Onbekend scabreus werk van Moesman

Tekeningen van J.H. Moesman, tot 2 november in kabinet Hendrik Beekman, Groot Nieuwland 62, Alkmaar, don. van 14.00-21.00, vrij. en zat. 10.00-17.00. Catalogus ƒ 15,-

Sörplus, de stichting ter bevordering van het surrealisme heeft de hand kunnen leggen op een tot nu toe onbekende collectie tekeningen van Joop Moesman (1908-1988). Een verzamelaar die anoniem wenst te blijven, blijkt bijna driehonderd scabreuze tekeningen van Moesman in zijn bezit te hebben. Een keuze daaruit wordt nu tentoongesteld in Alkmaar.

Moesman is de enige Nederlandse schilder die als surrealist internationaal is doorgebroken, maar toch zijn de tekeningen van vrouwen slechts met grote moeite in te delen bij een van de twaalf vrouwentypen die Xavière Gauthier in zijn beroemde boek Surréalisme et sexualité. Of de tekeningen naar model zijn gemaakt, is onbekend maar het is wel zeker dat moeder Moesman de jonge schilder van een schilderscursus afhaalde, nadat ze gehoord had dat er een naakte juffrouw geposeerd had. Misschien heeft dat Moesman alleen maar gestimuleerd De Vrouw tot thema van zijn werk te verheffen. Het kan ook zijn dat de negentiende-eeuwse pornografieverzameling van zijn vader daarvoor verantwoordelijk is geweest.

De vrouwen die Moesman op zijn schilderijen vastlegde, hebben zelden een gezicht. Het gelaat is vaag, in een ongunstig perspectief of met een masker geschilderd. Het lijkt alsof de schilder door het weglaten van een gezicht de nadruk op de geslachtsdelen van de vrouw wilde leggen, hoewel die ook eerder gesuggereerd dan geschilderd zijn. Moesmans tekeningen zijn minder indirect. De meisjes hebben een duidelijk gezicht en ze laten er geen misverstand over bestaan dat ze iets te bieden hebben. In een enkel geval lijken ze overigens iets te verdedigen, zoals het meisje met hoge laarzen die op strijdvaardige wijze een zweep gereed houdt. Maar natuurlijk zijn andere interpretaties van deze leren attributen ook mogelijk.

Gauthier spreekt over La femme-fruit: objet de consommation. Als ik toch een keuze moest maken zou ik de meeste nu getoonde tekeningen onder die categorie willen indelen. De meisjes hebben flinke borsten en billen die geaccentueerd worden door opgeschoven truitjes of naar beneden getrokken broekjes. Op enkele tekeningen zijn die spaarzame kledingstukken op een bijna naïeve manier ingekleurd. Diverse meisjes wegen hun borsten op hun kleine handen en lijken een dichtregel van Paul Eluard te citeren: Au fond du verger je suis mûre.