Scholieren krijgen "draai om oren'

AMSTERDAM, 14 SEPT. Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) voelt zich door de politiek “niet meer serieus genomen”. Dat zegt voorzitter L. Booij (20) naar aanleiding van de uitgelekte plannen van minister Ritzen om de lesgelden in het onderwijs met bijna 300 gulden te verhogen. De plannen worden volgende week op Prinsjesdag officieel gepresenteerd.

Dit voorjaar al werd de belangenorganisatie overrompeld door berichten dat minister Ritzen scholieren 100 gulden meer lesgeld wilde laten betalen. Vervolgens begon minister d'Ancona (WVC) te wieden in de lange lijst van organisaties en instellingen die van haar departement subsidie ontvangen. Als de Tweede Kamer ermee instemt, wordt 1 januari volgend jaar ook voor het LAKS (700 leden en 1500 contactpersonen) de geldkraan dichtgedraaid.

In plaats van een welwillend gebaar van de minister van onderwijs om de subsidie over te nemen, kregen de scholieren van Ritzen een “draai om de oren”. Zo althans betitelt Booij de uitgelekte plannen om het lesgeld te verhogen en de studiefinanciering in het voortgezet onderwijs te beperken.

Op het hoofdkwartier van de scholierenorganisatie aan de Amsterdamse Prinsengracht zucht de eerste-jaars student kunstgeschiedenis: “Er komen nu wel heel veel dingen tegelijk op ons af. Het is goed dat ik er 5 oktober mee stop en iemand anders het roer overneemt.”

Volgens de voorzitter van het LAKS krijgen uitwonende scholieren in de begroting voor volgend jaar “de grootste klap” door de beperking van hun studiefinanciering. “Daar zitten veel leerlingen bij van 18 jaar en ouder, de leeftijd dat ze door de overheid onafhankelijk zijn verklaard. Maar ze worden door de maatregelen juist steeds meer afhankelijk van hun ouders of andere inkomstenbronnen, zoals een bijbaantje.”

Door de recente maatregelen van d'Ancona en Ritzen is het scholieren-activisme in de politiek wat Booij betreft op een dood spoor beland. “d'Ancona en de directeur-generaal jeugdwelzijn hebben ons jaren lang over de bol geaaid en ons hèt voorbeeld genoemd van jeugdparticipatie. Die zijn nu totaal ongeloofwaardig geworden. Je beseft je weer dat je toch maar gewoon een scholierenorganisatie bent.”

Zo langzamerhand had het in 1984 opgerichte LAKS gehoopt wat serieuzer te worden genomen. De onderwijsinspectie steunde de klachtenrapportages van het LAKS over de eindexamens. Media begonnen de organisatie steevast naar commentaar te vragen op beleidsmaatregelen. WVC gaf genoeg subsidie om een echt bureau te openen, met secretaresse en beleidsmedewerker voor halve dagen.

Staatssecretaris Wallage, die eerder bij het LAKS had gescoord met zijn pleidooi voor een beoordeling door leerlingen van leraren, liet de jongerenorganisatie vorig jaar toe tot officiële gremia. Op voet van gelijkheid met onderwijsbonden en bestuursorganisaties praatten de scholieren daar over allerlei beleidsonderwerpen. Dat leverde onder meer een model-leerlingenstatuut op dat de rechten en plichten van scholieren regelt.

Het vertroetelen van de nieuwe jeugdige spelers van het politieke spel lijkt te zijn overgegaan in een onverhoedse wurggreep. “Je kunt ons verwijten dat we te weinig contacten op het ministerie van WVC hebben opgebouwd om onze belangen te verdedigen”, zegt Booij. “We hebben te idealistisch geredeneerd dat wij zoiets niet nodig zouden hebben. Maar ja, we zijn scholieren en scholieren moeten nu eenmaal leren.”

Daarnaast wreekt zich de afwezigheid van mogelijke actiemiddelen. Staken tegen bijvoorbeeld de lesgeldverhogingen zit er niet in, zegt Booij. “Daarvoor is onze achterban te moeilijk te mobiliseren. Ritzen weet dat. Voor de contactpersonen is het moeilijk om een hele school in opstand te krijgen. Alleen leerlingen uit de laagste klassen krijgen straks met de verhogingen te maken (ze gelden voor jongeren vanaf 16 jaar, red.).”

Ook de heersende mentaliteit maakt volgens Booij een krachtige positie van de jeugd in de politiek moeilijk. “Jongeren laten zich tegenwoordig steeds meer aanleunen. Ze zijn niet geïnteresseerd in de politiek. Een jongere met een beetje capaciteiten zoekt het zelf wel uit en kiest voor het bedrijfsleven.”

Booij wil nog een keer de rug rechten. Het redden van de subsidie geldt voor het LAKS nu als prioriteit nummer 1. Binnenkort kunnen de WVC-specialisten in de Tweede Kamer een delegatie van de organisatie verwachten. Een samengaan met de grotere Landelijke Studentenvakbond, waarmee het LAKS veel samenwerkt, zit er volgens Booij voorlopig niet in. “Daarvoor verschillen we toch te veel: wij proberen alternatieven te bieden en reageren genuanceerder dan de Landelijke Studentenvakbond op beleidsmaatregelen.”