder instemming van de andere republieken uit de federatie te stappen.