Miskend Nederlands voetbaltalent komt tot ontplooiing in Belgische competitie; "Het is bikkelen voor onze francs'; Eric Viscaal: "Met de buurman praat ik nu nooit over m'n werk'; Foeke Booy: "spelers kijken wel uit om hun mond open te doen'

BRUGGE, 14 SEPT. België is al jarenlang een belangrijk afzetgebied van miskende Nederlandse voetbaltalenten. Dit jaar komen er 22 Nederlanders uit in de Belgische eerste klasse. En ze doen het goed. Toeval is dat niet, meent de Haagse trainer van kampioensploeg Anderlecht Aad de Mos. “De Nederlanders zorgen voor een evenwichtige balans in het elftal.”

Eén van de meest opmerkelijke spelers van dit moment in de Belgische competitie is Foeke Booy. De rossige Fries kwam in Nederland niet verder dan zeven jaar middenmoot. Na een teleurstellend seizoen bij FC Groningen verhuisde hij naar het Vlaamse land. In drie jaar tijd groeide hij uit tot een van de nuttigste spelers van Club Brugge. Uit de eerste vier competitiewedstrijden van zijn derde jaar bij de Belgische topper maakte Booy negen doelpunten, waarmee hij eenzaam aan het hoofd van de topscorerslijst staat. Zelf keek de nu 29-jarige Booy ook op van zijn bloei. “Ik dacht dat ik bij Groningen aan mijn plafond zat. Maar toen ik naar Kortrijk verhuisde en later naar Club Brugge, merkte ik dat mijn top hoger lag. Ik heb in België mijn grenzen verlegd. Dat moest ook wel, want als spitsspeler is het hier veel moeilijker voetballen dan in Nederland. Je speelt constant tegen een overschot aan verdedigers. Daardoor heb je weinig ruimte. Je moet het vaak van een kans per wedstrijd hebben, terwijl je in Nederland soms wel vier doelpogingen krijgt. Dus moet je voor honderd procent scherp zijn, want als dat ene kansje er komt, dan verwachten ze dat je er bent.”

Het is voor Booy geen verrassing dat zoveel spelers hun heil in België zoeken. “Je ziet dat vooral spitsen hier erg in trek zijn. Viscaal bij Gent, Eykelkamp bij Mechelen en Bosman bij Anderlecht. Dat is ook niet zo'n wonder, want in Nederland wordt aanvallend gevoetbald. De Belgen voetballen al vanaf hun jeugd met het accent op de verdediging. Aan de spitspositie wordt lang niet zoveel aandacht besteed. Dat zie je ook aan het nationale elftal. Ze hebben alleen Wilmots voor die positie. Als die er niet bij is, zoals woensdag tegen Luxemburg, dan zitten ze meteen in de problemen.”

Trainer De Mos, die bij Mechelen en nu bij Anderlecht met een combinatie van Nederlanders en Belgen diverse hoofdprijzen won, waaronder de Europa Cup voor bekerwinnaars en de Supercup, denkt dat de Nederlanders bij de trainers in Vlaanderen zo geliefd zijn omdat ze meer dan de Belgen voor hun sport leven. “Een Belg is alleen prof als hij langs de kassa moet, een Nederlander is het 24 uur per dag. De Nederlanders hebben een goede invloed op de Belgen. Ze zorgen voor de perfecte balans in een elftal. Ze groeien ook dicht naar elkaar toe, de Belg pikt iets op van de Hollander en de Hollander weer iets van hem.”

Foeke Booy vindt in tegenstelling tot De Mos dat het Belgische voetbal juist professioneler is. “In Nederland zeuren de voetballers te veel, spelers hier kijken wel uit om hun mond open te doen. Dat komt omdat je helemaal geen rechtsbescherming hebt. Een VVCS (vakbond voor voetballers, red.) kennen ze niet. Het is gewoon werken, luisteren en presteren. Ik zal niet zeggen dat zoiets een goede zaak is, maar een strakke discipline werkt wel.”

“Die discipline vind je terug in je salaris. Ik verdien hier aan vaste maandwedde minder dan dat ik tien jaar geleden bij Cambuur ontving. Het zijn de overwinningspremies die voor de goede verdiensten zorgen. Wij moeten bikkelen voor onze francs.”

