Scheiding van rede en emotie in zware doch lichtvoetige Epiloog

Voorstelling: Epiloog van de eenzaamheid van Peter Van den Ede en Laurent Hubrecht door Cie. de Koe-Het Zuidelijk Toneel. Decor: Bas Teeken; spelers: Diane Belmans, Els Olaerts, Peter Van den Eede e.a. Gezien 12-9 Toneelschuur Haarlem. Te zien 14-9 aldaar. Tournee t-m 6- 11.

Mocht het vorige toneelseizoen met produkties als Toeval. Voorval van Frans Strijards en Casanova van Eric de Volder een seizoen over de dood zijn, ook het nieuwe seizoen laat zich niet onbetuigd. Vier doden vallen er in de voorstelling Epiloog van de eenzaamheid, de een door Russisch roulette, de ander door een kogelschot in de rug en een derde door de gifbeker te drinken zoals Socrates.

Er wordt hard nagedacht in Epiloog. De voorstelling wil het onmogelijke, namelijk de rede van de emotie scheiden, de geest van het lichaam. De acteurs nemen het westers dualisme als dramatische leidraad bij een reeks scènes over - hoe kan het anders - liefde, wijsheid en de dood zelf. In een kale, nauwelijks belichte toneelruimte staat op een hoge stellage een tafel, waaraan de acteurs hebben plaatsgenomen. Zij citeren vrijelijk en op feestelijke wijze oneerbiedig, vol geharrewar en misverstand, uit De Lof der Zotheid en Het Symposium. Ze raken verstrikt in het dolgedraaide rad van oorzaak en gevolg. Is er eerst het woord of is eerst het bewustzijn over het woord? Als de fantasie waarheden kent die de rede weerlegt, waartoe beschikt de mens dan over fantasie? Deze vragen tot het bittere eind uitdenken is onmogelijk en leidt tot waanzin of de dood.

Het splijtend zwaard tussen rede en emotie neemt elk van de acteurs letterlijk. Telkens wisselen ze van rol: hoog op het platform heerst de ratio, op het schemerduister van de vloer het gevoel. Dat levert een bizarre en ook intrigerende mengeling op van filosofie en method-acting, van cerebrale wanhoop en emotionele verwarring.

Een voorstelling als Epiloog toont niet de helderheid van een der boeken waardoor de makers Van den Eede en Hubrecht zich lieten inspireren. Jaren geleden regisseerde Vonne van der Meer het Symposium van Plato helder en eenvoudig; de emotionele kracht kwam vanzelf, alleen al door te luisteren naar de woorden. Nu is het doolhof van redeneringen theatraal vertaald in het samenspel van vijf acteurs die, zonder terughoudendheid, aan de toeschouwer hun fragiele kunnen tonen. Ondoorgrondelijk is het resultaat, maar ook spitsvondig, zwaar en lichtvoetig tegelijk. Muziek van een van David Bowie's somberste grammofoonplaten, Low, moet het in de strijd maar zien te winnen van Frank Sinatra's New York. Zo'n ongelijk gevecht is exemplarisch voor deze eclectische, voor niets terugdeinzende voorstelling.