Anders dan in Frankrijk, waar de Nederlanders het ondanks de hoge lonen meestal niet lang uithouden, zijn de Hollanders in België dikwijls blijvertjes. Zo ook Eric Viscaal, het wonderjong dat bij PSV niet door wilde breken en drie jaar geleden op 19-jarige leeftijd de overstap naar het Belgische voetbal waagde. Na twee jaar degradatievoetbal lijfde de Belgische subtopper AA Gent vorig jaar de spits in. Viscaal groeide uit tot de sterspeler van het elftal. Zelf denkt hij dat zijn metamorfose te danken is aan de vriendelijke sfeer rond het voetbal in België. “In Nederland is het een enorme chaos in de voetballerij. Iedereen praatte tegen mij alleen maar over PSV. Daar werd ik helemaal gek van. Hier is het allemaal veel rustiger. De mensen vallen je niet lastig. Als ik nu met mijn buurman een praatje maak, dan gaat het nooit over mijn werk. Dat doet me goed.”

Een terugkeer naar Nederland hoeft voor Viscaal niet meer. “Ik heb het hier ontzettend naar mijn zin in het team. Dat komt doordat de Belgen nieuwelingen meteen accepteren. Je hoort er bij. En de trainers geven je vertrouwen, waardoor de druk van het moeten presteren veel minder is dan in Eindhoven. Daar ging het er allemaal veel harder aan toe. Als jeugdspeler kreeg je de kans niet, omdat ze de vedetten niet aan de kant durfden te zetten. Tegen VVV scoorde ik vier maal, maar nog zat ik de week erop weer op de bank. Zoiets zou in België nooit gebeuren.”

De Mos denkt dat ze Viscaal te weinig tijd hebben gegeven bij PSV. “Ze zullen er nu wel spijt van hebben, want Viscaal kan zo'n beetje alles. Het is een enorm talent, dat beter is dan menige PSV'er.” Het succes van Booy is volgens De Mos meer het gevolg van het hechte teamverband van Club Brugge. “Booy past daar gewoon prima in thuis.”

De Fries benadrukt ook keer op keer dat hij alleen maar zo goed kan presteren door het team. “Het is niet zo dat je mij bij Ajax of PSV neer kunt zetten en dat ik ze er dan ook inschop. Dat zag je ook met Kieft. Bij PSV past hij in het systeem, maar bij Bordeaux mislukte hij. Ik ben hier in het elftal gegroeid, heb mijn plaats op kunnen eisen. Bij een Nederlandse topclub zou ik nu ook uit de voeten kunnen, als het maar in een rol is die bij mij past. Zo'n rol kan ik nu misschien ook beter afdwingen. Ik ben een rijpere voetballer geworden, heb heel veel geleerd van mijn ervaringen bij Groningen, waar het sportief gezien misging. Je neemt al die voetbaljaren bij elke clubverhuizing mee in je bagage. Dat maakt je sterker.”

De goede prestaties van de Hollanders bij de zuiderburen lijken voorbij te gaan aan bondscoach Rinus Michels. De negen treffers van Booy waren niet genoeg om een plaats in de Oranje selectie van afgelopen woensdag te verdienen. Volgens De Mos komt dat omdat Michels “de Belgische toppers” nog altijd op hun prestaties bij hun Nederlandse werkgever beoordeelt. “Voor hem is Booy nog altijd een mislukte speler van FC Groningen en Viscaal de reserve van PSV. Hij weigert de Belgische competitie serieus te nemen, terwijl die sterker is dan de Nederlandse. Kijk maar naar de resultaten van Belgische clubs in de Europa Cup. Zij kwamen verder dan de Hollanders.”

Booy en Viscaal zelf trekken niet zo zwaar aan het uitblijven van een uitnodiging. Booy: “Ik heb de pech dat ik uit een generatie kom met allemaal goede spitsen. Er zijn nog vier wachtenden voor mij. Ik hou er ook niet van om aan de poten van de stoel van Michels te gaan zagen. Daar raak je alleen maar gefrustreerd van en daar heb ik geen zin in.”

Viscaal: “Ik had wel verwacht dat Foeke een uitnodiging zou krijgen. Want wat kan je nu als spits nog meer doen dan negen keer scoren uit vier duels. Zelf zit ik niet te wachten op een telefoontje. Ik ben er eerlijk gezegd ook niet zo mee bezig. Woensdag heb ik naar België gekeken. Mijn band met Nederland verwatert steeds meer. Maar dat is ook wel logisch, met een leuke Belgische club, een leuke Belgische vrouw en een half Belgje op komst.”